De aanwezigheid van iets goddelijks

Zijn gedichten kenmerken zich door een grote elegantie, ze zijn tegelijkertijd weemoedig en ironisch, maar ook grof van taal. De stad met zijn fabrieken, verlopen dichters en straatslijpers vormt het decor, het morsige straatleven draagt de onderwerpen aan. Ryzji putte hiervoor uit eigen ervaring. Hij groeide op in een desolate arbeiderswijk van Sverdlovsk, een stad in de Oeral die vooral berucht is om zijn zware industrie en om het feit dat de laatste tsaar er met zijn hele gezin in 1918 door de bolsjewieken werd vermoord. Boris Jeltsin begon er zijn partijcarrière. De stad heeft inmiddels zijn oude naam, Jekaterinenburg, van vóór de revolutie teruggekregen.

Ryzji kwam uit een intellectueel milieu; zijn vader was mineraloog, zijn moeder medisch specialist. Thuis groeide hij op met de klassieke literatuur (hij was zeer belezen), en buitenshuis met de straatcultuur van de hooligans en kleine criminelen uit zijn buurt. Als veertienjarige werd hij jeugdkampioen boksen van de stad. ('Ze dachten dat ik een bokser was, maar ik ben dichter, dichter. . !', zou hij later schrijven.) Een enorm litteken op zijn gezicht (het gevolg van een val in zijn kleutertijd) droeg bij aan zijn stoere imago. Hij zou nooit breken met het semi-criminele straatmilieu. Hij dronk, vocht, kwam regelmatig in aanraking met de politie.

En daaruit putte hij de stof voor zijn gedichten. Zoals in 'Ode', waarin hij beschrijft hoe in een spookachtige nacht een stel politieagenten ('Vier man sterk op pad getogen/ Acht verdrietig blauwe ogen') op hun patrouille een kerel op een bankje aantreffen en het niet vertrouwen, om dan opgelucht te constateren: '''O, 't is niks', zegt dan de plisie/ voordat men de tocht hervat,/ '''dat is de dronken Borka Ryzji,/ beste dichter van de stad''.' Uit zijn poëzie doemt een stad op die, hoe grauw en verkommerd ook, toch poëtisch stemt wanneer de geur van seringen na een regenbuitje in een pretpark opstijgt, waar fabrieken walmen, acacia's in bloei staan en 'de plaatselijke Styx' zijn derrie vervoert. En waar hij, veelal vergeefs, de liefde van de meiden zoekt. Niet alleen zichzelf voert hij op, ook vrienden laat hij bij naam en toenaam in zijn gedichten optreden. Of zijn zoontje, in het ontroerende gedicht dat hij vlak voor zijn mislukte Rotterdamse avontuur schreef: 'Als ik terugkom uit Nederland, geef ik je Lego, en dan bouwen we samen een prachtig kasteel./ Je kunt jaren en mensen tot terugkeer bewegen,/ en ook liefde - wat zeg ik, er is nog zoveel.'

Ryzji grijpt in Wolken boven E opvallend vaak met weemoed terug naar het Sverdlovsk van zijn jeugd, naar 'het jochie met het grijze petje' dat hij toen was, naar het pretpark waar hij als kind op de arm werd genomen, naar een tijd van sleets communisme met rode banieren en spandoeken en blaasorkesten. Zo ook in het gedicht waaraan de bundel zijn titel ontleent, gericht aan een vriendinnetje van school dat kennelijk is overleden; hij vraagt haar terug te keren: 'Terug naar waar de wolken overvlogen,/ waar esdoornblaren in de wind bewogen,/ waar tot jouw heengaan Elja, zeven dagen/ nog openlagen./ En na die week van licht en vrede zou je/ in al je witheid opgaan in het blauwe,/ en jij, niet jij, je lip van 't bijten open,/ zou naast me lopen.'

Hij is prachtig, de rauwdouwer Ryzji, die in een treurigstemmende entourage zoveel ontroering weet op te roepen. Hij is bij vertaalster Anne Stoffel in goede handen, en ook bij Kees Verheul, die een enthousiasmerend voorwoord bij de bundel schreef. Niet alleen over Ryzji zelf, in wie Verheul met eigen ogen 'die vonk of zo u wilt die aanwezigheid van iets goddelijks [hoorde en zag], waarmee sinds de oudheid de kern van het begrip dichter is verbonden'. Ook wijdde Verheul een wetenswaardig hoofdstuk aan de geschiedenis van Sverdlovsk/Jekaterinenburg, de stad die in Ryzji's poëzie zo'n grote rol speelt.

Na terugkeer uit Rotterdam lachte het leven de dichter ogenschijnlijk toe. Zijn talent werd alom erkend; er zou een tweede dichtbundel van hem uitkomen bij een prestigieuze uitgeverij, en hij werd genomineerd voor de 'Palmira van het noorden', de grote Petersburgse literatuurprijs. Hij volgde een ontwenningskuur, naar het scheen met succes. Kort daarna, in mei 2001, maakte hij een einde aan zijn leven. De 'Palmira van het noorden' werd hem postuum toegekend.

Boris Ryzji: Wolken boven E.
Vertaald uit het Russisch door Anne Stoffel; ingeleid door Kees Verheul.
Hoogland & Van Klaveren; 64 pagina's; ¿ 14,50.
ISBN 90 76347 29 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden