Dave Douglas kán geen saaie platen maken

In 1995 verscheen zijn eerste cd, nu is Dave Douglas (41) de vernieuwendste jazztrompettist, en on-Amerikaanste Amerikaan van het moment....

The Tiny Bell Trio. Songlines, 1994.

Bepalend voor Douglas’ geluid is de periode die hij eind jaren tachtig in Zwitserland doorbracht. Hij werkte er met een experimenteel theater-, dans- en muziekgezelschap dat Roemeense volksmuziek in haar shows gebruikte. Het was het begin van een liefde die nooit meer is verdwenen. De trompettist transcribeerde talloze tapes met Oost-Europese muziek. Zijn passie werd nog aangewakkerd door de klezmergroep van klarinettist Don Byron, bij wie hij in 1990 ging spelen. Hoe divers de bands en platen van Douglas ook mogen zijn, altijd hoor je in zijn spel de invloed van Balkanmuziek, het duidelijkst in het Tiny Bell Trio, één van zijn eerste eigen groepen. Met gitarist Brad Schoeppach en drummer Jim Black benadert hij de Oost-Europese traditie op een bijzonder open manier. Het trio improviseert met een vanzelfsprekende souplesse, het ene moment hoekig, dan weer dromerig .

Charms of the Night Sky. Winter & Winter, 1998.

Zo'n Balkan-voorliefde is voor een Amerikaan al bijzonder, en ook de rest van Douglas’ spel is verbazend on-Amerikaans. Als je niet zou weten dat hij zijn hele leven bij en in New York heeft gewoond, zou je zweren dat hij een Italiaan is, een Scandinaviër, een Rus of zelfs een Nederlander. Europeanen als Enrico Rava, Kenny Wheeler en Eric Vloeimans staan oneindig veel dichter bij Douglas dan landgenoten als Roy Hargrove, Wynton Marsalis of Lew Soloff. Dat komt door het ronduit melancholieke spel van de trompettist. Spelen de meeste Amerikanen recht-door-zee spetterjazz met veel en korte noten, Douglas buigt en vervormt zijn toon in lange frasen. Zijn composities zijn dan ook zelden om op te knallen. Ze geven veel ruimte voor nuances in klankkleur, voor intieme expressiviteit. De band met violist Mark Feldman, accordeonist Guy Klucevsek en bassist Greg Cohen is wat dat betreft het toppunt van bitterzoete schoonheid (in 2000 verscheen hun tweede cd: A Thousand Evenings). Ze spelen vooral serene stukken waarin, zoals altijd bij Douglas, de lijn tussen improvisatie en compositie flinterdun is. Volgens sommigen maakt Dave Douglas eigenlijk helemaal geen jazz. En inderdaad, jazz in de traditionele zin van het woord speelt hij niet. Je zou ook kunnen zeggen dat hij doordat hij niet in een hokje te plaatsen is, en door zijn grote improvisatietalent, de essentie van jazz vertegenwoordigt.

Witness. Bluebird/BMG, 2001.

Van zo'n fabelachtige instrumentalist als Douglas zou je verwachten dat hij in een tunnel leeft: er is alleen die trompet en verder niks. Maar hij is een belezen man, met een grote interesse in maatschappelijke onderwerpen. Witness is misschien wel de meest geëngageerde plaat die sinds de jaren zeventig door welke muzikant dan ook is gemaakt. In elk nummer eert Douglas een activist of denker die indruk op hem heeft gemaakt. Dat zijn geen voor de hand liggende personen als Gandhi of Martin Luther King, maar mensen als de Nigeriaanse schrijver Ken Saro-Wiwa, de Pakistaanse activist Eqbal Ahmad en de Egyptische auteur Nawal El Saadawi. De plaat is opgenomen vóór 11 september, maar toen hij rond die tijd uitkwam, kreeg hij een nog zwaardere lading. Er is in de media opvallend weinig aandacht aan besteedt. De hoestekst is duidelijk: Douglas protesteert tegen het kapitalistische systeem dat elk origineel idee de kop in drukt en hekelt de enorme winsten die Amerikaanse wapenfabrieken hebben gemaakt tijdens de oorlog in Joegoslavië. Het is taaie kost, met als zwaarste stuk het vierentwintig minuten durende Mahfouz met een sinister murmelende Tom Waits.

Freak In. Bluebird/BMG, 2003.

De naam Dave Douglas staat garant voor puurheid en eerlijkheid. Zijn platen zijn allemaal live ingespeeld. Als de trompettist een keer van zijn toon af valt, staat het gewoon op cd. Met Freak In is Douglas voor het eerst intensief met opnamen gaan stoeien. Niet om foutjes weg te poetsen, maar om een electronisch gegenereerd moeras van gekraak, geborrel en geknetter toe te voegen dat de muziek een ongelooflijke drive geeft. Hij rafelt het spel van zijn band uiteen en voegt er als een intuïtief schilder vegen en spetters aan toe. Een gebalanceerd mengsel maken tussen akoestische en elektronische jazz is een hachelijke onderneming. Douglas slaagt weer eens met vlag en wimpel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden