DDR-agenten roofden vrachtwagens vol kunst

DDR-agenten roofden in de jaren zeventig en tachtig vrachtwagens vol kunst van verzamelaars. Hoe ze te werk gingen, komt nu boven water.

Rolf Bos
Stilleven van schilder Adriaen Coorte uit de verzameling van Helmut Meissner belandde in 1988 op een veiling in Amsterdam Beeld RKD
Stilleven van schilder Adriaen Coorte uit de verzameling van Helmut Meissner belandde in 1988 op een veiling in AmsterdamBeeld RKD

Zo brutaal als de nazi's, opereerden de agenten van de DDR niet, maar ook zij stalen massaal kunst van burgers. Voor harde valuta werd die bij veilinghuizen als Christie's verkocht. Nog steeds pogen familieleden de onteigende kunst terug te krijgen. In de meeste gevallen is niet bekend waar de bezittingen zijn gebleven.

Duitsland was de laatste maanden in de ban van de collectie-Gurlitt, de twee jaar terug opgedoken verzameling die bestaat uit deels door de nazi's geroofde kunst. Twee weken geleden werd bekend dat een museum in Bern de werken overneemt, minus de stukken die als geroofd bekendstaan. Die gaan naar de erfgenamen van de oorspronkelijke, vooral Joodse eigenaren.

Roofden de nazi's honderdduizenden kunstwerken, ook in de DDR gebeurde dat op grote schaal. Kenners, zoals de Berlijnse advocaat Ulf Bischof, schatten dat het om tienduizenden stukken gaat die door de Oost-Duitse autoriteiten werden geroofd.

Volgens Bischof, die al jaren speurt naar gestolen kunst uit de DDR, is een deel geveild bij Christie's in Amsterdam. In een onlangs uitgezonden documentaire van EenVandaag ontkende het veilinghuis destijds weet te hebben gehad van de handel in 'roofkunst'.

De kunst ('containers vol', volgens een openhartige Nederlandse handelaar in de uitzending) werd in Oost-Berlijn opgehaald door kunsthandelaren. Christie's verklaarde in het tv-programma een intern onderzoek te hebben gestart. Hoe het daarmee staat, is niet duidelijk. Gisteren was het bedrijf niet bereikbaar voor nadere uitleg.

Tussen 1973 en 1989, het jaar dat de Muur viel, werden honderden kunstverzamelaars in Oost-Duitsland voor dag en dauw 'overvallen' en gedwongen hun kunst af te staan. Dat ging op 'legale' wijze volgens de wetten van de DDR. De eigenaar werd een fictieve belastingschuld opgelegd, zo hoog dat die nooit te betalen was. Gevolg: de kunstverzameling - schilderijen, beelden, antieke meubels, maar ook duur porselein - werd geconfisqueerd.

Inval

In The New York Times werd deze week beschreven hoe zo'n inval verliep. Vroeg in de morgen van een maartse dag in 1982 meldden agenten van de geheime politie zich bij het huis van Helmut Meissner, bekend kunstverzamelaar in Dresden.

Buiten stonden vier vrachtwagens te wachten, binnen catalogiseerden de agenten de uit tweeduizend stuks bestaande kunstverzameling. Aan het eind van de dag was huize Meissner leeg. De eigenaar, 79 jaar oud, werd door de autoriteiten voor een half jaar opgeborgen in een psychiatrische inrichting. Gevangenisstraf kregen wel meer eigenaren van onteigende kunst in de DDR. Aanklacht: belastingontduiking.

De DDR had in de jaren zeventig en tachtig harde valuta nodig. Om die binnen te krijgen, werd van alles bedacht. Politieke gevangenen werden gedwongen voor westerse bedrijven te werken of ze moesten bloed afstaan, dat als bloedplasma aan Zwitserse tussenhandelaren werd verkocht.

Ook 'kunstroof' was voor de DDR-autoriteiten een lucratieve bezigheid. De diefstal geschiedde onder de vlag van de afdeling Kommerzielle Koordinierung ('KoKo') van het ministerie van Buitenlandse Handel, dat, onder leiding van de beruchte DDR-man Alexander Schalck-Golodkowski, schimmige zaakjes deed met het 'kapitalistische buitenland'. De deelafdeling Kunst und Antiquitäten GmbH hield zich bezig met de roofkunsthandel.

Volgens advocaat Bischof, die een boek over het onderwerp schreef, is een deel van de roofkunst terechtgekomen in Duitse musea. Zo bezat het Angermuseum in Erfurt tot voor kort 77 kunstwerken uit de collectie van Heinz Dietel. 'Geroofd' door de Stasi in de jaren zeventig. Na jaren juridisch gehakketak kreeg zijn zoon Matthias (Dietel sr. stierf al in 1975) eerder dit jaar een deel van de verzameling porselein, meubelen, glas en keramiek terug.

DDR-baas A. Schalck-Golodkowski. Beeld Bundesarchiv
DDR-baas A. Schalck-Golodkowski.Beeld Bundesarchiv

Moeilijk te traceren

Volgens Bischof zijn werken die in musea zijn opgenomen makkelijk te traceren. Moeilijker wordt het voor kunst die in particuliere handen is. The New York Times beschreef onlangs de gang van een schilderij van de Middelburgse schilder Adriaen Coorte, afkomstig uit de collectie van de eerder genoemde Helmut Meissner.

Coortes stilleven met kastanjes uit 1705 werd in 1988 op een veiling van Christie's in Amsterdam voor 76.974 dollar (62.642 euro) gekocht door een Zwitserse kunsthandelaar. Die verkocht het voor 145 duizend dollar aan de Amerikaanse verzamelaar Henry H. Weldon.

Diens weduwe weigert het nu terug te geven aan de familie Meissner. Het is destijds legaal en in goed vertrouwen aangekocht, men had geen idee dat het door de Stasi geroofde kunst betrof, zegt haar advocaat. Ook wordt door de jurist in twijfel getrokken of het wel om hetzelfde schilderij gaat.

Konrad Meissner, de zoon van de oorspronkelijke eigenaar, noemt dit in The New York Times onzin. Hij herkent het stilleven uit duizenden. 'Het hing bij mijn ouders aan de muur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden