Column Klassiek volgens kerkhof

Dat kunst en politiek elkaar de rug toekeren is een bedreiging voor het kunstklimaat

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Merlijn Kerkhof Beeld VK

Stelling: Kunst en politiek drijven steeds verder van elkaar af

Het was woensdag 1 december 2004 en ik had me op de bank genesteld om eens lekker voetbal te kijken. Feyenoord speelde tegen Schalke ’04 voor de UEFA Cup. Na een kwartier ging het beeld op zwart. Mededeling koninklijk huis: prins Bernhard was overleden. Het zou een van de laatste keren zijn dat Feyenoord een Europese wedstrijd won (2-1) en de kans om daar iets van mee te krijgen, werd het Nederlandse volk ontnomen.

Behalve een nog grotere weerzin tegen de monarchie, hield ik er de volgende reflex aan over: bij het overlijden van een Belangrijk Iemand, verwacht ik een eerbetoon.

Zaterdagmiddag werd bekend dat Wim Kok was overleden. Die avond zat ik in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam voor de Cello Biënnale. Kok, de laatste premier die waarlijk premier was, iemand over wie wel consensus is dat hij deugde, hield van kunst, theater, dans en klassieke muziek. Ik rekende op een korte, maar mooie toespraak over hoe hij zich voor de kunsten had ingespannen.

Maar er gebeurde helemaal niets. Hoe zouden concertzalen het in Frankrijk of Duitsland aanpakken als een staatsman van vergelijkbare signatuur overlijdt, dacht ik? In ieder geval niet zo.

Maandag mocht Ted Brandsen, artistiek directeur van de Nationale Opera & Ballet, in de Volkskrant vertellen hoeveel Kok voor Het Nationale Ballet heeft betekend. Kok was van 2004 tot 2013 bestuursvoorzitter en was in die hoedanigheid betrokken bij het fusieproces met De Nationale Opera. ‘Ik ken weinig mensen die zo veel voor de kunst hebben betekend’, zei Brandsen.

Zaterdag stond in de Nationale Opera & Ballet Leos Janáceks Jenufa op het programma. Maar ook daar: geen woord vooraf over Kok. Genant.

Het past in een tijd waarin politiek en kunst steeds verder van elkaar afdrijven. Dat kunstenaars (en musici in het bijzonder) de politiek zat zijn, is logisch. Zie je eerst collega’s hun werk verliezen door gesnoei in de subsidies, word je vervolgens stelselmatig gekleineerd. De VVD, niet zo lang geleden nog een gezelschap van kunstminnaars (van de oud-bewindslieden die ik regelmatig bij concerten tegenkom, is zeker tweederde van VVD-huize), heeft het kunstbashen tot beleid verheven.

De sneren van de PVV maken allang geen indruk meer. Bij het gros van de minder rechtse partijen zie ik geen kunsthaat, maar desinteresse. Na de uitspraken van minister Wiebes, die in Zomergasten kunst voor een hobby hield, nodigde ik politici uit om met me mee te gaan naar een concert – gewoon om te laten zien hoe het eraan toegaat en om, in het gunstigste geval, een paar oren te openen.

Het aantal reacties viel tegen, en als het na lang mailen tot een afspraak kwam, werd die weer afgezegd. Het gevolg is dat ik het groeiend cynisme onder kunstenaars en bestuurders in de sector beter begrijp – zie de boosheid van Huub Stapel die aan tafel bij Pauw uitstraalde dat hij Wiebes in de plomp wilde gooien, zie hoeveel bijval de acteur in kunstkringen kreeg op sociale media.

Maar wie wil dat het kunstklimaat verbetert, heeft weinig aan cynisme. In plaats van met de ruggen naar elkaar toe te staan, kun je je beter omdraaien, je opponenten op hun schouder tikken en kijken of er wat te polderen valt. En de politici prijzen die goed voor je zijn geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden