Dansmeester van de dood

Het is nooit eerder voorgekomen: de debuutroman van de Amerikaanse auteur Jonathan Littell, Les Bienveillantes (De welwillenden), die aanvankelijk door drie Parijse uitgevers zou zijn geweigerd, kreeg dit najaar zowel de prestigieuze Prix Goncourt als de Grand Prix de l’Académie française....

Iedereen die de roman inmiddels heeft gelezen, vindt het een indrukwekkend of op zijn minst bijzonder boek – ook diegenen die (zoals de maker van de documentaire Shoah, Claude Lanzmann) het met Littells aanpak oneens zijn. Tegelijk stelt iedereen die het vuistdikke Les Bienveillantes ook daadwerkelijk heeft uitgelezen, zich de vraag waarom het boek, waarin een kampbeul zonder enige schroom of spijt zijn oorlogsverleden opbiecht, eigenlijk zo’n succes kent. Het is een kil en hard boek, absoluut geen pageturner.

Een voormalig Obersturmbannführer, Doktor Maximilien Aue, geboren in de Elzas uit een Franse moeder en een vader uit het Duitse Pommeren, heeft na de oorlog de wijk genomen naar Noord-Frankrijk waar hij een kantfabriekje is begonnen. Hij verzwijgt voor zijn omgeving, ook voor vrouw en kind, zijn verleden als SS’er; hij leidt er sinds zijn vlucht uit Duitsland al jaren een kleurloos burgerbestaan.

De wraakgodinnen – les bienveillantes – uit de klassieke tragedie van Aischylos zijn hem blijkbaar net zo gunstig gezind als Orestes. Hij blijft voor zijn misdaden ongestraft. Bijna veertig jaar na de oorlog koopt Max Aue enkele goedkope schoolschriften, groot formaat met kleine ruiten, en notuleert gedetailleerd alles wat hij in die oorlogsjaren heeft meegemaakt, in Rusland, in Polen, in Hongarije en op het eind van de oorlog in het aan puin geschoten Berlijn. Minutieus becijfert hij, keurig tussen de lijntjes van zijn geruite schriften, wanneer en hoeveel burgers zijn Einsatzgruppe aan het Oostfront heeft vermoord, hoeveel kadavers je kunt stapelen in een Sardinenpackung, hoeveel joden je met een enkel transport kunt liquideren en hoeveel doden er uiteindelijk in die oorlog zijn gevallen.

Hij vertelt zonder enige gêne. Aue onthult hoe SS’ers met elkaar omgingen, hun drinkgelagen en orgieën, ook zijn eigen bizarre seksleven, zijn incestueuze liefde voor zijn tweelingzus en zijn verborgen homoseksualiteit. Terloops vermeldt hij nog – alsof hij in zijn schoolcahiers een echt klassiek drama opvoert – hoe hij met een bijl zijn moeder en zijn schoonvader heeft geëxecuteerd. Hij schrijft het allemaal klinisch op, hij doorploegt zijn eigen drek; hij blikt zonder schuldgevoelens terug op zijn misdaden.

Het hoofdpersonage Aue is jurist. Hij gaat, omwille van een zedendelict en om aan een veroordeling te ontsnappen, tijdens de oorlog bij de Waffen SS. Hij is al sinds zijn jeugdjaren een groot lezer, bewondert de klassieke schrijvers, filosofen en grote historici, houdt van Stendhal, Flaubert en Lermontov, ook van muziek, en speelt piano. Aue, ‘plichtsbewust functionaris van de dood’, gelooft in de ‘noodzakelijke Endlösung’, zegt hij, ‘omwille van de politieke hygiëne’. Hij aanbidt de Führer, hij is hem onvoorwaardelijk trouw.

De gecultiveerde Aue filosofeert en citeert uit werk van door hem bewonderde schrijvers en filosofen. Hij praat met nazi-kopstukken over literatuur en muziek. Op een akelige en deprimerende manier worden we in zijn notities ook met opvattingen van kampbeulen geconfronteerd. Al in de eerste zin spreekt hij zijn mogelijke toekomstige lezers aan: Frères humains, zegt hij samenzweerderig, ‘laat me u vertellen hoe het allemaal is gebeurd’. Hij legitimeert zijn daden door anderen medeplichtig te maken. Het kan iedereen overkomen: het ‘grootste gevaar voor de mensheid zijn wij zelf’, schrijft Aue ergens, ‘dat ben ik, dat bent u’. Het is het volk ‘dat gelooft in zijn leiders’.

Littells boek gaat weliswaar over de nazi-terreur, maar tegelijk ook over ‘het kwaad in ieder van ons’. De jonge schrijver werkte een aantal jaren voor een Franse hulporganisatie in Bosnië en Afghanistan, was tijdens de oorlog in Sarajevo en Mostar, in Grozny en Kabul, maar ook in Rwanda tijdens de genocide. ‘Pour les morts’, luidt het droge maar ook hartverscheurende motto van zijn boek, ‘voor de doden’. Hij zag in die landen de gruwel van de volkerenmoord.

Het boek is het verhaal van een beul, in de eerste persoon opgeschreven, van een man die is blijven geloven in het totalitarisme. We herkennen feiten uit historische analyses en naslagwerken die Littell heeft doorgenomen. Daar moet je zíjn boek niet voor aanschaffen. Ook wie vooral speurt naar seksuele aberraties van SS’ers, zal de lectuur al snel staken. Het is weliswaar een docudrama, waarin alleen Aue is verzonnen, maar het is geen geschiedenis van de shoah. Lanzmann had gelijk toen hij opwierp ‘dat je het niet moet lezen om meer feiten te weten te komen over de holocaust’.

Het huiveringwekkende verhaal is gecomponeerd als een groots muziekspektakel, de oorlog in allemandes, toccata, courante, sarabande, menuet, air en gigue, zoals de titels van de hoofdstukken luiden. Littell treedt op als dansmeester van de dood. Het onnoemelijk lijden – dat nooit als pijn wordt beschreven – heeft een strakke tijdmaat en een tergende melodie. Juist die schrijfstijl maakt van het boek zo’n bijzondere roman: die cadans van korte dialogen, het staccato van bevelen en afspraken die worden gemaakt over het uitmoorden, van het nooit haperende krassen van de pen van een notulist als Max Aue.

Les Bienveillantes, een debuut dat door luie uitgevers eerst is geweigerd omdat ze het niet hebben (uit)gelezen, is een magistrale roman, maar vooral ook een heel macaber en sinister boek. Het is een misselijk makende partituur van een kille dodendans, die eindigt met een lugubere ‘operette’ in de Berlijnse Tiergarten, waar de dieren na hevige beschietingen uit hun kooien zijn ontsnapt. Die scènes doen denken aan die al even hallucinante film Underground van Emir Kusturica. De kampbeul Aue ontmoet aan het slot van het boek Adolf Hitler, bij de bunker; hij salueert niet, geeft zijn Führer ook geen hand, maar knijpt hem in de neus. Hij wordt opgepakt en bijna gefusilleerd. Het kan iedereen overkomen.

Paul Depondt

Jonathan Littell: Les BienveillantesGallimard907 pagina’seuro 30,50ISBN 2 07 078097 XGallimard907 pagina’seuro 30,50ISBN 2 07 078097 X

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden