Dauw heeft meer kleur dan men denkt

Een 'Peintre Paysagiste des Polders Hollandais', zo noemde Paul Gabriël (1828-1903) zich. Ook in de winter maakte deze schilder van de Hollandse polders - een krant onder zijn jas tegen de kou - zijn olieverfschetsjes en plein-air: het linnen doekje handzaam tegen de binnenkant van zijn schilderskist geprikt....

Van onze verslaggeefster

Truus Ruiter

DORDRECHT/KAMPEN

Toch was Gabriël geen 'buitenschilder' pur sang, waar andere Haagse-Schoolschilders zich graag voor uitgaven. Sommige schilders lieten zelfs grote doeken op palen spijkeren om ter plekke het landschap in olieverf om te zetten. Nergens voor nodig, vond Gabriël. Hij had zijn schetsjes en vooral een geweldig visueel geheugen. Zodra hij genoeg geobserveerd en genoteerd had, haastte hij zich naar zijn atelier om het tafereel vast te leggen.

'Colorist van de Haagse School' is de ondertitel van de grote overzichtstentoonstelling van Paul Joseph Constant Gabriël in het Dordrechts Museum. Want, anders dan zijn collega's verloor Gabriël zich niet in atmosferische grijstinten - hij vond grijs modieus - maar gebruikte hij graag alle kleuren. 'Een vroege morgen kan er oppervlakkig grijs uitzien, maar ze is het niet (. . .) de dauw is veel gekleurder dan men wel zou geloven, dikwijls zo sterk dat het palet te kort schiet', schreef hij in een brief aan een bevriende criticus.

Paul Joseph Constant Gabriël was een eigenzinnig mens die zichzelf autodidact noemde, hoewel hij wel leermeesters had gekend. Als zoon van de Amsterdamse stadsbeeldhouwer Paulus Josephus Gabriël, was Paul jr voorbestemd om beeldhouwer te worden. Op twaalfjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste tekenles op de academie, maar dat hield hij na een paar jaar voor gezien. Hij kwam bij een schrijnwerker in de leer, maar ook dat bleek geen succes.

In 1944 werd hij naar de befaamde landschapsschilder B.C. Koekoek in Kleef gestuurd, waar hij het slechts een jaar uithield. Koekoek zou hem te weinig aandacht hebben gegeven. En Gabriël was geen natuurtalent, hij moest hard werken om iets aanvaardbaars uit zijn vingers te krijgen. Een sterke wilskracht en een onvermoeibare werklust brachten hem uiteindelijk het resultaat dat hij zocht. Waarbij hij de natuur als zijn enige leermeester erkende.

In de jaren vijftig woonde en werkte hij in Oosterbeek, het 'Hollandse Barbizon', waar de landschapsschilder Johannes W. Bilders leiding gaf aan een groep kunstenaars. Het heuvelachtige landschap verleidde Gabriël tot menig romantische tafereel, waarvoor hij de stoffage (koeien en figuren) aan Mauve of andere collega's overliet - hij wist zich daar de mindere in.

Eenmaal in Brussel beland, bevrijdde hij zich van het romantische werk dat zijn voorkeur beslist niet had. Daarvoor was Gabriël te veel een realist, die liever schilderde wat hij daadwerkelijk zag. Elk jaar reisde hij naar Nederland om studies te maken van het polder- en rivierlandschap. De omgeving van Kortenhoef, waar hij veel werkte, werd zelfs 'Land van Gabriël' genoemd.

Gabriël was geen nostalgische schilder. Wat hij een mooi plekje vond, hoefde niet 'schilderachtig' te zijn. Hij zocht niet het effect, maar wilde de realiteit weergeven. Dus zie je eenvoudige vissers in simpele bootjes in een vaart, turfstekers aan het werk en stoomt een trein door het landschap als een teken van de moderne tijd.

Typerend voor zijn werk zijn niet alleen de verfijnde, harmonieuze kleuren. Ook de sterke, zonovergoten ruimtelijkheid is typisch Gabriël, met name in zijn polderschilderijen. Een hoogtepunt in dat opzicht is In de maand juli, een schitterend doek van een fiere molen op een dijk, die zich op een zonnige dag spiegelt in het water. Er scheren zwaluwen over het water en hoog in de lucht jubelen leeuwerikken - de kleuren zó tintelend dat je de bloemen aan de waterkant kunt ruiken.

Het retrospectief in Dordrecht is merkwaardig genoeg de eerste grote museale tentoonstelling die aan deze Haagse-Schoolschilder is gewijd. Misschien niet helemaal toevallig heeft Gabriël ook aandeel in een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Kampen, Gabriël, Tholen en Voerman. Vaak verbleef Gabriël in de omgeving van Kampen om het rivierenlandschap en de polders te schilderen. In Brussel was de Kampense schilder W.B. Tholen zijn leerling, en vriend. De IJssel-schilder Jan Voerman op zijn beurt was een grote vriend van Tholen. De tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Kampen laat zien hoe Tholen schatplichtig is aan Gabriël, maar dat Voerman zo zijn heel eigen stijl ontwikkelde.

Gabriël, Colorist van de Haagse School in het Dordrechts Museum, t/m 30 augustus (catalogus * 47,50); Gabriël, Tholen en Voerman in het Stedelijk Museum Kampen, t/m 13 september; Voerman en vrienden in Het Nijenhuis in Heino, t/m 13 september. In het Burgerweeshuis in Arnhem t/m 6 september Gerard Bilders en het Geldersch Barbizon, catalogus * 25,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden