Interview Muzikant David Carmona

David Carmona: ‘Ik moest leren dat er altijd een uitweg komt en je een melodie vindt om je verhaal mee voort te zetten’

Zelfs in Sevilla wordt de flamenco overstemd door harde beats. Maar in handen van David Carmona vindt de gitaar nieuwe vrijheid in zijn oude lied. Dit weekend is hij in Nederland.

Gitaar-flamenco muzikant David Carmona. Beeld Pauline Niks

Hij is de hoop van de klassieke Spaanse gitaarkunst, een belofte van nieuw leven in trillende snaren en roffels op de klankkast. Maar als je onverhoeds tegen David Carmona (32) aanloopt in een wat regenachtig Sevilla, aan de oevers van de rivier Guadalquivir, zou je je toch weer zorgen gaan maken over de staat van die prachtige instrumentale traditie.

Carmona is ziek, en niet zo’n beetje ook. ‘Mijn maag, al weken. Ik kan niets eten’, zegt hij. Dat is duidelijk: hij ziet er grauw en graatmager uit, zeer zorgwekkend. ‘Ik leef al tijden op gekookte aardappels en soep. Ik moet naar de dokter.’ Dat moet hij zeker. Maar eerst moet hij nog dat belangrijke optreden verzorgen in Sevilla, waar iedere twee jaar in september de beroemde Bienal de Flamenco de Sevilla wordt gevierd.

En die show mag hij niet missen omdat de gitaar de laatste jaren moet vechten voor een plek in de muziekwereld, en dus zelfs op een festival voor de betere flamenco. ‘Het is heel vreemd en uitermate frustrerend’, zegt Carmona als we zijn gaan zitten aan een rumoerige terrastafel waar een meisje met een smartphone keihard YouTube-video’s aan het afspelen is. ‘Aan de ene kant komt overal het talent op, van Córdoba tot Almería, en lijkt de gitaar weer echt in ontwikkeling. Maar aan de andere kant lijken overal de deuren dicht te gaan. Er is nauwelijks een plek om te spelen, om je muziek te laten horen. De flamenco als kunstvorm staat natuurlijk nog steeds in de belangstelling, vooral in Sevilla. Maar het is toch vooral de dans die de aandacht trekt en waar hier ruimte voor wordt gemaakt.’

Het is een wat treurige constatering. En wie ’s avonds over de boulevard van Sevilla wandelt, weet dat het nog erger kan: in een van de oergronden van de flamenco knalt overal de reggaeton uit de café’s, en over de terrassen van de ontelbare shisha-lounges. Alsof de flamenco met het pek en veren van de platte beats en bassen de stad uitgejaagd moet worden.

Doodzonde, want vooral David Carmona zou overal gehoord moeten worden, en glimmend op een voetstuk worden gezet –gelukkig speelt hij komende zaterdag in het Amsterdamse Bimhuis, en kan hij in ieder geval in Nederland eens laten horen hoe ongelooflijk diepzinnig en artistiek de gitaar-flamenco nog altijd is.

En dat ervaar je ook op Carmona’s laatste plaat Un Sueño de Locura – over die titel later meer. In uitgestrekte instrumentale solostukken als Rincón de la Soleá hoor je hoe de gitaar vanuit een ver verleden aan komt rollen, en flarden Oosterse en antieke muziek meesleept. Maar onder de vingers van Carmona krijgt het stuk karakter, een eigen gezicht. Hij tekent onnavolgbare melodieuze lijnen uit, alsof hij een verhaal vertelt van voor- en tegenspoed, vol ups en downs op de gitaarhals.

Het is pure flamenco, dat valt niet te ontkennen. Maar voor iemand die niets heeft met die Andalusische hoogcultuur moet de muziek van Carmona toch ook bedwelmende krachten hebben. Zijn spel is spiritueel, en tekent beelden en landschappen die iedereen voor zijn ogen kan zien opdoemen. De kenner hoort nog wel de vaste, in diepe traditie vastgelegde vormen van de flamenco, maar zou er ook eens de schouders bij op kunnen halen: wat boeit dat eigenlijk?

Eigen geluid

Het is een dingetje onder flamenco-kenners: het verschil in (gitaar)geluid tussen de Andalusische regio’s, van Jerez tot Granada en Sevilla. David Carmona komt uit Granada, maar hij denkt dat de regionale verschillen nauwelijks nog te horen zijn. ‘Dat is iets van eeuwen geleden, toen er weinig contact was tussen de steden vanwege de afstand. Maar nu is die afstand heel klein geworden natuurlijk, en staat iedereen constant in contact met elkaar. Nu zoekt iedere flamencogitarist zelf een beetje zijn eigen sound.’

Carmona zegt het zo: ‘Als gitarist die is opgeleid in de flamenco gebruik je natuurlijk al die vaste vormen, om daar je werk in vast te leggen. Maar ik voel me steeds vrijer. Als ik een stuk speel in het ritme van de ‘soleá’ (een van de ritmische oervormen en dus ‘palos’ van de flamenco, red.), dan wil ik dat het ritme mij niet vastlegt, maar me juist uit laat breken. Die soleá mag mij vertellen wat zijn identiteit is, waarna ik mijn eigen weg kan gaan. De vorm is een vertrekpunt, het muziekstuk een eigen weg, een denkrichting.’

Het klinkt misschien ingewikkeld of zelfs wat zweverig, maar in de muziek van Carmona is precies te horen wat hij bedoelt. In de intro’s van zijn stukken lijkt het of de gitarist links en rechts wat losse noten uit de lucht plukt, als appels uit een boomgaard. Daarna ontploft het stuk in meeslepende en zeer herkenbare flamencovormen, om daarna weer weg te drijven op dichterlijke vrijheden. Het is geworteld in traditie, maar tegelijk avontuurlijk en vrij.

En dus klinkt zijn gitaarkunst als universele muziek, die het zou verdienen uit de cultuurgemeenschap van de flamenco te breken. ‘Leuk om te horen’, zegt Carmona, die probeert een glas kamillethee binnen te houden. ‘Misschien kan ik een keer optreden voor het universum.’

Al die lyrische ingevingen komen Carmona echt niet aanwaaien en daar wil de gitarist ook wel wat over vertellen, al was het maar om misverstanden te voorkomen. Carmona kreeg op zijn zevende een gitaar in handen gedrukt en heeft het ding sindsdien alleen losgelaten als hij moest gaan slapen. ‘Ik kom uit een zigeunerfamilie en uiteraard is flamenco bij ons belangrijk, vooral bij feesten en bruiloften en zo. Maar ik kom niet uit een supermuzikaal gezin. Mijn moeder is advocaat, mijn vader is leraar.’ Met een cynisch lachje: ‘Dus we zijn niet zo’n gezin dat past in het cliché-plaatje van het Spaanse zigeunerleven.’

Die gitaar kreeg Carmona van een oom, die hem als eerste leerde zelf te stemmen. Carmona kon uitstekend met zijn instrument én de stemknoppen uit de voeten. Op zijn twaalfde deed hij mee aan een talentenwedstrijd op tv. En daar werd hij ontdekt, door een van de grootheden van de flamencogitaar: Manolo Sanlúcar (76), een Spaans gitaarmonument met de status van een halfgod. 

En die gitaarheld nam plaats naast de kruk van Carmona, en bleef daar gedurende bijna twee decennia zitten. Carmona: ‘Het is moeilijk precies uit te leggen wat Sanlúcar voor mij betekent. Zijn lessen zijn onschatbaar maar gaan nauwelijks over techniek of vaste stijlen. We praten veel, over poëzie en literatuur, en de rol van de flamenco in de kunsten. En hij zit dus naast me, te luisteren. Ik voel me bij hem soms meer een filosofiestudent dan een gitaarleerling.’

Carmona heeft geleerd een eigen diepgang te vinden, zegt hij, en nooit te vervallen in mechanismen. En daar komt nu zijn eigen ontworstelde flamenco vandaan, in zijn solowerk en als gitarist van de zanger-in-opkomst Kiki Morente, de zoon van de in 2010 overleden zanglegende Enrique Morente. En we horen Carmona schitteren op die fraaie plaat Un Sueño de Locura.

O ja, die titel: ‘een droom van gekte’. Vertel eens? ‘De droom is de fantasie die ik had als kind van 7, om ooit iets te gaan betekenen met die gitaar, waar ik zo snel zo hartstochtelijk ging houden. Maar de gekte staat voor de enorme berg werk die aan die droom verbonden bleek te zitten. Ik heb peentjes gezweet op deze plaat. Ik ben wanhopig geweest, omdat ik in een stuk niet verder kon. Omdat ik helemaal opdroogde en geen idee had welke weg ik nog moest inslaan. Daar raakte ik echt van in paniek, ik ging twijfelen aan mezelf en aan mijn talent. Dat was heel confronterend. En ik moest dus nog leren dat er dan altijd toch een uitweg komt, als je door een goddelijke interventie toch ineens weer het licht ziet, en een melodie vindt om je verhaal mee voort te zetten. Het klinkt misschien vreemd en overdreven voor iemand die niet in deze gitaarwereld zit, maar geloof me, deze kunst is ook een keiharde strijd.’

Optreden, zoals zaterdag in Amsterdam (hij is inmiddels hersteld van zijn aandoening), ervaart Carmona gek genoeg als vakantie, zegt hij. ‘Het is vreemd, maar dan voel ik dus echt helemaal geen druk. Als ik een podium op kom, ga zitten en begin te spelen dan stroomt mijn hoofd helemaal leeg. Ik denk dan echt dat ik even niet hoef te werken. Dat ik op een plek zit waar ik alleen maar leuke dingen hoef te bedenken.’

Het klinkt als het tegenovergestelde van podiumvrees, waar Carmona’s leermeester Manolo Sanlúcar in ernstige mate aan leed gedurende zijn actieve carrière. ‘Inderdaad, en ik weet ook niet hoe ik er precies aan kom maar ik doe er maar gewoon mijn voordeel mee.’

De plaat Un Sueño de Locura is verschenen bij het Spaanse label Nuevos Medios, en is te vinden op de streamingplatforms. David Carmona speelt met zijn trio op 9/2 in het Amsterdamse Bimhuis en op 10/2 in LantarenVenster, Rotterdam, in het kader van de Nederlandse Flamenco Biënnale. Voor dat festival speelt ook nog de fenomenale fluitist Sergio de Lope met zijn flamenco-jazzband, op 8/2 in het Bimhuis en 9/2 in LantarenVenster, Rotterdam. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden