InterviewJazzcomponist Maria Schneider

‘David Bowie had veel respect voor jazzmuzikanten’

Jazzcomponist Maria Schneider werkte met wederzijds plezier samen met David Bowie, die zich net als zij zorgen maakte om de invloed van grote techbedrijven in de muziek. Na Bowies dood begon ze aan het album Data Lords, dat er nu is.

Maria Schneider. Beeld Briene Lermitte
Maria Schneider.Beeld Briene Lermitte

Als jazzcomponist Maria Schneider (59) in New York achter haar piano gaat zitten heeft ze normaliter nooit een onderwerp of thema in gedachten. ‘Ik kan niet echt ergens over schrijven. Het is meer een kwestie van welke kant mijn gevoel opgaat. Zo bepaal ik welk instrument ik het eerst laat soleren en wat de klankkleur moet worden.’

Maar dit keer ging het toch wat anders, vertelt ze op Skype vanuit New York. Schneider wordt al jaren gerekend tot de belangrijkste componisten van orkestrale stukken in de New Yorkse jazz. Anders dan bijvoorbeeld Duke Ellington (piano), Charles Mingus (bas) en Wayne Shorter (sax) is Schneider nooit als solist te horen, maar met haar composities wist ze al vijf Grammy’s in de wacht te slepen. Ook was ze regelmatig op North Sea Jazz Festival te zien.

Data Lords, het net verschenen album waaraan Schneider met haar Orchestra begin 2016 begon te werken, ontstond in een periode van rouw en woede. ‘De woede was een ontlading van ergernissen die ik al jaren had over de toenemende mate waarin we afhankelijk worden van grote techbedrijven. Ik strijd al jaren tegen de macht van YouTube, Spotify en andere streamingdiensten en maak me ernstig zorgen over de handel in data.’

Het gevoel van rouw werd veroorzaakt door de dood van David Bowie, januari 2016. Schneider had de popster niet alleen goed leren kennen, ze hadden in 2014 samen een nummer opgenomen, Sue (Or in a Season of Crime) en Schneider had Bowie gekoppeld aan de jazzmuzikanten met wie hij Blackstar had opgenomen, dat daags voor zijn dood verscheen.

‘Wat ik vooral van Bowie leerde is dat ik niet bang moest zijn voor de wat meer duistere elementen in mijn composities. Ik mocht best wat dieper gaan, vond hij. Meer mineur-akkoorden, de blazers wat zwaarder aanzetten en af en toe eens een laten scheuren. Dat is precies wat ik op de eerste helft van Data Lords gedaan heb, en het luchtte echt even op.’

Pastoraal

Dit nieuwe album van het Maria Schneider Orchestra bestaat uit twee delen, The Digital World en Our Natural World. Ze verschillen nogal van kleur en stemming. De digitale wereld wordt dankzij onder anderen gitarist Ben Monder en tenorsaxofonist Donny McCaslin bijna dystopisch verklankt. ‘De bevrijding komt in het tweede deel’, stelt Schneider. ‘Dan wordt de toon dankzij de inzet van sopraansax en accordeon eleganter, en krijgt de muziek een meer pastoraal tintje. Er sijpelt meer licht naar binnen.’

De twee helften leveren samen een van de mooiste, rijkste jazzalbums van het jaar op. Een hoogtepunt ook in het oeuvre van Schneiders orkest, dat nu al meer dan dertig jaar actief is en weinig verloop aan spelers kent. Enkelen van hen, zoals Monder en McCaslin, doken ook op in de credits van Bowies zwanenzang Blackstar.

Hoe kwam de Engelse popmuzikant Schneiders orkestleden eigenlijk op het spoor? ‘Jaren geleden kwam hij in New York naar een concert van mij. Ik wist niet dat hij in het publiek zat, dat hoorde ik achteraf. Een paar weken later nam zijn management contact met me op. Ze wilden Bowie als kerstcadeau mijn albums geven. Daar ging ik in de metro, met een stapel gesigneerde platen, op weg naar David Bowie.’

Echt ontmoeten deed ze hem pas later. ‘Ik zat in de trein naar Boston toen ik werd gebeld. Hoi, je spreekt met David Bowie. Toen ik ophing schreeuwde ik het uit tegen de man naast me in de coupé. Weet u wie dat was? Dat was David Bowie, hij wil met me samenwerken.’

Uiteindelijk bleek de single Sue (Or in a Season Of Crime) het enige wat Bowie samen met Schneider zou opnemen. Het nummer won een Grammy, maar Schneider kon in haar agenda geen tijd vrijmaken om de samenwerking te continueren.

‘Bowie wilde met jazzmuzikanten verder en vroeg me om tips. Ik introduceerde hem aan enkele van mijn orkestleden die wat hadden met popmuziek, vooral met techno en drum-’n-bass waar Bowie toen dol op was. Zelf nam ik afscheid. Ik zou later wel weer wat met hem gaan doen, was de afspraak.’

Zover zou het nooit komen. ‘Dat steekt me tot de dag van vandaag. Ik had echt het gevoel dat we veel van elkaar konden leren. Hij had een enorm respect voor jazzmuzikanten en werd zelfs een beetje nerveus van ons.’

Invloed

Bij de opnamen van Data Lords moest Schneider vaak aan hem denken. ‘We hadden het ook vaak over de toenemende invloed van grote techbedrijven in ons dagelijks leven. Hij maakte zich daar ook zorgen over. Als ik weer eens een donkere passage had uitgeschreven, zag ik zelfs zijn invloed in de noten.’

En het leek ook wel alsof de orkestleden die op Bowies Blackstar hadden meegespeeld minder uitleg nodig hadden. ‘Schrijf niet alles op, zei David. Ik kon met wat gebaren ter plekke ook duidelijk maken wat ik wilde. Zoals even met m’n ellebogen zwaaien, bam-bam-bam als ik het het harder wilde hebben. Dat durfde ik vroeger niet.’

Nu wel. Er zit meer dynamiek in haar werk. ‘Ik heb twee belangrijke leermeesters gehad. Gil Evans en David Bowie. Van Gil, wiens assistent ik in de jaren tachtig even mocht zijn, leerde ik het lijnenspel. Geef elk onderdeel in het ensemble een eigen melodielijn en houd daar aan vast. Van David leerde ik dat het soms best wat zwaarder mocht klinken.’

Beide grootheden hadden nog plannen met haar die nooit werden verwezenlijkt. Ook die met de grote orkestleider Gil Evans niet, die onder anderen met Miles Davis werkte. Hij nodigde haar vlak voor zijn dood in 1988 uit. ‘We zouden tijdens de lunch over mijn muziek praten, waar hij toen meer ideeën over had dan ikzelf. Dat gesprek heeft nooit plaatsgevonden, een week voor onze afspraak overleed hij. Maar in al mijn orkestwerk klinkt zijn invloed door, daar is op Data Lords die van David Bowie bijgekomen.’

Maria Schneider Orchestra: Data Lords. ArtistShare.

Spotify

De meeste muziek van het Maria Schneider Orchestra is niet te vinden op de streamingdiensten. Van haar recente albums stelt ze steeds één track beschikbaar op Spotify. ‘Met grote tegenzin. Maar mijn muziek zou niet bestaan als ik niet op Spotify te vinden was.’ De opnamen van haar muziek betaalt ze zelf, met hulp van crowdfunding. ‘Die 250 duizend dollar per album krijg ik van YouTube en Spotify nooit terug. Ik heb liever tienduizend luisteraars die weten wat ik doe dan dat ik word gehoord door een miljoen mensen op Spotify die ongeïnteresseerd maar wat aanklikken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden