Review

Daubigny krijgt eindelijk aandacht die hij verdient

De herwaardering van Daubigny door het Van Gogh Museum is er een die hout snijdt. De schilder schreef geschiedenis. Zonder de voorzet van Daubigny zouden Monet en Van Gogh geen succesvolle voorhoede zijn geweest, is de boodschap.

Beeld ANP

Daubigny - Daubi-wie? Het grapje is bekend. Het vervelende voor de Franse kunstenaar is: het geldt nog steeds. Haast niemand kent 'm. En dat terwijl hij in de 19de eeuw beroemd en vermogend werd met zijn geschilderde en getekende landschappen. En, als je het Van Gogh Museum mag geloven, hij in die eeuw ook voor een kleine revolutie in de landschapsschilderkunst zorgde, een revolutie die de weg vrijmaakte voor schilders als Monet en Van Gogh. Reden waarom het Amsterdamse museum nu een tentoonstelling besteedt aan het ambitieuze trio. Met de nadruk dus op de inmiddels in vergetelheid geraakte Charles-François Daubigny (1817-1878).

Daubigny, Monet, Van Gogh (****), beeldende kunst.
Van Gogh Museum, Amsterdam.
T/m 29/1.

Die vergetelheid is ten onrechte blijkt nu, hoewel het museum Claude Monet en Vincent van Gogh erbij moest halen om dat aan te tonen. Maar goed, dan heb je ook wat: voor het Van Gogh Museum zijn dit de drie belangrijkste landschapschilders, in Frankrijk, uit de 19de eeuw. Die twee toevoegingen lijken relativeringen, maar zijn het niet. Wie in de 19de eeuw in Frankrijk bij de schilderselite hoorde, kon ervan uitgaan tot de besten ter wereld te worden gerekend. Punt uit.

Dus is de herwaardering van Daubigny er een die hout snijdt. Hij schreef geschiedenis. Misschien niet zozeer door het landschap als een autonoom onderwerp te zien, zonder bijbelse of klassieke bijbetekenissen: dat deden Hobbema en Ruysdael twee eeuwen eerder ook al. Wél door met de bevrijding van het landschap als eigen genre meteen ook de verftoets te bevrijden. Die werd losser, klodderiger, suggestiever. Met als gevolg dat grof geschilderd, 'onaf' werk niet langer een zonde was tegen de academische praktijk, maar op den duur werd geaccepteerd, zelfs omarmd. Waarbij de boodschap nu is dat zonder de voorzet van Daubigny, Monet en Van Gogh geen succesvolle voorhoede zouden zijn geweest.

Wat zo'n soort tentoonstelling oplevert? Dat de bezoeker, kijker, amateur kunstenaar of professional een aardig lesje schilderkunde krijgt voorgeschoteld. Dat is mooi meegenomen, met name in de bovenzaal, waar Daubigny op leeftijd wordt getoond. Hier hangt werk dat zich nadrukkelijker kan meten met dat van die andere twee. Daubigny's bloeiende boomgaard of een veld met klaprozen, om maar twee thema's te noemen, worden tussen die van Monet en Van Gogh getoond.

Je ziet dat de kunst in vijftien, twintig jaar een andere wending neemt. Wordt opengebroken. Dat het bruine stof van vroegere eeuwen er vanaf wordt geblazen. Dat Daubigny experimenteerde met dik verfgebruik en een soepeler penseel, maar wel weer zo dik en soepel dat het de wolkenlucht ondoorzichtig maakt. Dat Monet ervoor kiest sommige delen egaal in te schilderen, haast streeploos, of juist heel licht, in dunne vegen, waardoor de lucht ademt en een atmosferische diepte krijgt. Terwijl 'onze' Vincent met korte, stevige streekjes alles in beweging zet. Of poëtisch gezegd: van leven voorziet.

Het Van Gogh Museum wil Vincent van Gogh laten zien als schilder in een historische context.

'Hoezo, zóú dat ons beleid kunnen zijn?, reageert Axel Rüger verbaasd. 'Het ís ons beleid.' En dat beleid is volgens de directeur van het Van Gogh Museum: steeds meer begrip zien te kweken voor Vincent van Gogh. Door zijn achtergronden te belichten en niet te blijven hangen in het beeld dat hij gek was en zijn oor afsneed. En hem niet te beschouwen als iemand die plots uit de lucht is komen vallen, maar in zijn context moet worden gezien. Te midden van andere schilders. Iemand met kennis van zaken, nieuwsgierig en met een gigantisch beeldarchief in zijn hoofd.

Beleid dat, volgens conservator Maite van Dijk - verantwoordelijk voor de tentoonstelling met Daubigny, Monet en Van Gogh - ertoe heeft geleid dat ze 'vrij programmatisch te werk gaan, door navolgers, tijdgenoten én voorgangers te laten zien.'

Rüger: 'Mijn voorganger Ronald de Leeuw wilde van het Van Gogh Museum een soort Musée d'Orsay maken, met kunst van de hele 19de eeuw. Wij willen de aandacht weer terug op Van Gogh. Ook op zijn biografie. Op de feiten, niet alleen de clichés.'

Veranderingen in het schilderen die zich ook tonen in rode klaprozenvelden en witte en roze, bloesemende fruitbomen. Dan vergeet je even dat Daubigny ook opportunistisch kon zijn en braaf schilderwerk afleverde voor zijn brede klandizie van parvenues. Maar de competitie met zijn latere collegae, zoals Monet en Van Gogh, leverde hem genoeg geestdrift om zich te blijven vernieuwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden