Davis verbluft met volronde Faust

MUZIEK Hector Berlioz: La damnation de Faust door het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor o.l.v. Colin Davis. 22 juni, Concertgebouw Amsterdam....

'Has! Has' en 'Diff! Diff' deden het natuurlijk buitengewoon goed. De uitroepen waarmee de triomfantelijk dansende demonen Mephisto's overwinning vieren aan het slot van Berlioz' Damnation de Faust, zijn altijd goed voor spectaculaire uitbarstingen van orkestraal geweld. Maar al in het 'Ha! ha! Landerira' aan het begin van deze 'dramatische legende' vonkte het maandag bij het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor.

Alleen bij 'Tra la la la' en 'Ho! ho! ho', in diezelfde koorpassage uit de tweede scène, waren er enige ongelijkheden en incongruenties tussen koor en orkest waarneembaar. En die bleken in het verdere verloop mede typerend voor het leiderschap waarmee dirigent Colin Davis de boeren, duivels, studenten, engelen en helse verschrikkingen uit dit magistrale epos van Berlioz voor solisten, koor en orkest tot klinken bracht.

Davis heeft bij het Concertgebouworkest met Berlioz een naam hoog te houden. Zijn opname van de Symphonie fantastique uit 1974 geldt nog steeds als één van de hoogtepunten van zijn samenwerking met dit orkest. Berlioz' ouverture Benvenuto Cellini, waarmee Davis vorige week woensdag na dertien jaar zijn rentree maakte als gastdirigent van het Concertgebouworkest, werd beschouwd als smaakmaker voor de uitvoering van de 'Faust'.

Hoewel de orkestpopulatie in dertien jaar aanzienlijk is gewijzigd en Davis een heel ander orkest aantrof dan in de jaren zeventig en tachtig, is het verbluffend hoe makkelijk hij die oude, bijna ouderwetse volronde klank van het Concertgebouworkest weer terugkreeg. Alsof die speelstijl ligt verankerd in de genen van de musici en als vanzelf wordt doorgegeven aan de jonge generatie.

De lucht zinderde weer even boven de snaren van de strijkers; machtig knorde en ronkte de fagotsectie in het koor van soldaten en studenten; met een ondragelijke lichtheid dansten de elfen in het Ballet de Sylphes. In tegenstelling tot zijn jongere collega's is Davis geen dirigent die met strakke slag de maat houdt. In zijn haast ontspannen armgebaar laat hij lucht en ruimte, met zijn mimiek en lichaamstaal doet hij meer dan met een precieze maatvoering, en alleen waar exacte slagorde is vereist, priemt zijn bâton.

Dat leidde zonder twijfel tot momenten van grootse muziekbeleving. Had hij meer tijd met het orkest gehad - dat de 'Faust' toch ook niet dagelijks op de lessenaars heeft staan - zouden die momenten zich wellicht aaneenrijgen tot de ondragelijke spanningsboog die Berlioz in zijn licht-overspannen hoogromantische fantasieën voorstelde. Misschien dat koor en orkest dat daadwerkelijk bereiken wanneer ze de concerten met Davis komende dagen herhalen tijdens de Wereldtentoonstelling in Lissabon.

Of de solisten zover komen, is dubieus. Tenor Stuart Neill miste in de hoogte net de kracht en openheid van klank voor een gedenkwaardige 'Faust', bariton Kristinn Sigmundsson was eerder een humoreske Méphistophélès dan een satanisch verleidelijke en in de Albanese mezzosopraan Enkelejda Shkosa schuilt weliswaar een gouden keel, maar daarmee wist ze in de rol van Marguerite toch weinig ontroering te veroorzaken.

Daar kan Davis niet veel aan doen, al zou het helpen als de balans tussen orkest en solisten wat beter was afgestemd. In feite vlamde Davis vooral op de momenten dat hij alleen het orkest om handen had. In dat opzicht was de Symphonie fantastique misschien een betere keuze geweest. Hopelijk duurt het geen dertien jaar voor hij daarover weer eens zijn licht laat schijnen.

Pay-Uun Hiu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden