De afgedwongen troonsafstand van Leopold

AL EERDER WERDEN de Belgen massaal door emoties overmand en dreven verontwaardiging en opstandigheid hen de straat op. In het verleden werd het onbehagen echter niet gewekt door een falend rechtssysteem, maar door de taalstrijd in Leuven, Brussel en de Voerstreek, de teloorgang van de staalindustrie in Luik en Charleroi,...

Het meest verhit raakte het Belgische gemoed na de oorlog echter door de koningskwestie. In 1950 werd het land verscheurd door de terugkeer van de omstreden koning Leopold III - hij had in 1940 een eigen politiek tegen de regering in gevoerd en was met Hitler gaan praten - vanuit Zwitserland naar België. Dit leidde vooral in Wallonië tot een golf van stakingen en geweld. België barstte bijna uiteen. Binnen tien dagen trad de koning af en besteeg de jonge, schuchtere Boudewijn de troon. België en de monarchie waren gered, maar tussen Wallonië en Vlaanderen kwam het nooit meer goed.

De vervreemding tussen de politieke klasse en de burger, waarover dezer dagen zoveel wordt gesproken, werd toen voor het eerst zichtbaar. Want met name de christen-democratische CVP heeft in de koningskwestie een wat dubbelzinnige rol gespeeld. Naar de kiezers toe profileerde de CVP zich als de partij van koning Leopold III. De parlementsverkiezingen van 4 juni 1950 'schonken aan de CVP, die steeds de onvoorwaardelijke terugkeer van de koning eiste, de volstrekte meerderheid in beide Kamers', zo staat in de tweedelige Politieke geschiedenis van België van de inmiddels overleden Gentse hoogleraar Theo Luykx. Waarna de koning op 22 juli 1950 inderdaad naar zijn paleis in Laken terugkeerde. Dit betekende tezelfdertijd het einde van het regentschap van prins Karel, begonnen in september 1944 na de bevrijding van België.

In werkelijkheid was de CVP-top ernstig verdeeld over de terugkeer van Leopold op de troon, zo blijkt uit Gaston Eyskens tussen koning en regent - België 1949-1950: een sleuteljaar van de jonge Belgische historicus Vincent Dujardin. Verschillende leiders van de CVP waren niet alleen tegen de terugkeer van de koning, maar politici zoals Gaston Eyskens beseften ook dat de CVP alleen niet in staat zou zijn de terugkeer van de koning door te zetten. Want een koning kan niet zonder een breed nationaal draagvlak functioneren. Dat draagvlak was er wel in Vlaanderen, maar niet in Wallonië en Brussel.

De troonsafstand van Leopold, heeft Luykx al jaren geleden geschreven, 'liet bij de meerderheid van de Vlaamse bevolking het onbehaaglijke gevoel na, dat revolutionaire praktijken van een minderheid bij machte waren het pleit in België te winnen. Deze ontevredenheid in Vlaanderen keerde zich tegen de machteloosheid van de CVP die als meerderheidsgroep haar wil niet had kunnen opleggen. (. . .) Tevens werd benadrukt dat verschillende CVP-mandatarissen het programma van de partij inzake het koningsprobleem allesbehalve met hart en ziel hadden ondersteund.' In zijn boek over de eerste regering van Gaston Eyskens werkt Dujardin de houding van de 'CVP-mandatarissen' nader uit, en dat maakt zijn werk interessant.

Gaston Eyskens, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Leuven en een van de kopstukken van de CVP, werd begin augustus 1949 premier van een christelijk-liberale coalitie. De CVP had de verkiezingen van 26 juni 1949, waaraan voor het eerst vrouwen mochten deelnemen, gewonnen. Eyskens stelde zich tot doel de impasse, waarin de koningskwestie sedert 1945 verkeerde, te doorbreken via het organiseren van een volksraadpleging.

Die werd op 12 maart 1950 gehouden, maar bracht geen echte oplossing. In Vlaanderen was er een grote meerderheid (72 procent) voor de terugkeer van Leopold, maar in Brussel en Wallonië waren de ja-stemmers in de minderheid. Landelijk bezien was bijna 58 procent voor terugkeer.

Het opmerkelijke van het boek van Dujardin is dat hieruit blijkt dat Eyskens - volgens de auteur een 'gematigd monarchist' - al in 1944 de terugkeer van de koning niet mogelijk achtte. 'Het heeft er alle schijn van dat hij vanaf zijn aantreden als eerste minister de troonsafstand als enige oplossing voor de koningskwestie zag.' Dujardin citeert uit De memoires van Eyskens, waarin hij schrijft de koning oplossingen te hebben voorgesteld 'die niet in overeenstemming waren met het standpunt van mijn partij, maar die wel realistisch waren'. Tegen Roger Motz, de leider van de liberale partij die zeer verdeeld was over de koningskwestie, zei Eyskens: 'Met mij als eerste minister komt de koning niet terug.'

Deze dubbelzinnigheid heeft de koningskwestie van het begin af aan gekenmerkt. Zo werd het conflict dat op 25 mei 1940 uitbarstte tussen de koning en de toenmalige regering-Pierlot - Leopold besloot in België bij zijn soldaten te blijven, terwijl de regering wilde dat de koning het land zou verlaten om buiten België de strijd tegen nazi-Duitsland voort te zetten - door kardinaal Van Roey een 'betreurenswaardig misverstand' genoemd. De woorden van de kardinaal - in het boek wordt goed duidelijk hoe groot zijn invloed in België was - vormden lange tijd de officiële versie van het conflict.

Uit het in 1980 verschenen boek van Jean Stengers, Aux origines de la question royale - Leopold III et le gouvernement, blijkt duidelijk dat van een misverstand geen sprake was. Het autoritaire karakter van Leopold - overleden in 1983 - kwam nog eens krachtig tot uitdrukking in zijn Politieke testament dat hij in januari 1944 schreef, vlak voordat hij, de 'krijgsgevangene van Laken', naar Duitsland werd overgebracht. Over de Belgische regering in Londen zei hij toen dat deze ministers 'België een niet te becijferen schade hebben berokkend, die moeilijk te herstellen zal zijn'. Het 'prestige van de kroon en de eer van het land' maken het onmogelijk dat deze ministers 'nog enig gezag uitoefenen in het bevrijde België zolang zij niet hun fouten hebben afgezworen en plechtig en totaal spijt hebben betuigd'. Het is vooral dit Politieke testament, aldus Dujardin, dat bij Gaston Eyskens verontwaardiging had gewekt.

Dujardin is duidelijk in zijn conclusies. 'De koningskwestie riep ook een diepgaande tegenstelling in het leven tussen het volk enerzijds en de politieke klasse anderzijds. Alles welbeschouwd kende het volk zijn vorst niet erg goed (. . .) en regeerde het op een sentimentele manier.' De politieke wereld kende de koning beter, aldus Dujardin, en slechts een kleine minderheid 'wenste werkelijk dat koning Leopold III zou terugkeren op de troon'. Maar om electorale redenen was de CVP naar buiten toe de grote leopoldische partij.

Vincent Dujardin is mild in zijn oordeel over de houding van de CVP in 1950. 'De officiële stellingname van de CVP had tactische, maar in geen geval machiavellistische trekjes. Als ze de koning terug op de troon had kunnen krijgen, zou ze dat hebben gedaan.' Dit laatste lijkt haaks te staan op zijn conclusie dat onder de regering-Eyskens de troonsafstand 'op een ongetwijfeld onomkeerbare manier werd voorbereid'.

Dujardin is daarentegen wel scherp in zijn oordeel over de linkse partijen die in 1945 verhinderden dat Leopold onmiddellijk naar België terugkeerde. Hij schrijft over een 'zeer laaghartige campagne' van de antileopoldisten tegen de koning in de campagne rond de volksraadpleging. Na de stemming publiceerde het socialistische dagblad Le Peuple een deel van een brief van kardinaal Van Roey aan Leopold. 'Dit toont de omvang aan van de middelen die door de socialisten werden ingezet in de koningskwestie.'

Dit is een wat vreemde constatering, want in de kerkelijke boodschap beveelt de kardinaal de koning aan zich niets aan te trekken van de politici, want hun adviezen zijn 'nutteloos' en 'rampzalig'. De kardinaal steunde in de koningskwestie de leopoldisten, koos dus partij en werd als zodanig behandeld.

Het boek van Vincent Dujardin behandelt maar een korte periode, want de regering-Eyskens viel al snel na de volksraadpleging. De afloop van de koningskwestie blijft hierdoor onderbelicht, terwijl de lezer wel enkele hoofdstukken krijgt voorgeschoteld over het financieel-economische beleid van de regering-Eyskens en de schoolstrijd.

Maar Mark Eyskens, zoon van Gaston Eyskens, die net als zijn vader premier en verschillende malen minister is geweest, heeft gelijk als hij in het voorwoord deze korte periode een 'scharniermoment' in de Belgische politieke geschiedenis noemt.

Jan Luijten

Vincent Dujardin: Gaston Eyskens tussen koning en regent - België 1949-1950: een sleuteljaar.

Vertaald uit het Frans door Karin Kustermans.

Meulenhoff; 272 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 290 6031 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden