De angstgeur van Zuid

Aleid Truijens

Zuidelijke Wandelweg, de tweede roman van Paul Gellings, gaat over zo'n kindertijd, een kerker van vrees en doem, in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Een volwassen man, tekenaar, al zo'n dertig jaar weg uit 'zijn' buurt, probeert zich te bevrijden van zijn demonen door dagenlang dwangmatig te wandelen door het heldere stratenplan van Berlages Plan-Zuid. Daarbij moet hij, bij wijze van shocktherapie, alles nog eens opnieuw beleven.

Dat is vaker gebeurd, in autobiografische Nederlandse literatuur, maar zelden zo goed als Gellings het hier doet. De scherpe geur van kinderangst stijgt op uit deze kleine, roman waarin zo weinig gebeurt maar eindeloos wordt geassocieerd. De verteller neemt net genoeg afstand om zijn verhaal niet te laten verzanden in een huilerig zelfmedelijden. Zuidelijke Wandelweg is geen autobio-zwelgboek, maar een poëtische roman waarin jeugdherinneringen worden omgesmeed tot een nachtmerrie waaruit geen ontsnappen mogelijk is. De lezer wordt vakkundig met zijn neus door de drek gesleurd.

Goed beschouwd hebben de ouders gelijk: er lijkt niets aan de hand in het gezin waarin de ikfiguur, in het verhaal een jaar of negen, opgroeit. Ze wonen aan de rand van Zuid, in het na de oorlog uit grijs cement opgetrokken 'Lego-buurtje' tussen de Zuidelijke Wandelweg en de President Kennedylaan, vóór de moord Rivierenlaan geheten. Een modern gezin in de opgewekte jaren vijftig, met montere, maar vaak afwezige ouders, drie kinderen en een lieve huishoudster. Maar in de straten aan de overkant, de toegangspoort naar de grote stad, huist onheil.

Het is een schuldige buurt, en het jongetje weet dat. Joden werden er weggevoerd terwijl de buren wegkeken. Anne Frank hinkelde er op het Merwedeplein, voordat ze onderdook, verraden werd en weer een streep buitenlucht zou zien. Het is de buurt van collaboratie, verraad en verzet. Mannen werden er tegen de muur gezet en gefusilleerd; scholen huisvestten kort tevoren blaffende kerels in uniformen; achter de gevels dwalen schimmen van familieleden die 'nooit terugkwamen'. Er wordt niet veel over gepraat bij de jongen thuis, en daardoor neemt het geheim van de oorlog monsterlijke vormen aan.

Er is weinig nodig om zijn verbeelding op gang te brengen. Een opmerking van tante Ilse bijvoorbeeld, die het kamp overleefde: zij moest slapen tussen een stapel lijken, waarover ze haar paardendeken legde. Oorlog waart ook rond in het gezin van zijn vriendje Leonard, de jongen met het stalen brilletje die een lucht van 'brandende rubber en urine' verspreidt. Hij heeft een mongoloïde zusje, een spierwitte moeder met een raar pothoedje en een vader die almaar kruiswoordpuzzels maakt, totdat hij op een dag in huilen uitbarst bij het horen van de muziek uit The Bridge on the River Kwai. Leonard stinkt en hij stottert, en zo worden ze vrienden, al wordt Leonard een graadje erger gepest dan hij. De met sigarenrook en etenslucht doortrokken woning in de Volkerakstraat wordt voor de jongen, en vooral voor de volwassen man die zijn angsten naloopt, het symbool voor het verdriet van de Rivierenbuurt.

De jongen vindt zijn eigen 'kamp' in een school in de Roerstraat. De verschrikkingen die Gellings zijn hoofdpersoon en diens vriendje in dit gebouw laat ondergaan, zijn van een bijna absurde wreedheid. Er is een onderwijzer die de hele klas 'STINKDIER, STINKDIER' laat scanderen, gevolgd door een verheugd 'Soep, soep soep, balle, balle, balle', als de twee 'miepen' weer iets stoms hebben gedaan. Op een schoolreisje schopt hij Leonard tijdens het plassen de brandnetels in, en als hij, terug in de bus, van angst een aanval van diarree krijgt, wordt hij in kranten gewikkeld en onder geregisseerd hoongelach als een stinkende prop aan zijn moeder overhandigd.

Een jaar later hebben ze een oud-militair voor de klas, die de kinderen tot bloedens toe mept en een thuis onbegrepen hersenschudding bezorgt. Tijdens de zwemles trekt hij de jongens aan hun geslacht naar zich toe. Als hij slaat in de klas, krult zich in zijn broek een 'verliefde lul', zien de kinderen.

Dit koel geregistreerde sadisme is zo gruwelijk, dat het bijna ongeloofwaardig wordt. Je kunt je niet voorstellen dat dit kinderen is overkomen, in vredestijd, op een school waar ouders hen vol vertrouwen 's ochtends afleverden. Dus zal het wel echt zo gebeurd zijn. De werkelijkheid was, als vaker, te gek voor woorden. Een tikkeltje te erg voor in een roman. En de kinderangst dat het, als je het thuis vertelt, zich morgen verhevigd zal herhalen - omdat je 'geklikt' hebt - is altijd groter dan de volwassen illusie van gerechtigheid. Literatuur helpt niet, maar de beste romans laten zien dat dit, verzonnen of niet, de waarheid was.

Paul Gellings: Zuidelijke Wandelweg.
De Geus; 157 pagina's; euro 16,-.
ISBN 90 445 0305 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden