Dankzij veiligheidsdienst DDR jubileert chefdirigent Haenchen in Nederland Met hondentrouw door Stasi gevolgd

Tot en met de jaren waarin dirigent Hartmut Haenchen carrière begon te maken bij de Nederlandse Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest zat de veiligheidsdienst van de DDR hem op de huid....

ROLAND DE BEER

Van onze verslaggever

Roland de Beer

AMSTERDAM

De jubilaris zal er niet mee te koop lopen, maar het feit dat het Nederlands Philharmonisch Orkest vanavond in de Amsterdamse Beurs het tienjarig chefdirigentschap van Hartmut Haenchen viert, hebben we te danken aan de Staatssicherheitsdienst van Erich Honecker zaliger.

Het was het Politbüro in Berlin, Hauptstadt der DDR dat hem zestien jaar geleden tot wanhoop dreef. Het annuleerde, toen Haenchen na een conflict wegliep uit de Opera van Schwerin, Haenchens nieuwe chefscontract met de Komische Oper Berlin, en legde hem een dirigeerverbod op bij alle staatsinstellingen van de DDR.

Haenchen: 'Ik kon niets meer doen. Ik heb bijna een jaar van de ene dag in de andere geleefd, mijn spullen stuk voor stuk verkocht. Mijn zoon is nog steeds boos omdat ik zijn spoortreintje heb moeten verkwanselen.' De werkloze operachef stond weinig anders te doen dan in alle rust Wagners Der Ring des Nibelungen te bestuderen.

Laat dát nu de Wagnercyclus zijn die Haenchen, mét zijn NedPo en andere orkesten, tussen 1997 en 1999 nog aan de Nederlandse Opera en haar directeur en regisseur Pierre Audi zal kluisteren.

Down and out was Haenchen na het verbod dat hem in 1980 werd opgelegd. Als een geschenk uit de hemel kwam uiteindelijk het voorstel van een groep Berlijnse musici. Zij wilden zich in hun vrije tijd, als onafhankelijk Kammerorchester C.P.E. Bach, met Haenchen bekwamen in het kamerorkestrepertoire. Haenchen aarzelde niet.

En laat dát nu de extra-ervaring zijn die de NedPhO-directeur Jan Willem Loot wel wat leek, toen die anno 1985 speurde naar een dirigeerschaap met vijf poten. Een concert- en operadier dat bereid zou zijn tot het onmogelijke, namelijk: één orkest te maken van drie radeloze, tot fusie gedwongen Klangkörper (het Amsterdams Philharmonisch, het Nederlands Kamerorkest en het Utrechts Symfonie Orkest). En daar niet alleen de Nederlandse Opera mee te bedienen, maar ook symfonieën mee uit te voeren in de concertzalen - én een 'voorziening-kamerorkest' mee in stand te houden.

Drie jaar na de val van de Muur in 1989 bekeek Haenchen het dossier dat de Stasi in Dresden van hem had aangelegd. Met een schok ontdekte hij dat een familielid - een oudoom - ongeveer de ijverigste was van alle Stasi-informanten die hem hadden gevolgd, terwijl deze joodse oudoom door de familie nog uit de handen van de nazi's was gered.

De autoriteiten bleken hem met hondentrouw te hebben geobserveerd. Vanaf zijn zeventiende in Dresden ('Ik had affiches gedrukt tegen de verkiezingen, ik werd verhoord maar ze hadden geen bewijs'), tot en met de Amsterdamse jaren waarin Haenchen carrière begon te maken bij de Opera en het NedPhO.

'Ik wist dat in de DDR mijn telefoon werd afgeluisterd. Dat merk je. Ik zag ook, als hospitant van Von Karajan in West-Berlijn, en in Bayreuth en dat soort plaatsen, dat ik werd gevolgd. Later, in Nederland, probeerden ze er achter te komen wat er met het geld gebeurde. Op papier ging het zo: 72 procent voor de Nederlandse fiscus, 20 procent voor de Oostduitse Künstleragentur en 10 procent voor mijn manager. Bij elkaar opgeteld droeg ik 102 procent af. Dat kon dus niet, en ze wilden weten hoe het dan wel ging.'

Haenchen was vijftien toen hij koorleider en organist werd van een kerkgemeente in Dresden. Zijn Stasi-dossier begint in de tijd van het conservatorium, waar hij drie keer werd afgegooid. Via Halle, Zwickau en de Dresdner Philharmonie belandde hij in het theater van Schwerin.

Dat Haenchen de repetities van Wagners Tannhäuser moest annuleren (een socialistisch toneelwerk ging voor), betekende een aanslag op zijn inschikkelijkheid. Maar in '80 was de maat vol toen hem bevolen werd zijn musici te verbieden in hun vrije tijd Bach te spelen in een kerk. 'Ik was in tien minuten weg en heb me nooit meer laten zien.'

'Ik zeg niet dat ik geen compromissen heb gesloten. Maar voor mezelf heb ik altijd een grens gesteld', zegt Haenchen, die als hospitant in Bayreuth tot de ontdekking kwam dat hij steeds werd gevolgd door twee mannen die foto's van hem namen met een pakje sigaretten. Ze vielen uit hun rol en protesteerden toen Haenchen een praatje maakte met een voormalige Oostduitse musicus. Haenchen belde de Westduitse inlichtingendienst en verzocht Jansen & Jansen van hem weg te halen, hetgeen geschiedde.

'Bleek dat er nog een derde was, die hén weer in de gaten hield. Hij ging achter mij aan en zei: ''Dit gaat grote gevolgen krijgen.'' Maar ze konden niets bewijzen.'

Vijfduizend beroepsspionnen telde Dresden, en vijftigduizend informanten. In zijn Stasi-dossier las Haenchen 'dat er sinds 1980 een plan bestond om mij als een soort Wolf Bierman het land uit te werken. Ik zag dat de conservatoriumdirecteur die mij ooit als docent in dienst nam, dat bij de Stasi zo heeft geformuleerd. Maar ik heb nooit ''onofficieel'' willen wegblijven. Mijn familie zat er nog, en ik zou mijn kamerorkest kwijt zijn geweest.'

Het Kammerorchester C.P.E. Bach maakte met Haenchen snel naam. Het kreeg uitnodigingen uit het westen. 'En voor westers geld verkocht de DDR elke vorm van ideologie. We mochten op tournee, de staat verdiende eraan, en ik mocht weer wat werk doen in de Komische Oper. Om van me af te zijn, gaven ze me een eigentijds stuk waarvan ze dachten dat ik het niet aankon, Lear van Aribert Reimann. Het werd een enorm succes.'

Haenchen kreeg posten aangeboden in Stuttgart, Düsseldorf, München, maar kon alleen 'officieel' de DDR uit als hij naar een land ging dat een cultureel verdrag had met de DDR. 'Ik heb het ministerie een brief geschreven die ze niet leuk vonden: dat ik mijn verhaal had gedeponeerd bij Der Spiegel, en dat ze me met mijn familie moesten laten gaan.'

In dat jaar dirigeerde Haenchen een briljante Elektra in Scheveningen - met het Rotterdams Philharmonisch, voor de Operastichting. Kort daarop zocht Loot hem op in Wenen.

De 'zware, netelige opgave' in Amsterdam is hem 'ten dele' gelukt. 'Ik ben hier gekomen met de overtuiging dat ik mijn driejarig contract niet zou overleven. De fusie was niet mijn idee. Veertig musici moesten weg. Maar we hebben een groot wederzijds vertrouwen kunnen opbouwen. Tien jaar geleden speelde ik de politieman. Nu kan ik veel meer van ze vragen, en mezelf meer muzikale vrijheid permitteren.

'Er zijn 60 nieuwe gezichten bijgekomen. De volgende vijf jaar komen er nog eens 25 bij. Dat is bijna een heel orkest. Ik zeg nu heel rustig: het orkest kan alles aan. Het feit dat we in een eigen huis kunnen repeteren heeft daar geweldig aan bijgedragen.

'Wat ik niet bereikt heb, is de invloed die ik zou willen hebben in de Opera', zegt Haenchen, die zijn muziekdirecteurstitel bij de Opera zag veranderen in die van chefdirigent - en van dat chefdirigentschap in '99 afstand moet doen.

'Ik heb nu dertig producties gedaan bij de Opera, meer dan driehonderd voorstellingen. Maar de ideeën van de directie over de casting, de keuze van stukken en de combinaties van dirigenten en regisseurs, die verschillen nogal met die van mij. Dus daar komt een eind aan. Ik weet niet of ik hier na 1999 nog dirigeer.'

Haenchen is 'nooit op Nederlandse les geweest bij de nonnen in Brabant, zoals Pierre Audi', maar communiceert met zijn orkest sinds vijf jaar in vlekkeloos Nederlands. In dezelfde taal correspondeert hij blijmoedig met concertgangers die dankjewel schrijven, achter interpretatiekwesties aanzitten, of behoefte hebben aan een operafilosofische les over liefde en haat.

In de Beurs van Berlage zal hij zich vanavond tot het publiek richten. Niet over Haenchen zal het gaan, maar over muziek van Sjostakovitsj, die hij in Berlijn en Dresden heeft ontmoet. Het Nederlands Kamerorkest, dat binnen het NedPhO zijn afzonderlijke status heeft behouden (en deze maand met Haenchen Sjostakovitsj' De neus speelt bij de Opera) speelt in de Beurs Sjostakovitsj' Prelude en Scherzo, Celloconcert nr 1 en Requiem voor strijkorkest.

Het is de opening van een nieuwe themaserie, die inhaakt op operaproducties met Haenchen in het Muziektheater. 'Voor mij is dit belangrijker dan een groot feest.'

Nederlands Kamerorkest o.l.v. Haenchen in Amsterdam, Beurs Berlage, 17 en 19 oktober. Inleidingen Haenchen 19.30 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden