Interview Kurt Elling

De Amerikaanse jazzgrootheid Kurt Elling kan croonen als zijn verre neef Bing Crosby. Dit zijn zijn tien geheimen

Kurt Elling in TivoliVredenburg in Utrecht. Beeld Daniel Cohen

Kurt Elling, in Nederland voor een aantal kerstoptredens, maakt in zijn veelzijdige jazz-zang gebruik van de technieken van de klassieke crooners. Elling legt de kunst uit in 10 zijdezachte hoogtepunten.

Lang geleden, toen Kurt Elling nog niet de vocale jazzvirtuoos was die hij nu is, hoorde je ze nog geregeld op de radio: crooners, de vooral mannelijke zangers uit de jaren twintig en dertig, bekend om hun zachte en zoetgevooisde zangstijl. ‘Mijn moeder zei dan altijd: Kurt, je weet toch dat Bing Crosby (de crooner aller crooners red.) een verre neef van je is, hè? Ze had een stamboom om het te bewijzen.’

De herinnering schiet Elling (52) te binnen in een hotellobby in Utrecht. De stad is een van de halten op zijn Europese tournee met het kerstalbum The Beautiful Day (2016). Daarop is te horen dat de verwantschap tussen Elling en de crooners meer is dan een verre bloedlijn. Er is ook een subtiele, maar onmiskenbare muzikale verwantschap.

Een voorbeeld is Ellings keuze voor een liedje als Star of Wonder. De ik-persoon, een herder, bezingt daarin een ster, hopend dat de ster vragen kan beantwoorden. Zo suggereert de herder dat de ster meer is dan alleen een stip aan de donkere hemel (are you just a shining star?). Het woord richten aan een natuurverschijnsel gebeurt nogal eens in croonerklassiekers. Dat paste naadloos in de romantische traditie waarvan dit genre een uitloper was.

Belangrijker is de manier waarop Elling de weemoedige tekst van Star of Wonder uitserveert. Dat doet hij op een opvallend peinzende toon. De zanger uit Chicago laat iedere zin op zijn gemak met een geslepen vibrato wegebben, alsof hij afwacht of de ster reageert. Deze zachtmoedige en vertellende manier van zingen was typerend voor het geluid van grote crooners als Bing Crosby en Russ Columbo.

Dit is geen gewiekste poging om Kurt Elling tot crooner te bestempelen. Daarvoor zijn Ellings oeuvre en stem – hij won er een Grammy mee – te veelzijdig. Met die stem doet hij dingen die de crooners nooit hadden kunnen bedenken. Zo waagde hij zich aan een vocale vertolking van Resolution, een stuk van saxofoonkolos John Coltrane, een van de indrukwekkendste uit de jazzhistorie. Hij zong ook eens een tweede stem over de complexe melodieën van een nog levende gigant op de saxofoon: Branford Marsalis. Menig vocalist zou zijn weggeblazen door de grootse muzikale persoonlijkheid die Marsalis is. Maar Elling stond en zong met verve.

Wel neemt Elling een aantal ingrediënten van de crooners over, en vermengt die met ander vocaal gereedschap in moderne arrangementen. Star of Wonder, met een sobere, pop-balladachtige pianobegeleiding, is daar een voorbeeld van. Zo vernieuwt Elling een stijl die een kleine eeuw geleden ongekend hip was.

In de jaren twintig en dertig waren crooners popsterren. De microfoon was net uitgevonden. Vocalisten konden nu zacht zingen, zonder dat er klank verloren ging. De crooners pasten deze subtielere en technisch uitdagende manier van zingen toe op een nieuw genre dat om subtiele behandeling vroeg: broadwayliedjes, met romantische teksten over de liefde.

Zo zetten de crooners een nieuwe standaard. ‘Zij waren de eerste popartiesten die hun stem met behulp van de microfoon in dienst stelden van de betekenis van het liedje’, zegt Elling. ‘Vandaag de dag doen veel vocalisten dat nog altijd.’

Rock-’n-roll trapte de crooners in de jaren vijftig van het poptoneel. Zingen over hoofse liefde was niet meer cool. Subtiliteit kreeg een niet-mannelijke bijsmaak. In het boek The Rise of the Crooners vertelt de Britse muziekkenner Ian Whitcomb dat zijn oom zich beklaagde over de crooners. Ze zouden de viriliteit van het land ondermijnen. Beetje bij beetje raakte de muzikale betekenis van de crooners in popmuziek in de vergetelheid.

Hij mag dan een fikse verkoudheid te pakken hebben (‘Zouden ze hier zo’n stoomapparaat hebben?’), aan V legt jazzvocalist en croonerfan Elling de edele kunst van het croonen graag uit. Hij doet dat aan de hand van tien muzikale hoogtepunten uit het genre.

Nick Lucas in 1926 Beeld Getty

1. Liefde is onvoorwaardelijk.

Geen croonerliedje waarin liefde geen thema is. Meestal is de strekking: wat er ook gebeurt, ik zal altijd van je houden. Ga je op de tekst af, dan is Nick Lucas’ Always geen uitzondering op die regel. ‘Maar in het tweede deel van dit liedje klinkt er twijfel in de stem van Lucas’, zegt Elling. ‘Het lijkt alsof hij zich afvraagt of de eeuwige liefde waarover hij zingt wel zo eeuwig is. Die nuance vind ik sterk. Wat het laat zien? Liefde is een oerkracht in ons leven, en tegelijkertijd een van onze grootste onzekerheden.’

Frank Sinatra in 1966 Beeld Getty

2. Maak de uitspraak zzzzacht.

Een door crooners veelgebruikte manier om de subtiliteit in hun stem te onderstrepen: harde klanken, zeg maar alles met een ‘t’ of een ‘s’, uitspreken als een ‘d’ en een ‘z’. Grote ster in deze techniek was Frank Sinatra. In Try a Little Tenderness wordt het woord ‘much’ een lijzige ‘mudsj’, en ‘things’ wordt ‘thingzzz’. ‘Veel zangers doen dit nog altijd. Ik ook’, zegt Elling. ‘Door woordklanken af te zwakken komt het verhaal van een liedje beter naar voren. De stem gaat immers meer op in het muzikale geheel.’

3. Bezing de maan.

Moonlight Serenade, Moon River – de maan is een terugkerend onderwerp in het croonerrepertoire. De maan in Roll Along Prairie Moon, gezongen door Al Bowlly is – de titel zegt het al – niet zomaar een maan. Je ziet deze ‘prairiemaan’ boven een uitgestrekt grasland met paarden schijnen. Elling: ‘Ik hou van liedjes die als een schilderij tot de verbeelding spreken. Je kunt er als luisteraar zonder veel moeite in stappen. Het geheim is specifiek te zijn. Een prairiemaan is daar een voorbeeld van. Bovendien heeft de nacht als decor iets fijn mysterieus.’

Gene Austin

4. Stel vragen.

Het is niet het uitgeklede arrangement dat Everything’s Made For Love, gezongen door Gene Austin, een noemenswaardige croonerklassieker maakt. Het is de tekst. Die bestaat voor meer dan de helft uit vragen. Elling: ‘Vragen opwerpen maakt een liedje menselijk. Waar heb ik jou voor, en jij mij? Zingt Austin bijvoorbeeld. Met zulke wezenlijke vragen identificeer ik me meer dan met een liedje waarin alleen wordt gezongen: zij is de ware! Daardoor is Everything’s Made For Love meer dan een plat liefdesliedje.’

Het affiche voor de film Broadway Thru A Keyhole met Russ Columbo

5. Een man is een (zachte) man.

Het was een gangbare rolverdeling in de jaren twintig en dertig: de crooner als zingende Mr. Charming, en de vrouw die moeiteloos voor hem valt. Een van de bekendste voorbeelden van die man-vrouwverhouding is de verschijning van crooner Russ Columbo in de film Broadway Thru A Keyhole (1933). ‘Of ik die weergave conservatief vind?’, zegt Elling. ‘Persoonlijk vind ik de zachte, kwetsbare manier waarop crooners zongen juist afwijken van het stereotype mannelijkheid. Al besef ik dat ik daarmee aannames doe over wat vrouwelijkheid is.’

Dean Martin (1917-1995) en Frank Sinatra in The Dean Martin Show. Beeld Getty

6. Wees gevat.

‘Tussen al die liefdesverklaringen in croonerliedjes zitten ook vaak gevatte zinnen verstopt’, zegt Elling. ‘Mijn favoriet is The Night We Called It a Day. Het liefst in de uitvoering van de vroege Sinatra. De titel is een zin met puntigheid, of zoals ik dat noem, een hook: hij bevat contrast (dag en nacht) een gezegde (call it a day betekent ermee ophouden) en spreekt tot de verbeelding. Zulke intelligentie waardeer ik.’

Tony Bennett in 1966. Beeld Getty

7. Laat de strijkers/blazers/koortjes aanzwellen.

Vaste prik in negen van de tien croonerliedjes. De arrangeur van I Wanna Be Loved, gezongen door een jonge Tony Bennett, besloot niet één maar alle drie de smaakmakers in te zetten – met een ontknoping op 1:40. ‘Het effect is groots en meeslepend’, zegt Elling. ‘Gebruik van strijkers was toen in de mode. Vandaag de dag is het gebruik ervan meer gedoseerd. Ik koos niet voor niets voor enkel pianobegeleiding in Star of Wonder. Ik geloof dat eenvoud en minder voluptueuze instrumentatie ook groots en meeslepend kunnen zijn.’

Bing Crosby (links) en Andy Williams in The Andy Williams Show in 1966. Beeld Getty

8. Doe Kerst.

De gangbare verklaring voor het feit dat iedere crooner zeker één kerstalbum heeft opgenomen, is de huiselijke sfeer die de teksten oproepen. Huiselijkheid was na liefde een favoriet onderwerp voor de crooners. Bing Crosby’s interpretatie van I’ll Be Home For Christmas laat daar weinig twijfel over bestaan. Elling: ‘De tekst van dit liedje is simpel. Maar door de vanzelfsprekende timing en de warme toon waarmee Crosby die tekst zingt, overstijgt deze versie de eenvoud van een kerstliedje. Het brengt een sentiment over dat ik in mijn buik voel.’

9. Zet vibrato in.

Het is de muzikale kers op de taart, die laatste, uitgerekte byyyyy waarmee Rudy Vallee As Time Goes By laat uitdoven. Dat komt vooral door zijn niet-bescheiden inzet van stemtrillingen, vibrato genoemd. Crooners gebruikten die volop, ter decoratie van de vaak lange noten. Zo lieten ze meteen horen dat hun zangtechniek deugde. Ook Kurt Elling gebruikt vibrato. ‘Maar gedoseerder dan in die tijd gebruikelijk was, hoor. Veel vibrato kan dramatisch aandoen, als too much. Zingen zonder vibrato klinkt kwetsbaarder, kleiner. Een balans tussen de twee leidt tot het beste resultaat.’

10. Dromen kunnen uitkomen.

Knijp me even alsjeblieft, verzoekt de ik-persoon in I Can’t Believe That You’re In Love With Me in telkens andere bewoordingen. Hij kan maar niet geloven dat het meisje op wie hij valt, hem ook leuk vindt. Elling: ‘Dromen zijn fijn liedjesmateriaal. Je kunt erop los reflecteren. Op mijn vorige album The Questions (2018) staat het nummer I Have Dreamed. Daarin droomt de ik-persoon ook, maar over wie precies is suggestief. Dat geeft mensen de kans iets of iemand in te vullen; om het liedje op hun eigen situatie los te laten.’

Kurt Elling The Beautiful Day, te zien: 15/12 Amsterdam, 16/12 Groningen, 17/12 Eindhoven

Nieuwe crooners

De eerste generatie crooners mag dan zijn uitgestorven, het genre is dat zeker niet. Nu en dan duikt er een zanger op die qua geluid en uiterlijk voorkomen duidelijk is geïnspireerd door de crooners uit de jaren twintig en dertig. U herinnert zich misschien Michael Bublé, de Canadese zanger die later meer naar de popmuziek opschoof. In 2014 werd de Amerikaan Kevin Ahart tot nieuwe belofte gekroond door niemand minder dan Tony Bennett – de enige nog levende crooner uit de gloriejaren.

Blue Note-jazz en de hardste band ter wereld. De Volkskrant koos de uitbundigste cd-boxen van het jaar. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden