DAT HINDERLIJKE VARA-HOOFD

'Mediaregent', 'salonsocialist' of gewoon een hork? Vijand en vriend over Marcel van Dam, die vanavond zijn laatste televisieoptreden beleeft...

Zelfs de mensen die hem nooit van nabij hebben meegemaakt, rekenen hem tot hun grootste vijand. Dat talent is slechts weinigen gegeven, maar zeker is dat Marcel van Dam er in ruime mate over beschikt. Tamarah Benima, oud-hoofdredactrice van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, richtte zich in Vrij Nederland in 2003 tot hem met een 'Brief aan mijn vijand'. Conclusie: 'Ik ken u niet. Ik heb alleen het verwrongen beeld dat de media van u, en dat u met behulp van de media van zichzelf hebt gecreëerd. U bent een virtuele vijand. Maar dat maakt mijn afwijzing van u – belichaming van de ideologische liefdeloosheid en de liefdeloze ideologie – er niet minder om.'

Marcel Parcival Arthur van Dam, geboren te Utrecht, zoals zijn tongval nog altijd verraadt. Morgen wordt hij 67, vanavond komt met zijn laatste optreden in Het Lagerhuis een einde aan zijn televisiecarrière. Zowel zijn faam als zijn publicitaire uitglijers heeft hij aan het medium te danken.

Begonnen in 1969 als Ombudsman, werd hij in 1973 staatssecretaris Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kabinet-Den Uyl en later minister in het tweede kabinet-Van Agt. Tussendoor maakte hij zijn alom bejubelde (en in 1981 met de Nipkowschijf bekroonde) reeks tv-programma's De achterkant van het gelijk. In 1985 keerde hij terug naar de omroep als voorzitter van de Vara. De laatste acht seizoenen was hij te zien in Het Lagerhuis.

Als bestuurder moderniseerde hij de noodlijdende Vara. 'Op bijna stalinistische wijze', aldus oud-Varaman Koos Postema. 'Hij stelde messcherpe voorwaarden, waaronder het niet meer bijeenkomen van de ondernemingsraad. De personeelsomvang werd zo ongeveer gehalveerd, maar de operatie is hem gelukt, met glans.' En het was Van Dam die inzag dat Achter het Nieuws, zeer tegen de zin van de zittende klasse, gepresenteerd moest worden door Paul Witteman, de kiem was voor 's mans tv-carrière.

Het kan niet verhinderen dat Van Dam bij een spraakmakend deel van de bevolking de diepste weerzin oproept. Een 'mediaregent' noemde filmer Emile Fallaux hem onlangs nog. 'Een typisch Vara-hoofd. Heel hinderlijk, net als die Felix Meurders', zegt columnist Jan Blokker.

Over zijn vertrek als tv-gezicht schreef weekblad Elsevier vorige week: 'Veel Nederlanders zullen zich vermoedelijk enorm verheugen op het tijdperk dat hen nu toelacht: televisie zónder die ongelooflijke betweter van PvdA-huize.' Hetgeen het weekblad overigens betreurde: alweer verdween een 'grijze tijger' van de tv, ongetwijfeld om plaats te maken voor 'groentjes met dito groene meningen'.

Oude Vara-vrienden koesteren warme herinneringen. 'Hij was intelligent en buitengewoon geestig', zegt Koos Postema over Van Dam in de jaren zeventig. 'Ook vaak drammerig en ongenuanceerd. En hij hield van provoceren, maar dat waardeerde ik juist.' Joop Daalmeijer, eveneens oud-Vara-man, herinnert zich nog de redeneringen waarmee hij ook toen al faam maakte. 'Ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn tas, dus ik pas in mijn tas.'

In 'zijn' PvdA had Van Dam bepaald niet louter vrienden. Aad Kosto was een van de vijanden die hem de kans op een partijleiderschap graag ontnam: 'Hij is absoluut geen teamworker, om hem heen tekent zich al snel een woestenij af. Hij is bot, plat, vertoont ook grotesk gedrag. Een ingeslagen meteoriet met louter leegte om zich heen', zei Kosto eens in een interview.

Van Dam sloeg terug in een interview met Sonja Barend: Kosto was verongelijkt omdat die altijd vreselijk hard aan de weg getimmerd heeft en zijn best moest doen om ook eens in de krant te komen.

Van Dam weet de media wel te bespelen, desnoods gewapend met enig populisme. Zijn vraag aan de destijds fors bezuinigende premier Lubbers hoe Jan Splinter nu de winter door moet, was goed voor talloze krantenkoppen, evenals de tuinman Flipse die zich door het kabinet-Lubbers liet 'belubberen'. 'Er bestaan 999 politieke trucs en ik ken ze allemaal', zei hij eens als politicus.

Deze dagen voert Van Dam een kleine polemiek met Jan Blokker over de publieke omroep. De oorzaak moet mede schuilen in de wrevel die Blokker in de loop der jaren voelde opkomen.

Blokker: 'Als Ombudsman had hij nog iets komieks. Als politicus was hij een soort Marcus Bakker, rap van de tong. Ik geloof dat het een beetje begon bij zijn rol in het kabinet Den Uyl. Ze hebben toen al met hem moeten leuren -niemand wilde hem. Hij had ook altijd een grote bek, een houding als een hork, een onbehouwen vlegel.'

Daarna werd het erger met zijn columns in de Volkskrant, zegt Blokker. 'Die quasi geleerdheid, zonder ook maar een spoortje zelfreflectie of relativering. En dan dat Lagerhuis. Vooral zijn rol daarin als wijze man, die altijd triomfanzijn gelijk wil halen. Als hij bijna verloren heeft, wordt hij een ongeleid projectiel. Dan gaat hij schreeuwen en schelden -zie hoe hij Fortuyn aanviel. Sommigen noemen dat vertederd een straatvechtertje, maar ik denk dat je hem 's nachts op straat niet moet tegenkomen.'

Linkse kerk Babyboomer, machthebber, gelijkhebber, en vermogend. Hij is de belichaming van 'de linkse kerk' die de laatste jaren zo effectief onder vuur kwam te liggen. Rechtsfilosoof Paul Cliteur vindt Van Dam een typische representant van links. En: 'Iemand die links is, neemt het mensen die er anders over denken altijd hoogst kwalijk', is zijn ervaring. 'Zij kleineren andersdenkenden. Elk verschil van inzicht wordt meteen een persoonlijke vete -zie hoe Piet Grijs destijds week in week uit mensen het graf in schreef.'

'Hun wijze van debatteren doet denken aan de inquisitie van de katholieke kerk. Bij rechtse politici kom je dat nooit tegen. Dat verschil heb ik altijd merkwaardig gevonden.' Zijn bezwaren tegen Van Dam: 'Als columnist speelt hij te veel op de man. Mij omschrijft hij dan ineens als VVD-professor. Alsof ik op de loonlijst van die partij sta.'

De achterkant van het gelijk vond Cliteur aanvankelijk goede televisie. 'Later werd het heel zwak. Socrates wist met zijn vraagstelling nog waar hij heen wilde. Bij Van Dam eindigden de gesprekken in verwarring.' Cliteur vindt het bovendien onjuist dat iemand die een omroepbestuurlijke functie bekleedde tegelijk programmamaker was. 'Zo sluit je interne kritiek bij voorbaat uit.' Van Dam daarover: 'Dat is hooguit eenmaal voorgekomen, in mijn nadagen als bestuurder.' Cliteur werd menigmaal uitgenodigd voor een debat in Het Lagerhuis, maar hij is er nooit op ingegaan, juist vanwege Van Dam. 'Wat kun je nog doen wanneer hij je uitmaakt voor minderwaardig mens?'

Eind jaren tachtig had Van Dam op een persconferentie een aanvaring met cabaretier Freek de Jonge, die de bijeenkomst aangreep om het te hebben over een optreden bij Kinderen voor Kinderen. Van Dam bepaalde dat De Jonge niet meer welkom was bij de Vara. 'Als deze man zo in elkaar zit dat hij op een persconferentie een persoongelegd. lijke vete gaat uitvechten, zou hij dat dan niet nog een keer kunnen doen als hij voor een camera of microfoon zit?', lichtte hij zijn besluit later toe in maandblad Opzij.

Die redenering gaat voor hemzelf minder op: onlangs nog gebruikte hij zijn Volkskrant-column om af te rekenen met 'verzinsels' en 'onzin' rond zijn persoon. Hij heeft als Ombudsman nooit doelbewust een fles Exota laten exploderen om zijn broer van een concurrerende frisdrankenmaatschappij te helpen (de juridische afloop van die affaire kostte de Vara miljoenen guldens), en Theo van Gogh deed in de film 06/05 ten onrechte voorkomen alsof zijn debat met Pim Fortuyn ('U bent een minderwaardig mens!') kort voor diens dood plaats had gehad. Dat kort na de dood van Van Gogh berichten opdoken dat zijn vriend, oud-minister Hans van Mierlo, de filmproducent namens hem had verzocht het bewuste fragment alsnog te schrappen, wilde opnieuw maar weer niet bijdragen aan een prettige pers.

De afgelopen weken maakte hij een kleine toer door de media met interviews. 'Naarmate je ouder wordt, vloeit de ambitie langzaam weg', was de boodschap die hij vorige week onder meer tegen Frits Spits uitte op de KRO-radio. Je zou het kunnen opvatten als een capitulatie voor de beeldvorming.

Achterklap

Wat is er toch mis met zijn persoonlijke pr? Zelf heeft hij daar alleen de voor hem gunstigste verklaring voor: 'Het overkomt iedereen die uitgesproken opvattingen heeft.'

Het zijn de zeldzame keren dat de beeldvorming Van Dam niet onberoerd lijkt te laten. Vaker echter zegt hij dat roddel en achterklap hem Siberisch laten. Keer op keer dwingt hij, zoals Hugo Camps het eens schreef, 'de verslaggever tot de conclusie dat Marcel van Dam het leven volkomen in zelfbeheer heeft'. Dat zijn nieuwe huis à bijna vier miljoen oude guldens bij aankoop prominent De Telegraaf haalde ('Had ik vroeger nou ook maar PvdA gestemd, dat schijnt toch nog te lonen', aldus een anonieme plaatsgenote), ziet Van Dam als een klassiek gevalletje van 'het in diskrediet brengen van politieke tegenstanders'.

Wat hij verdient, gaat niemand wat aan, zo luidt zijn antwoord steevast. Hij is welvarend, beaamt hij nu. 'Maar zou ik daarom geen opvattingen mogen hebben over een rechtvaardiger samenleving?'

In de nogal selectieve verontwaardiging van afgelopen zomer omtrent schnabbelende journalisten spande Van Dam de kroon met een honorarium van anderhalve ton van het ministerie van VWS, voor een aantal Lagerhuis-debatten. Zijn reputatie als linkse denker en rechtse graaier werd weer bevestigd. Van Dam: 'Willen de mensen die daar verontwaardigd over zijn nu echt dat ik maar de helft vraag van wat me geboden wordt?'

Zijn dubbelrol eind jaren zeventig als PvdA-Kamerlid en commentator in Vara's Achter het nieuws 'leent zich niet voor herhaling', zegt van Dam nu. 'Maar wat is het verschil met een politicus die een column in de krant heeft? Daar zijn er velen van, je hoort daar nooit iemand over.'

En het Fortuyn-incident, daarvoor heeft hij al meerdere malen excuses gemaakt. Het incident vond zeven jaar geleden plaats en bleef lang tamelijk onopgemerkt, totdat, zo is Van Dams analyse nu, Fortuyn het in zijn campagne gebruikte. 'Hij maakte het nog erger: hij zei dat ik hem Untermensch had genoemd, wat niet zo was. Na dat debat schreef Fortuyn me in een brief dat hij graag nog eens zou komen. Zo vreselijk vond hij dat incident destijds dus niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden