REPORTAGE

David Bade wil mensen bereiken die niet met kunst in aanraking komen

In de jaren negentig werd David Bade omarmd door de artistieke avant-garde, nu portretteert hij inwoners van Heerlen. Dat is, besefte hij, wat hij wil: mensen bereiken die niet met kunst in aanraking komen.

Werk van David Bade gemaakt naar aanleiding van gesprekken in verzorgingstehuis Parc Imstenrade. Beeld .

Leo Elbers kijkt het van achter zijn tuinhek eens rustig aan. Hoe op deze zondagochtend op het plein met de grote lindebomen een tot mobiel atelier omgebouwde loempiakar is neergestreken. Er staat een campingtafel voor met een plank erop. Wat doen die mensen daar toch? Het lijkt wel of ze kleien.

Lang hoeft Elbers niet op antwoord te wachten. David Bade (45), beeldend kunstenaar, tien dagen op bezoek in de oude mijnwerkerskolonie Beersdal in Heerlen, stapt op hem af. Hij vertelt Elbers dat hij portretten maakt van Heerlenaren, als een soort register van de stad, hij is hier al voor de tweede keer, net als in de wijk hiernaast trouwens, Rennemig - komt Leo daar ook weleens?

Nee, zegt Elbers, zijn gezichtsuitdrukking tussen nieuwsgierig en achterdochtig in, nee, hij komt er zelden, hij kent er niemand, hij is er echt een van Beersdal: geboren en nooit meer weggegaan.

In een paar minuten gaat hij in grote stappen door zijn leven: in de mijn gewerkt tot de sluiting in 1974, met vervroegd pensioen toen hij 55 was, nu alweer twintig jaar geleden, vorig jaar zijn heup gebroken, medicijnen gekregen waarvan hij helemaal raar werd: hij trok de schilderijen van de muur en hij herkende niemand meer.

Maar willen we niet even koffie komen drinken?

Terwijl Elbers in de keuken een nieuwe kan zet, zegt Bade: 'Dit is te gek, toch? Dat je echt in gesprek raakt met je publiek?'

Leo Elbers. Beeld Linda Stulic

Visueel archief van Heerlen

David Bade tekent Heerlen onder de tafel heet het project waarvoor Bade de laatste jaren al een paar keer naar Heerlen is afgereisd. Het is onderdeel van de 'overeenkomst voor het leven', die hij in 2013 tekende met kunsthuis Schunck. Afgesproken is dat hij, voor de rest van zijn leven, met zekere regelmaat terugkeert naar Heerlen om portretten te maken van de inwoners. Schunck neemt die op in de collectie en bouwt zo een visueel archief van de stad.

In een stad waar het gemiddelde opleidingsniveau laag is en de werkloosheid hoog, kiest Schunck daarmee voor de confrontatie: als de mensen niet naar de kunst toekomen, komt de kunst wel naar de mensen.

En dus portretteerde Bade al mensen in het winkelcentrum, in een bejaardentehuis en op een school. In de wijken Beersdal en Rennemig gaat hij een stap verder en maakt hij een sculptuur die is bestemd voor de wijk. 'Ik ben geen kunstenaar die een schets maakt voor een werk in de openbare ruimte en die laat beoordelen door een kunstcommissie', zegt hij. 'Ik heb een portable atelier bij me, dat zet ik neer in de wijk en dan ga ik gesprekken aan. Sommige mensen nodig ik uit om mee te kleien. Anderen vraag ik of ze willen poseren. Als hier straks, ik zeg maar wat, een totempaal staat met al die portretten erin verwerkt, voelt dat wezenlijk anders dan wanneer er ineens een sculptuur midden op je plein staat waar niemand van afwist en waarvan een kunstcommissie zegt: 'Dit hebben we gekozen en dat slikken jullie maar.'

Riet Elbers. Beeld Linda Stulic

Twee kunstenaars

In hem huizen twee kunstenaars. De ene zat met generatiegenoten Erik van Lieshout en Charlotte Schleiffert op instituut De Ateliers, won vlak na zijn afstuderen in 1993 de prestigieuze Prix de Rome en werd omarmd door kunstpausen Jan Hoet en Rudi Fuchs. 'Jong pikkie wordt als een raket gelanceerd in de wereld van de avant-gardekunst', vat hij het zelf samen.

De andere kunstenaar ging in 1998 in op het verzoek van museum Jan Cunen in Oss: of hij met 350 vmbo-leerlingen een expositie wilde maken. In 2003 keerde hij terug naar Curaçao, waar hij werd geboren, om jongeren te begeleiden die kunstenaar willen worden.

'Al bij mijn eindshow bij De Ateliers in 1993 hing tussen mijn eigen werk een aquarelletje van mijn moeder. Dat was niet alleen uit de behoefte genereus te zijn, het was ook opboksen tegen de conventies. In Oss viel het kwartje: dat ik het fijn vond om bij andere mensen, die niet per se met kunst in aanraking komen, de verbeelding aan te wakkeren - omdat het een belangrijk element is van je mens-zijn, omdat het je kan troosten en helpen dit bizarre leven te dragen. Het werd een van mijn drijfveren om kunst te maken.'

'Waar word je nou blij van?' Bade stelt de vraag aan de vrouw van Leo Elbers, een goedgebekte zeventiger. Riet zegt: van de kinderen en de kleinkinderen. Eentje is onlangs eerste geworden bij de Nederlandse Kampioenschappen hiphop. 'Dan moet je een conditie hebben, hoor.'

Luna. Beeld Linda Stulic

'Grappig'

Of Riet straks wil poseren voor een portret? Even later zit ze op een krukje voor de loempiakar. Aan tafel zitten twee kinderen uit de buurt al urenlang stilletjes te kleien. Hun vader boetseert een vogeltje op een tak. Zo nu en dan passeert er iemand uit de buurt. Blijft van een afstandje kijken en loopt dan weer door.

Met Riet spreekt Bade over hoe zij en Leo elkaar hebben leren kennen, haar vroeg overleden vader, over het kinderdagverblijf dat ze heeft opgezet toen haar eigen kinderen klein waren en nergens naartoe konden. Ondertussen boetseert hij een gezicht: stekelhaartjes, grote mond, de cijfers 417 over haar ogen - het getal dat Leo had in de mijnen.

'Och, het is wel grappig', zegt Riet.

De tot mobiel atelier omgebouwde loempiakar in Heerlen. Beeld Linda Stulic

Beersdal en Rennemig

Bade haalt een schetsboek tevoorschijn en laat zien hoe hij het in zijn hoofd had, de beelden voor Beersdal en Rennemig. Eerst zou hij er één maken, omdat de gemeente die twee buurten had samengevoegd en cohesie wilde bewerkstelligen.

Beersdal en Rennemig hebben niks met elkaar, het is gezellige saamhorigheid versus probleemwijk. Dus nu komen er twee beelden. Hij weet nog niet precies wat het wordt: een geometrische constructie van beton waarin hij de portretten stukadoort. 'Of een paal, waaraan jullie allemaal komen te hangen.'

'Met een touw?', vraagt Leo.

David Bade. Beeld Linda Stulic

Uitgerangeerd

Vraag David Bade of de kunstwereld hem nog serieus neemt nu hij zich zo manifesteert als participatiekunstenaar, en je drukt de vinger op een zere plek.

Hij heeft het gevoel zeker gehad, dat 'ze' dachten: die Bade is uitgerangeerd, want die werkt alleen nog maar met ouderen en kinderen, en laat hem maar lekker op Curaçao zitten, met zijn Instituto Buena Bista - voor sommige jongeren de opstap naar een kunstopleiding in Nederland.

Laat er geen misverstand over bestaan, zegt hij: hij is nog steeds een grote naam in de wereld van de musea en de biënnales. In 2010 had hij een grote overzichtstentoonstelling in het GEM in Den Haag. In 2014 in het SMAK in Gent.

Beeld .

'Eén met mijn oeuvre'

In beide musea was ruim aandacht voor alles wat hij doet naast zijn autonome werk. 'Educatie, engagement en verantwoordelijkheden nemen is in de kunstwereld inmiddels bekende opiniepraat geworden, maar ik geloof er echt in. Inmiddels wordt wat ik buiten mijn atelier doe gezien als één met mijn oeuvre.'

Of er verschil is tussen wat hij maakt in zijn atelier en hier in Heerlen?

'Ik kan', zegt hij, 'na een paar drukke dagen hier verlangen naar de rust en de concentratie van mijn atelier. Maar dan zit ik voor een doek en denk ik: wat ga ik nou maken? En wordt het werk wel sterk genoeg?

Functionele elementen

Eerder dit jaar, op de Biënnale in Havana, heeft hij samen met Tirzo Martha, zijn kompaan in Curaçao, en tientallen marktverkopers hun groenten- en fruitkarretjes gepimpt. 'We hadden hen voorgehouden: daar krijg je aandacht mee en dan verkoop je meer.'

Kunst maken met functionele elementen houdt hem sindsdien bezig. Op de keper beschouwd, zegt hij, is een kunstenaar in het Westen een luxe decoratie en zit niemand op hem te wachten. Maar als hij anderen kan helpen met zijn kunst, dan is dát zijn toegevoegde waarde.

De zondag is al een eind op streek. De bewoners zijn weer terug in hun huizen. 'Morgen wil ik een paar moeilijke jongeren aan tafel', zegt Bade tegen zijn assistent. 'Het was vandaag wel old and white allemaal.'

Dat hij met zijn project mensen naar Schunck lokt die daar anders nooit zouden komen: het zou mooi zijn, maar hij gelooft het niet. Hoeft ook niet, zegt hij: 'Ik weet zeker dat de mensen die hier vandaag waren, de kinderen die hier vandaag hebben zitten kleien, dat voor altijd met zich meedragen.'

Levenslang

'Een opmerkelijk, experimenteel en gedurfd commitment', noemt cultureel centrum Schunck de levenslange samenwerking met David Bade in Heerlen. 49tekeningen en schilderijen zijn inmiddels opgenomen in het getekende stadsarchief van Schunck. Deze maakte hij in de wijk Rennemig. In september komt Bade terug naar Heerlen en gaat hij in een 'biechtinstallatie' op het station met mensen in gesprek over Heerlen als migrantenstad. Alle werken zijn te bekijken op schunck.nl/collectie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden