'Dat sombere beeld van Tsjaikovski klopt niet'

Tsjaikovski, een neurotisch genie? Vast wel, maar hij was ook een componist van onderkoelde distinctie, zo wordt duidelijk in de Rotterdamse Doelen....

De dubbele zelfmoord waar Shakespeares Romeo en Julia in uitmondt, kan rustig geweten worden aan de haat en nijd tussen de families waar de gelieven vandaan komen. Ontnuchterend, zeker in het tijdperk van de mobiele telefonie, is niettemin de wetenschap dat het verhaal een vervolg had kunnen krijgen, als iemand de jongen nou maar verteld had dat zijn opgebaarde meisje niet echt dood was, maar gewoon in slaap.

In de concertzalen van Amsterdam en Rotterdam, waar nulzesjes taboe zijn, stonden twee spectaculaire Romeo en Julia-toonzettingen op de programma's. Beide indringend, mede dankzij het feit dat Pjotr Tsjaikovski (1840-1893) en Hector Berlioz (1803-1869) zich nauwelijks met de praktische kanten van de affaire bezig hebben gehouden.

Tsjaikovski's 'fantasie-ouverture' Romeo en Julia vormde het korte maar hevige startschot van het negende Gergjev Festival van het Rotterdams Philharmonisch. De andere Romeo en Julia heetten Roméo en Juliette. Zij vonden elkaar, gewoon door de week, bij het Concertgebouworkest in een avondvullende 'symphonie dramatique'.

Berlioz schreef zijn versie voor koren, een orkest en solozangers. De drie solisten hebben een bespiegelende en moraliserende rol. Romeo noch Julia doet een mond open. Zij zijn opgegaan in klank. 'Gevechten', het 'feest' en een 'rustige nacht' spelen zich bij Berlioz af in puur-symfonische sferen. Dat was rond 1840 een verbluffend concept. Een dirigent die de orkestrale vertelling onderschat kan er nog altijd even hard zijn nek over breken als de man of vrouw die de gezongen poëzie miskent.

De Britse dirigent Colin Davis wist de continuïteit feilloos te vinden, liet een klein koor (van de Omroep) meedelen wat het meedelen moest, liet het Groot Omroepkoor fraai kijven tegenover een gedistingeerd orerende Vader Lorenzo (de bariton Alistair Miles), en voegde er de surprise aan toe van een uiterst verfijnde en gedetailleerde orkestbehandeling. Davis mag als Berliozkampioen zijn ingehaald door collega's als Gergjev en Rattle, dirigenten van de overrompeling en het contrast. Maar met zijn lucide kijk op de symfonische gang van zaken, geinspireerd op de onzichtbare personages, en op Berlioz' muzikale interesse in het rondvliegen van de kwade fee Mab, maakt Davis nog altijd indruk.

In de Rotterdamse Doelen – voor de duur van een week getransformeerd tot 'wereld van Tsjaikovski' – waren burgemeester Opstelten, de ambassadeurs van Rusland en de VS en de politici Bot, Van der Laan, Van Aartsen en Korthals-Altes, getuigen van een minder soepel verlopende Shakespearelezing. De ene repetitie die Valeri Gergjev voor Tsjaikovski's Romeo en Julia had uitgetrokken, bleek niet toereikend voor de beoogde, intieme relatie van blazers en strijkers, doorsneden door scherpe bekken-en tromsyncopen.

Jammer, omdat Tsjaikovski zich er allerminst van af heeft gemaakt. Of het nu Romeo en Julia waren die de Rus in zijn hoofd had, of (zoals jongere biografen menen) zijn eigen onmogelijke liefde jegens een jongeman genaamd Eduard Zak, de broeierigheid van de melodiek en het spektakel van de koper-en slagwerk-clashes (de componist Balakirev zei: 'Ik hoor er geen liefde in maar angst') is er niet minder om.

Gergjev revancheerde zich met een Vierde Symfonie uit één stuk, waarbij de belofte van de aanhef, een formidabel koperalarm, werd ingelost in een afwisseling van treurnis, lyriek en voortjakkerende pizzicati (Tsjaikovski's beste balletmuziek is het derde deel van zijn Vierde), afgesloten met een bliksemende finale. Dat spektakel sloot vlekkeloos aan op het bekende imago van Tsjaikovski-deneuroticus, zoals dat 's middags werd ontvouwd in een Britse Tsjaikovski-documentaire van Simon Broughton – en deels werd weerlegd door de lieflijke intimiteit waarmee de alt Margriet van Reisen Tsjaikovski-romances zong in een tot 'salon' getransformeerde kleine zaal.

'Dat sombere beeld van Tsjaikovski, dat klopt niet', betoogde in dezelfde salon de 92 jaar oude ex-Varamatinee programmeur Hans Kerkhoff, Tsjaikovskikenner en (ooit) Gergjev-ontdekker. Maar het statement van de dag bracht de violist Nikolaj Znaider, die Tsjaikovski's meest afgetrapte karrenpaard, het Vioolconcert, zijn ware elegantie en distinctie wist terug te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden