De aars van Europa; NAUSICAA MARBE VERTELT OVER HAAR HEIMWEE NAAR ROEMENIE

'OMDAT WIJ de aars van Europa zijn', zegt de vader van de jonge Roemeense vrouw die in de roman Mândraga over zichzelf en de treurige lotgevallen van haar familie vertelt....

'De aars van Europa.'

Het is bepaald plastisch, maar niet erg Nederlands uitgedrukt. De aars (Arsch, Arschloch) ligt de Duitser meer in de mond bestorven dan de Nederlander. Is Mândraga een Duits boek? Gaat het over Duitsers?

Het antwoord op beide vragen is nee. Mândraga is geen Duits boek en het gaat ook niet over Duitsers.

Het gaat, om met de laatste vraag te beginnen, over Roemenen, over een Griekse en joodse familie in Roemenië, en het is door Nausicaa Marbe in het Nederlands geschreven. Zij is weliswaar Roemeense - in een Grieks-joods gezin te Boekarest opgegroeid - maar ze woont sinds 1982 in Nederland.

Toch is de verwarring die uit het stellen van beide vragen spreekt, wel te begrijpen. In de eerste plaats doordat Mândraga niet altijd even goed geschreven is, en soms de indruk wekt (uit het Duits) vertaald te zijn; in de tweede plaats omdat Marbe over haar alter ego Ira meedeelt dat zij het Duits al vroeg machtig was. Het is alsof je in het verhaal van deze Ira (Moira Sophia Angela Arvanitidis Mandelbaum) daarvan de sporen ziet.

Ira Arvanitidis is een in Nederland woonachtige jonge Roemeense vrouw - gehuwd met de vijftien jaar oudere architect Malte Wanneck, eveneens een vluchteling -, die naar haar geboorteland terugkeert, wanneer ze van haar moeder te horen krijgt dat haar vader stervende is.

Het verhaal dat volgt, gaat over haar moeder en haar vader, over Roemenië en de lotgevallen van de familie Arvanitidis die het landgoed Mândraga bezat, totdat het door de communisten werd geconfisqueerd.

Nausicaa Marbe vertelt dit verhaal van Ira niet rechtlijnig of lineair, maar wisselt hoofdstukken over het huidige Roemenië af met fragmenten geschiedenis of herinneringen van de vertelster aan vroeger thuis, of aan verhalen die haar van familieden zijn bijgebleven, een vorm van patchwork die weliswaar een rijke hoeveelheid stof laat zien, maar je ook voortdurend de draad van het verhaal doet verliezen.

Wat beklijft is een indruk van het veelgeplaagde land met zijn door geen Coca-Cola gecamoufleerde, deerniswekkende armoe, die je niet meteen naar het reisbureau doet snellen om daar een vakantie te boeken. In de familiegeschiedenis, waarvan we stukje bij beetje te horen krijgen, weerspiegelt zich de ondergang van een land dat - meer dan de overige ex-communistische landen van Midden-Europa - in ernstige verwarring geraakte na de val van het communisme.

'De aars van Europa', jawel. Over zo'n onderwerp schrijf je niet vrijblijvend, en dat is te merken in dit boek. Het krankzinnige fenomeen dat een heel volk zich na de Tweede Wereldoorlog liet manipuleren door het communistisch gespuis dat, gesteund door de Sovjet-Unie, de macht greep en het redelijk geborneerde echtpaar Ceauëescu jarenlang in het zadel hield, blijft voor ons iets huiveringwekkends houden, zolang zich ter plaatse geen tekenen van herstel voordoen en verklaringen voor het drama dat er zich voltrok kennelijk tekortschieten in het licht van de voortdurende ellende.

Dat het boek van Nausicaa Marbe op dit punt niet zoveel te melden heeft, valt de schrijfster niet helemaal te verwijten. Per slot van rekening is dat nogal ingewikkeld, en moet je van goeden huize zijn om daar in een roman recht aan te doen. Maar waarom heeft zij er dan voor gekozen een roman te schrijven, terwijl een autobiografie of een documentaire gezien haar beperkte verteltalent meer voor de hand had gelegen? Is in haar ogen een roman, met de vrijheid die het genre ogenschijnlijk te bieden heeft, vooral op het stuk van de eigen gevoelens, makkelijker? Het lijkt me een, tegenwoordig veel voorkomend, misverstand. Het gevolg ervan is dat Nausicaa Marbe er niet in slaagt ons inzicht in de gebeurtenissen die juist van Roemenië zo'n uitzonderlijk land hebben gemaakt, te vergroten.

In de roman ligt het accent op het bijzondere, niet op het algemene. In Mândraga staan Ira en haar gevoelens op de voorgrond, haar heimwee, de ontmoeting met haar moeder, een eigenzinnige (verboden) schilderes, en de confrontatie met haar stervende vader, een (verboden) schrijver. Door hen en hun lotgevallen kan Ira iets van haar eigen geschiedenis zichtbaar maken, waarmee ze anders dan haar man nooit heeft willen breken.

Voor haar lijkt er in Roemenië nog iets te halen; zoveel, lijkt het, dat er na de dood van haar vader zelfs enige afstand ontstaat ten opzichte van haar in Nederland achtergebleven man, die nu zij weer 'thuis' is even een vreemde lijkt te worden - voor het eerst een psychologisch 'conflict' in dit verwarde boek, waardoor je directer bij het leven van de personages betrokken raakt. Vooral doordat Ira in deze fase iets krijgt met de beheerder van het landgoed, dat ooit familiebezit was. Wat dat is, behalve wat erotische dromerij, blijft in het vage, zoals er te veel in deze roman in het vage blijft.

Wat Nausicaa Marbe heeft willen vertellen, wordt nooit helemaal duidelijk en dat komt vooral door de onhandige manier waarop ze haar vertelling heeft ingekleed. Het is geen autobiografie, het is ook geen familiegeschiedenis, noch een verslag van Ira's ervaringen in het uitgewoonde land. Het is, zou je kunnen zeggen, van alles een beetje, maar zo weinig trefzeker verteld dat niets betekenis krijgt, laat staan dat het boek als geheel je tot een interpretatie zou kunnen verlokken.

Schaars zijn de passages die je iets doen, waarin een gevoel komt bovendrijven dat je met een schok de tragiek doet ondergaan waaraan de inwoners van dit land, de mensen in dit verhaal, zijn onderworpen. Nausicaa Marbe treedt nauwelijks buiten zichzelf. Niet omdat ze niet genoeg te vertellen zou hebben - een uitgesponnen verhaal over die Grieks-joodse familie had buitengewoon intrigerend kunnen zijn - maar omdat ze te weinig middelen tot haar beschikking heeft om wat ze vertelt overtuigend neer te zetten.

Je hebt boeken die je als een huis op elke bladzijde, in elke alinea, in elke zin, kunt betreden; het doet er niet toe waar, want elk onderdeel ademt de sfeer van het geheel. De mensen, wat ze doen, ook met elkaar, de geuren en kleuren, de geluiden die hen omringen, ze geven je het gevoel in zulke boeken een tijdlang thuis te zijn, erin te wonen. In Mândraga blijf je buitenstaander. Niet omdat de schrijfster dat heeft gewild, mag ik aannemen, maar omdat zij de gave mist elk woord, elke zin, elke alinea de afglans te geven van een meer dan strikt persoonlijke, autobiografische intentie. Haar vertelling mist de toonzetting die al die op zichzelf soms intrigerende onderdelen met elkaar verbindt.

Wat Nausicaa Marbe in de weg heeft gezeten, is haar onvermogen te kiezen voor een vorm die van Mândraga het huis had gemaakt dat je nog lang was bijgebleven, het eens zo glorierijke en nu zo mateloos treurig vervallen huis, waar de geschiedenis als een besmettelijke ziekte doorheen is gegaan om er alle leven in de kiem te smoren, zoals je, in tal van variaties, wel te zien kreeg bij het lezen van tientallen andere boeken over het communistische Midden-Europa. Einde van een familieroman of Het boek der herinneringen van de Hongaar Peter Nádas bijvoorbeeld, of Te gekke jaren van de Tsjech Michal Viewegh, of Zelfportret met vrouw van de Pool Andrzej Szczyporski - het zijn er langzamerhand te veel om op te noemen, boeken die je de dagelijkse gang van zaken onder zulke dictaturen indringend lieten meebeleven.

Nee, 'de aars van Europa', om vader Arvanitidis nog één keer te citeren, heeft met Mândraga niet ineens een heel ander aanzien gekregen.

Vader placht die uitdrukking te bezigen als hij bij zijn dochter in Nederland logeerde en hij het nieuws van thuis dat door de telefoon kwam, niet in het avondblad kon vinden. 'Miljoenen aan hulpgeld verduisterd', voegt de vertelster daaraan toe, 'een overstroming die honderden boerenhuishoudens van de kaart had geveegd, algemene stakingen of brandstichting in een zigeunerdorp. Balkantumult leek pas vermeldenswaardig als er bloed vloeide, veel bloed. Ira weet hoe bedroefd zijn ogen dan keken. Als die van een melaatse waar de wereld met een boog omheen loopt.'

Zo'n plukje tekst, uit het begin van Mândraga, maakt misschien al duidelijk waarom je tijdens het lezen van dit boek regelmatig de aanvechting krijgt om het verder maar ongelezen te laten.

Willem Kuipers

Nausicaa Marbe: Mândraga.

Meulenhoff; 222 pagina's; ¿ 39,50.

ISBN 90 290 5241 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden