David

In samenwerking met het VPRO-tv-programma Café De Liefde vroegen we u een verhaal te schrijven over die bijzondere, ontroerende, hilarische, rampzalige of oersaaie eerste keer....

tekst Gilles van der Loo

De zon schijnt door zijn blonde haar, dat alle kanten op staat. Zijn blauwe ogen glimmen in zijn melkchocoladebruine gezicht. Hij is zo bruin dat ik onder zijn huid wil voelen. Mijn vingers woelen in het gras. Ik probeer niet de hele tijd naar zijn borstspieren te kijken; maak spleetjes van mijn ogen, alsof ik last van de zon heb.

‘Dina’, zegt hij, ‘waarom kom je niet zwemmen?’

In de verte, aan de andere kant van het ven, staat een rij hoge bomen. De wind rukt aan hun bladeren, hun takken. Wolken hangen opgestapeld te wachten aan de horizon, maar hierboven is de lucht blauw. Heel af en toe komt er een vlaag wind voorbij, dat ruikt naar het water waarin David al de hele middag zwemt.

Vanochtend ging de deurbel. Ik rende naar beneden en deed open. Daar stond hij. Het was beter dan ik had gedroomd, échter. Hij vroeg of ik met hem meeging naar het ven. Wat ik zei weet ik niet meer, maar het was vast stom.

David wachtte bij de voordeur terwijl ik naar mijn kamer rende. Ik deed mijn bikini aan, met daarover mijn zwarte trui en de spijkerbroek die ik niet aan mag naar school. Toen ik beneden kwam was ik bang dat hij er niet meer zou zijn.

Bij het tuinhek keek ik of Jalande en Kim soms achter de bosjes stonden om me uit te lachen, maar ze waren er niet. David nam me op de stang van zijn fiets, tussen zijn armen. Onderweg praatte hij over de brommer die hij gaat kopen. Ik had moeite met slikken; zijn lippen waren vlak bij mijn oor.

David houdt zijn hand boven zijn ogen en tuurt naar de wolken. Hij zegt: ‘Die komen vast hierheen. Mooi kut.’

Ik ga op mijn rug liggen, met mijn hoofd op mijn handen; verpletter ik het gras onder mijn knokkels, onder het gewicht van mijn hoofd. Achter mijn oogleden is een geeloranje licht dat mijn gedachten één voor één uitveegt.

Ineens is het donker. Ik doe mijn ogen open. David staat boven me, met zijn benen aan weerszijden van mijn heupen. Hij houdt een hand boven mijn gezicht; er valt zand in mijn mond, in mijn ogen. Als ik wil opstaan gaat hij op mijn buik zitten. Ik probeer hem eraf te bokken, maar hij is te zwaar en zijn knieën priemen in mijn schouders.

‘Doe je mond open’, zegt hij.

Ik knijp mijn lippen stijf op elkaar. Mijn oogleden ook. Het zand blijft komen, tussen mijn wimpers, in mijn neus. Als ik niet snel mijn mond opendoe dan stik ik. Opeens haalt hij zijn gewicht van mijn schouders. Hij gooit het zand weg en klopt zijn handen schoon boven het gras.

‘Geintje’, zegt hij.

Ik knipper met mijn ogen, probeer het zand eruit te wrijven.

‘Lachen’, zeg ik.

De bobbel in zijn zwembroek lijkt groter dan zonet. Misschien heeft hij een stijve. In mijn hoofd zak ik door mijn knieën en neem hem met grote open ogen in mijn mond, zoals op YouPorn. Helemaal tot achterin. Ik schraap mijn keel en spuug het laatste beetje zand uit.

‘Oké’, zeg ik, ‘jij hebt gewonnen.’

Ik ruik naar zweet. Als hij bukt om zijn broek te pakken haal ik mijn deodorant uit mijn tas en rol snel onder mijn oksels. David hijst zijn Gapstar op, knoopt de gulp dicht. Dan houdt hij zijn T-shirt omhoog: ‘Wat denk jij? Aan of uit?’

Ik wil dat hij zijn broek óók weer uitdoet. Het T-shirt moet in ieder geval uit blijven. Ik zeg: ‘Hoe moet ík dat weten?’

‘Uit dan maar.’ Hij gooit zijn shirt op de grond naast zijn rugtas. ‘Waarom doe je die trui niet uit?’, vraagt hij. ‘Dat is toch hartstikke warm?’

Ik had niet gedacht dat het buiten zou gebeuren; dacht meer aan onder mijn dekbed, ’s nachts. Dat hij zou binnenkomen door mijn raam en bij me in bed zou kruipen, langzaam en warm en overal tegelijk.

Als we het gaan doen dan zal ik toch wat uit moeten trekken. Ik ga zo rechtop mogelijk zitten en houd mijn buik in, pak de rand van mijn trui en trek hem over mijn hoofd.

‘Zo’, zeg ik. ‘Ben je nou tevreden?’

Ik pak de zonnebrand uit mijn tas, doe een klodder op mijn hand en smeer hem uit over mijn armen, schouders en borst. Mijn buik laat ik zitten. Die drilt als een pudding als je hem aanraakt. Als ik klaar ben kijk ik naar David, die met zijn rug naar me toe naast zijn tas zit.

‘Wil je ook wat zonnebrand?’, vraag ik.

‘Doe mijn rug maar.’

Bijna zeg ik: ‘Doe het zelf.’

Mijn handen zijn maar moeilijk te besturen. Ik wrijf de crème warm en leg ze op zijn rug. Kleine blonde haartjes lopen van boven naar beneden, ze gaan liggen onder de crème en springen daarna een voor een overeind. Nivea met David ruikt naar iets dat je zou willen eten. Opeens zitten mijn handen in zijn zij, bijna aan de voorkant. Hij staat op. Ik hou mijn adem in.

‘Zullen we zoenen of niet?’, zegt hij.

Ik knik op een rare manier en krijg kramp in mijn nek. Als hij naast me hurkt heb ik mijn gezicht omhoog en mijn mond open, als een hongerig kuiken. Hij steekt zijn tong in mijn mond, en het is best wel ruw. Rondjes maakt hij, kleine en grote. Ik probeer een ritme te ontdekken, maar telkens wanneer ik denk dat ik het heb doet hij weer wat anders. Stroompjes schieten van mijn buik naar mijn borsten en weer terug, en verder naar beneden. Ik heb mijn ogen open, wat niet hoort. Misschien moet ik meer ontspannen.

Als hij het maar niet op zijn hondjes wil doen.

Het zoenen stopt. Hij leunt een beetje naar achter, legt zijn hand op mijn borst en knijpt erin. Zijn andere hand trekt aan mijn knie, waardoor mijn benen uit elkaar gaan. Mijn benen willen niet uit elkaar, maar als ik niet op zijn hondjes wil zal het wel moeten. Zijn hand schuift in kleine stapjes naar mijn rits. Davids ademen gaat steeds sneller. Misschien moet ik hem ook aanraken.

Ik haal mijn hand uit het gras en kruip ermee over zijn been naar de bobbel. Zijn ogen worden groter, alsof hij verbaasd is. Zijn wangen worden rood, door het bruin heen. Met een knikje vraag ik of het mag.

Ik leg mijn hand op zijn gulp, duw ertegen. Met twee vingers wrijf ik over zijn pik, die als een banaan onder de stof geklemd zit. Ik denk wel dat ik hem zou kunnen pijpen, maar niet helemaal zo diep. David staart naar mijn hand en kreunt zachtjes. Opeens schokt hij een paar keer met zijn buik en schuift naar achteren. Hij staat op.

Hij gaat zijn broek uit doen. Het gaat gebeuren en ik wil het. Ik wil het en ik weet al wie ik ga bellen als ik thuiskom en wie daarna en wie daarna. Ik ga het doen met David. Met mijn ogen dicht maak ik de strik los die mijn topje bij elkaar houdt en laat het van mijn armen glijden. Ik weet dat hij naar mijn borsten kijkt, het zijn de grootste van de klas. Eigenlijk wil ik mijn ogen niet meer opendoen.

‘Wat doe jij nou?’, vraagt David.

Hij is aangekleed, heeft zijn fiets gepakt en staat met zijn handen aan het stuur naar me te kijken. Ik gris mijn topje van het gras, met mijn andere arm verberg ik mijn borsten.

‘Jij zei dat ik mijn trui uit moest doen’, zeg ik.

Hij lijkt niet te luisteren. Staart in de richting van het fietspad.

‘Om te zwemmen’, zegt hij, en kijkt op zijn horloge. ‘Het gaat regenen. Ik weet niet of ik nog tijd heb om je naar huis te brengen.’

Ik heb iets fout gedaan. Misschien moet je de eerste keer je borsten niet laten zien. David gaat op zijn trappers staan en begint te fietsen. Zijn rugtas is nog open.

‘Hoeft niet’, zeg ik. ‘Ik blijf toch nog even.’

Ik kijk hem na tot hij door het hoge gras niet meer te zien is, en kleed me aan. De wolken hangen nu boven de bomen en het waait steeds harder. In de verte regent het al. Ik sta op en begin te lopen. Achter elk bosje verwacht ik ze, Jalande en Kim. De hele klas misschien wel, wijzend: Dina-saurus. Dinasaurus Dina met d’r dubbel D. Maar er is alleen het fietspad, dat door de weilanden loopt tot aan de dijk en daar afbuigt naar het dorp. In de verte zie ik David fietsen. Hij zit voorover als een wielrenner, de rugtas scheef op zijn rug. Morgen is het maandag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden