Filmrecensie Niemand in de stad

Dat Michiel van Erps Niemand in de stad feitelijk een debuut is, valt nergens aan af te zien (vier sterren)

Uiteindelijk pakken de brallerige corpsjongens je toch in. Met dank aan de knappe regie van de debuterende Michiel van Erp. En niet het corpsballenleven, maar vader-zoonrelaties vormen het hart van het ontroerende Niemand in de stad.

Niemand in de Stad

Blaaskaken zijn het, maar aardige blaaskaken. Dat vinden ze zelf in elk geval. Philip, Matt en hun vrienden bij het Amsterdams Studenten Corps zijn jongens die zichzelf nooit de maat hebben hoeven nemen. Ze denken dat ze oké zijn, gewoon omdat ze het niet kwaad bedoelen. Ze denken dat ze overal mee weg kunnen komen.

Niemand in de stad, de verfilming van een roman van Philip Huff, gaat op het eerste gezicht over het studentenleven, specifiek dat van een aantal corpsballen die, zoals dat heet, de tijd van hun leven meemaken. Zuipen, kotsen, meisjes versieren.

Niemand in de Stad (vier sterren)
Genre: drama
Regie Michiel van Erp
Met Minne Koole, Jonas Smulders, Chris Peters, Sofie Porro, Julia Akkermans
102 min

Iedereen die geen warme gevoelens koestert voor het studentencorps, zal eerst flink wat weerstand bij de film moeten overwinnen. Regisseur Michiel van Erp toont het dispuutsleven tot in de ranzige details en maakt de hoofdpersonen niet liever dan ze zijn. Matt (Jonas Smulders) is de knappe jongen, arrogant en oppervlakkig; Philip (Minne Koole) de schuchtere, een observator en meeloper; de iets oudere Jacob (Chris Peters) poseert als de wijze, belezen jongen in het gezelschap.

‘Poseert’ is het sleutelwoord. Huff, die onomwonden inspiratie zocht bij Nescio (Titaantjes, De uitvreter), liet in zijn roman zien hoe iedereen een masker draagt. En vooral: hoe makkelijk het is om weg te lopen voor problemen, om nergens verantwoording voor af te leggen. Zeker wanneer je je kunt verschuilen in de afgeschermde wereld van het corps.

Het draait, kortom, om volwassenwording. Maar ook om meer filosofische vraagstukken: hoe kunnen we elkaar kennen? Wanneer ben je een goed mens? Of op zijn minst een beetje aardig?

Het is knap hoe Van Erp de kijker langzaam voor zijn gemankeerde helden weet te winnen. Uiteindelijk pakken ze je toch in, die jongens, zelfs de brallerige Matt. Net als de meeste van zijn vrienden heeft hij een kille, afwezige vader. Hoeveel gedoe er ook is met meisjes, uiteindelijk vormen vader-zoonrelaties het hart van de film. Erg fraai wordt dat verbeeld in de stille staatsieportretjes waarmee Van Erp zijn levendige drama af en toe onderbreekt. Die geposeerde momentopnamen – de vaders met hun zonen, de jongens met hun vriendin – tonen ook het gemak waarmee Van Erp zijn eerste speelfilm naar zijn hand zet. Dat Niemand in de stad feitelijk een debuut is, valt nergens aan af te zien. Van Erp zet zijn ruime ervaring met documentaires en televisieseries uitstekend in.

Michiel van Erp Beeld ANP

Een verademing is ook het ontbreken van een voice-over, dat uitleggerige instrument waar zoveel Nederlandse speelfilms hun toevlucht toe nemen. Het kan dus wel, laat Van Erp zien: betekenis geven zonder al te veel te willen duiden. Daarbij wordt hij geholpen door de jonge acteurs, die zonder uitzondering indruk maken. Ze maken Niemand in de stad tot een film die irriteert, steekt, raakt en ontroert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.