Recensie Tentoonstelling Nicolaes Maes

De 17de eeuwse Nicolaes Maes laat iedereen elkaar beloeren en afluisteren ★★★★☆

De luistervink, ca. 1656. Beeld The Historic England Archive

De Dordtse schilder Nicolaes Maes (1634-1693) hield van rood. Vermiljoen, om precies te zijn. Fijngemalen cinnaber met aardepigment en rode lak, voor de hysterisch leergierigen onder ons. Het geeft kleur aan mantels en valhelmpjes en tafelkleden en meer, en nu klinkt het alsof Maes zijn halve doeken rood kwaste, maar daarvan was geen sprake: hij gebruikte het pigment juist heel spaarzaam en met groot effect. Rood is in zijn schilderijen meer dan de visuele equivalent van de Spaanse peper: het bindt zijn voorstellingen bijeen en gidst ons erin rond, van onderwerp naar (symbolische) bijzaak, van voor- naar achtergrond. Het bindt Maes, op z’n beurt, aan zijn oude leermeester, Rembrandt.

Als 14-jarige verkaste Maes, aan wie het Mauritshuis nu in samenwerking met de National Gallery een mooi overzicht wijdt, het eerste ooit, naar Amsterdam om bij Rembrandt in de leer te gaan; aan zijn vroege werken is het af te zien. Dezelfde hang naar het picareske, dezelfde voorliefde voor roden. De mantel van Christus in Christus zegent de kinderen, bijvoorbeeld, lijkt gemaakt uit dezelfde lap rode stof als het hemd van Rembrandt op zijn zelfportret uit Wenen. Rembrandts erfenis: het rood en het zwart.

Het offer van Abraham, ca. 1653-54. Beeld Mauritshuis

Het typerende Maes-rood zit ook in de voorstellingen waarvan Maes het bekendst is: de genrestukken met knikkebollende, oude vrouwen en die met luistervinken. Vaak is de luistervink in kwestie de vrouw des huizes. Met een wijsvinger voor haar mond en een samenzweerderige blik maakt ze ons deelgenoot van iets dat zichtbaar is via een doorkijkje, iets amoureus meestal, een flikflooiende wasvrouw ofzo. Op sommige schilderijen is die wasvrouw zelf de afluisterende partij. En degene die wordt afgeluisterd is... de vrouw des huizes! Ze heeft haar handen in haar zij en haar bovenlichaam naar voren geheld, een houding die meteen te herkennen is als onweer op komst. Op Maes’ schilderijen is iedereen iedereen voortdurend aan het beloeren. De reeks Luistervink-werken lijken verschillende scènes uit één klucht. 

Ik zag deze werken kort na die van Pieter de Hooch in het Prinsenhof in Delft en dat was wel inzichtelijk. Maes’ schilderijen zijn anekdotischer dan die van zijn tijdgenoot en soms ook wat flauwer. Zijn schilderijen zijn ook drukker dan die van De Hooch, gevuld met mini-stillevens, zilvergoed, briefjes, en kennen een ander soort lichtwerking: diffuser, meer gefilterd, met fluwelige schaduwen. Het zwart is alomtegenwoordig. Je blik tast erin rond als je lichaam ’s nachts in een vreemd huis.

De jonge naaister, 1655. Beeld Mauritshuis

Gaandeweg de jaren vijftig richtte Maes zich meer op het portretschilderen. In standplaats Dordrecht had-ie er veel succes mee. In Amsterdam, waar hij en zijn familie zich in 1673 permanent vestigde, en waar hij het gat opvulde dat portrettisten als Van der Helst (overleden) en Bol (die rijk trouwde en dus met vervroegd pensioen ging) achterlieten, viel hij er eveneens mee in de smaak. Zijn vroege portretten hebben iets strengs en soms ook stijfs; de latere werken zijn frivoler, op het wufte af, dat was de Franse invloed. ‘Vaardig en vleiend’ noemde kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken deze portretten, wat ze inderdaad zijn. Iets té vleiend, als je het mij vraagt: aan het eind van de expositie voelde ik mijn enthousiasme wegstromen als water door een vergiet. Al die opgedofte pruiken en verkleed-partijtjes: mocht het iets minder zelfvoldaan? Deze portretten zijn kundig, virtuoos soms zelfs, alles glitter en glans, maar daardoor ook glad en popperig. U zegt: dat waren de conventies van die tijd, ja, wis en drie, maar een vent met een dubbelgevouwen haardkleed op zijn hoofd oogt bespottelijk, ongeacht zijn afkomst of de eeuw waarin hij leefde.

Slaapkoppen

Met figuren op genrestukken uit de 17de eeuw is het als met de tieners uit A Nightmare on Elm Street: wie in slaap valt, is de klos. Bij Jan Steen, bijvoorbeeld, worden wegdommelende vrouwen steevast bestolen of bespot. Vaak bevatten zulke schilderijen een les. Slapen staat gelijk aan luiheid en die luiheid lokt narigheid uit, zoals stelende kinderen (twijfelachtige gevolgtrekking trouwens). Ook bij Maes zijn figuren die een tukje doen of hun ogen sluiten nogal eens de pineut. Op zijn beroemdste schilderij, Het gebed zonder end,  besteelt een katje een biddende oude vrouw, en op Slapende man en zakkenrolster wordt een  voornaam heertje gerold door een dame, die daarnet nog het glas met hem hief. Ook hier zien we een les, alleen nu niet over luiheid, maar over onmatigheid: de vrouw denkt met haar hoofd, de man met z’n lever, wat waar is, soms, misschien, maar evengoed geen vrijbrief voor diefstal, uiteraard.

Portret van een jongen als jager, ca. 1671. Beeld Mauritshuis

Nicolaes Maes: Rembrandts veelzijdige leerling

Beeldende kunst

★★★★☆

Mauritshuis, Den Haag, t/m 19/1 

National Gallery, Londen, van 22/2 tot en met 31/5 2020

Catalogus: Nicolaes Maes, Waanders uitgevers, 224 pagina’s, €27,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden