De aantrekkingskracht van de Turbo Polyp

Het kermisseizoen is weer geopend. Heel gewoon, want het komt elk jaar terug. De geur van plakkerige suikerspinnen, kinderen met een knalrode mond van de wijnballen en veel gillende meiden in rondvliegende machines....

ANP

Toch vergt het maar een heel kleine stap en je ziet iets volkomen absurds. Voor wie toevallig langs de brink in het dorp of de Dam in Amsterdam fietst en getrokken wordt door de loeigeluiden en lichten bijvoorbeeld.

Mensen laten zich als kookwas centrifugeren in technische hoogstandjes met namen als de Super Future Dancer of de Turbo Polyp. Tieners botsen als idioten tegen elkaar op alsof whiplashes nooit bestaan hebben. Kinderen – en hardleerse volwassenen – grijpen naar horloges alsof de grijparmen er niet op ontworpen zijn nooit iets vast te houden.

Wáár in het menselijke bestaan van werken, leren, geld verdienen, kinderen opvoeden en rusten past dit wonderlijke en totaal nutteloze verschijnsel? Wat is de zin van de kermis?

Het is moeilijk te zeggen. Misschien juist daarom dat kermis en kunst – immers ook een terrein dat haar nut niet meteen laat beschrijven – heel wat met elkaar op hebben. Al in de 17de eeuw werden boerenkermissen geschilderd. Voor burgers, om op neer te kijken. Op 19de-eeuwse schilderijen, zoals nu in de tentoonstelling Altijd prijs! Kermis & Kunst in het Larense Singermuseum zijn te zien, zijn het vooral de zwier en de techniek die in de aandacht staan. Het gewoel van mensen leende zich uitstekend voor de impressies van kunstenaars, de attracties leveren veel beweging. Er zijn kleuren te over om mooie composities te maken, zoals Isaac Israëls en Pyke Koch lieten zien.

Daarnaast geeft de façade van vrolijke gezichten de kermisbeelden iets bizars. Dat is er in de 20ste eeuw ingeslopen. Gelach en gedraai is al gauw wrang. Kermissen zijn plekken waar je je makkelijk een thriller kunt voorstellen. Moord in het reuzenrad zonder dat er iemand stopt met lachen. De uitbundigheid van het masker van vertier maakt de kermis in de kunst verdacht. Een lach wordt in een boek, schilderij of film al gauw een grimas.

Maar de verwantschap houdt daar niet op. Kermis ís kunst, en kunst is steeds meer kermis. Hedendaagse modewoorden als ‘ervaringseconomie’ en ‘experience’ zijn de culturele wereld al lang geleden binnengegleden. Zo bleek uit kunstwerken die de musea de afgelopen jaren toonden. Installaties waarin de toeschouwer zich rondom wentelt, de opblaaspoppen van Jeff Koons. Jason Rhoades’ varkensachtige botsauto’s, onder meer te zien geweest in het Van Abbemuseum, zijn misschien een commentaar op vercommercialisering in de culturele wereld, ze zouden als Lunatic Pigs Park of iets dergelijks op een grote kermis ook niet misstaan.

En zo wordt het nut van de kermis toch bewezen. Het vermaak als doel op zich. Af en toe moet de mens een slinger krijgen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden