Recensie The Man Who Killed Don Quixote

Dat dit droomproject toch iets van zijn ziel heeft verloren, stemt een tikje treurig (3 sterren)

Na ruim 25 jaar is daar dan eindelijk de Don Quichot-bewerking van Terry Gilliam.

Adam Driver en Jonathan Pryce in The Man Who Killed Don Quixote.

‘En dan nu, na meer dan 25 jaar vallen en opstaan...’, zo luiden de begintitels van The Man Who Killed Don Quixote. En inderdaad: eindelijk is het zover.

Al in de jaren negentig probeerde meestercineast Terry Gilliam zijn bewerking van Miguel de Cervantes’ legendarische schelmenroman Don Quichot (1605) van de grond te krijgen. Gilliam (Brazil, The Fisher King, 12 Monkeys) had hem zelf kunnen verzinnen, die sympathiek krankzinnige titelheld die gelooft dat hij een nobele ridder is en die windmolens voor reuzen aanziet.

Pas in 2000 kon Gilliam aan de slag, op locatie in Spanje, met Fransman Jean Rochefort als Don Quichot. Tijdens de opnamen ging alles mis, en de productie werd definitief gestaakt toen Rochefort een dubbele hernia kreeg. Ook volgende pogingen om de film van de grond te krijgen, strandden.

Nu is het dan toch gelukt, met Welshman Jonathan Pryce als (een soort) Don Quichot en een ietwat gewijzigde plot. Oorspronkelijk belandde reclameman Toby Grisoni al tijdreizend in de 17de eeuw. De uiteindelijke film speelt zich af in hedendaags Spanje, waar Grisoni (nu reclameregisseur) tijdens de opnamen van een door Don Quichot geïnspireerde wodkacommercial stuit op een dvd van zijn eveneens op Don Quichot gebaseerde studentenfilm. Ook ontmoet hij de schoenmaker die destijds de hoofdrol speelde; deze man, nog altijd uitgedost met harnas en krulsnor, blijkt volkomen vast te zitten in het Don Quichot-personage en verwart Grisoni met schildknaap Sancho Panza. Het begin van een episodisch avontuur waarin de ene illusie na de andere wordt nagejaagd.

The Man Who Killed Don Quixote

Avontuur

Regie Terry Gilliam.

Met Adam Driver, Jonathan Pryce, Stellan Skarsgård, Joana Ribeiro, Jason Watkins, Olga Kurylenko.

132 min., in 31 zalen.

Alleen al vanwege Gilliams doorzettingsvermogen wens je dat The Man Who Killed Don Quixote zijn magnum opus is geworden. Die hoop lijkt aanvankelijk te worden beloond, niet alleen door de gestoorde twinkeling in Pryce’ ogen of het plezier waarmee Adam Driver Grisoni neerzet (een rol die ooit voor Johnny Depp was bedoeld). De vaart zit er in de eerste akte goed in; de (her)introductie van Pryce’ Don Quichot-figuur, als een ontspoorde kermisattractie die door niemand wordt bezocht, is Gilliam op zijn best.

Die bevlogenheid houdt helaas geen stand. De wederwaardigheden van de personages blijken afmattend en verliezen gaandeweg hun charme. De doldrieste maskerades, de subplot rond het aan lager wal geraakte meisje (Joana Ribeiro) dat Driver ooit als Don Quichots Dulcinea castte: het is niet geïnspireerd genoeg. Alsof de materie na 25 jaar herkauwen behoorlijk taai is geworden.

Ondanks de weelderige aankleding en alle spektakel voelt The Man Who Killed Don Quixote vooral als een film die Gilliam moest maken om hem achter zich te kunnen laten. Het is hem gegund. Maar dat dit droomproject uiteindelijk iets van zijn ziel heeft verloren, stemt best een tikje treurig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.