Filmecensie Papillon

Dat ‘Papillon’ al eens is verfilmd, is geen reden het niet nog eens te doen (drie sterren)

Waarom een goed verhaal terzijde schuiven alleen om dat al eens is verfilmd? Opnieuw poogt Papillon te ontsnappen.

Charlie Hunnam in ‘Papillon’ Foto Film beeld

Er valt natuurlijk makkelijk te mopperen over Hollywoods ‘remake-eritis’. Over de stroom van herinterpretaties, sequels, prequels en spin-offs die de bioscopen overspoelt: deze week zijn maar liefst drie van de zes premièrefilms in de Nederlandse bioscoop een (soort van) remake.

Maar praktisch gezien: gelijk hebben ze daar natuurlijk. Waarom dankbaar, bewezen succesvol materiaal terzijde schuiven alleen omdat het al eens is verfilmd?

De gedachte is in ieder geval voorstelbaar in het geval van Papillon, de ­autobiografische roman en bestseller van de Franse boef Henri Charrière alias Papillon (‘vlinder’). Daarin vertelt hij hoe hij onterecht (zegt hij zelf) voor moord werd veroordeeld en vervolgens op spectaculaire wijze wist te ontsnappen uit een strafkolonie in Nieuw-Guinea. Meerdere keren.

Nieuwe versie

Het verhaal van Charrière was al eens succesvol verfilmd, in 1973, met Steve McQueen en Dustin Hoffman als de door de wol geverfde ontsnappingskunstenaar Papillon en zijn ielige, bleue vriend tegen-wil-en-dank Louis Dega. En nu is er dus een nieuwe versie, met dit keer acteurs Charlie Hunnam en Rami Malek die de mannen spelen die blijven zinnen op ontsnappings­pogingen uit de hel waarin ze zijn beland.

Hunnam en Malek hebben grote schoenen te vullen en dat doen ze dapper en vaardig. Ze zijn een leuk duo en groeien uit tot geloofwaardig afgepeigerde, maar krachtige mannen – met de talloze kilo’s die ze voor hun rol verloren als extra bewijs van hun inzet. Als Papillon wordt veroordeeld tot twee jaar eenzame opsluiting, overtuigt Hunnam wanneer zijn personage op het randje van gekte balanceert.

Papillon

Genre: Drama
Regie: Michael Noer
Met Charlie Hunnam, Rami Malek, Yorick van Wageningen
In 80 zalen, 133 minuten

Papillon 2018 is geregisseerd door de Deense regisseur Michael Noer, die eerder het keiharde gevangenisdrama R maakte. En dat is geen gekke keuze. In zijn regie voelt de gevangenis vochtig en drukkend, met een guillotine altijd lonkend op de achtergrond en met ­Yorick van Wageningen als meedogenloze gevangenisdirecteur. De gevechten en ontsnappingspogingen zijn spannende onderbrekingen van de uitzichtloze sleur.

Maar nergens vergeet je dat Papillon groter en meeslepender had kunnen zijn. De reden dat het verhaal zo populair is, is omdat het groter is dan alleen de gebeurtenissen. Al die vluchtpogingen – hoe hopeloos ze ook lijken – zeggen iets over het ontembare verlangen naar vrijheid. Over hoop als over­levingsmechanisme, over menselijkheid in onmenselijke omstandigheden. Dat valt wel te beredeneren bij deze versie van Papillon, maar het grijpt nergens naar de keel. Desondanks: een goed verhaal blijft het natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.