Recensie Dans

Danser Andrés Marín is de oproerkraaier van de flamenco (4 sterren)

Zijn voorstelling D. Quixote is een heerlijk avontuur, waarin hij vol zelfspot door zijn eigen ervaringen in de flamencowereld galoppeert. 

Olga Pericet in De doorn die een bloem wilde zijn, de bloem die ervan droomde een danser te worden Beeld Eric van Nieuwland

Terwijl afgelopen weekend de eerste vrieskou door het klamme noorden trok, opende de zevende editie van de Flamenco Biënnale in Amsterdam juist met een bont feest van zinnelijkheid uit het warme zuiden. Een heerlijk avontuur, gek en gul, zo mag de openingsvoorstelling D.Quixote worden genoemd, van flamencovernieuwer Andrés Marín (49). Speels, sportief en met een flinke dosis zelfspot galoppeerde de Spanjaard als ridder door de belevenissen van Don Quichotte de la Mancha en vooral door zijn eigen avonturen als oproerkraaier in de internationale flamencowereld. Durf je gevoel en je verbeeldingskracht te volgen en laat je niet verlammen door dat wat de (dans)traditie voorschrijft, dat is het motto van deze volle voorstelling die je voortdurend uitnodigt tot associëren.

No Soy’ – ‘ik ben niet’ – zo wordt bij aanvang in kapitalen geprojecteerd op de skateramp die het podium domineert. Tegen het slot mondt dit uit in een lied dat bezingt hoe Marín nooit is wat anderen van hem denken. Op grote videoschermen trekt een animatie voorbij waarop Marín door een stier op skateboard wordt opgejaagd. Een loslopende kip verwijst naar de solo die hij ooit deed met een levende hen op zijn hoofd.

Marín put voor deze hedendaagse voorstelling uit de sport. Met twee jonge energieke dansers (een speelse Abel Harana en een fantastische Patricia Guerrero) rent hij vervaarlijk tegen de halfpipe op, op hakken. Ze schrapen hun schoenen alsof ze krassen op vers ijs. Ze dansen op Ninebots, skate- en hoverboards. En ze roffelen synchroon op kicks alsof voetbalschoenen vanzelfsprekend flamencoschoeisel zijn. Wanneer Marín aan het eind duelleert, vindt hij Guerrero tegenover zich in schermpak, om tenslotte het tegen haar af te leggen, als Bond-girl in latex. Een mooi gebaar naar de nieuwe generatie.

De muzikale kant, met percussie, cello, theorbe en elektrische gitaar, wordt aangevuurd door de imponerende zangeres Rosario La Tremendita (34). Terwijl haar diep doorleefde stem tegen de wanden echoot, dempt zij zwoele ritmes met haar klappende bokshandschoenen. Ze paradeert in motorpak, klaar voor het asfalt van de Formule 1. Boven haar basgitaar headbangt ze met lang haar, dat aan een kant is weggeschoren. De slotscène met een naakte Marín als stervende ridder weet zelfs in dit spektakel te ontroeren. Rugnummer tien (verwijzend naar Zidane) daalt af naar de onderwereld.

Olga Pericet

Ook met een verwijzing naar voetbal, maar dan door een lading hakschoenen de boom in te schoppen en ‘Olé, olé, olé, olé’ te zingen, haalt Olga Pericet (44)  de bezem door haar eigen avonturen, tijdens de voorstelling De doorn die een bloem wilde zijn, de bloem die ervan droomde een danser te worden. Tijdens de intro propt ze wel twintig hakken in haar strakke kostuumpje, alsof ze danst met al die herinneringen aan eerdere optredens in haar botten. Pericet is klein van stuk maar groots qua techniek. Welke patronen haar benen en voeten ook uitvoeren, haar romp blijft kaarsrecht. En ze heeft een ongekende beheersing van haar vingerspieren. Bovenal durft ook zij de clown uit te hangen: ze trekt gekke bekken, laat zich als slappe pop op de schouder gooien en weet als lijk op een tafel toch boven zichzelf uit te stijgen, met steun van twee zangers, twee gitaristen en één knipogende danser. Zo danst ze vol onstuimige schoonheid van droom naar droom en ook bij haar oogt het naakte slotstuk even fragiel als trots, net als bij Marín. Een mooi startweekend voor deze zevende editie van de Flamenco Biënnale, die nog tot 10 februari als karavaan langs tien steden trekt.

Vrouwen en de flamenco

Waar de Flamenco Bïennale 2019 opent en sluit met twee illustere, mannelijke flamencovernieuwers (Andrés Marín en Israel Galván) vormt een generatie van sterke vrouwen het hart van het festival. Ze presenteren zich veel theatraler dan hun voorgangers. Ze durven lelijk te zijn, duister, grotesk en grappig. Naast Olga Pericet (44) presenteert Patricia Guerrero (28) donderdag de Nederlandse première van Distopía, over een vrouw die zich niet wil voegen naar een dictatuur. Vanesa Aibar (25) belichaamt in Sierpe de Spaanse danseres zoals Rainer Maria Rilke haar ooit omschreef: als een dansende vlam die de slangen tussen de plooien van haar jurk met haar geklepper wekt. En Leonor Leal (28) danst voor het eerst een solo, die bijna volledig bestaat uit ritme.

DANS

Openingsweekend Flamenco Biënnale 2019

D.Quixote iRock the Quixote door Andrés Marín, 18/1, ITA, Amsterdam

De doorn die een bloem wilde zijn, de bloem die ervan droomde een danser te worden door Olga Pericet, 19/1, ITA, Amsterdam

Flamenco Biënnale duurt t/m 10 februari, verspreid over tien steden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.