Dankzij deze biografie leeft Jacob van Lennep weer (al worden zijn boeken niet meer gelezen)

Biograaf Marita Mathijsen corrigeert een bestaand beeld

De hyperactieve Jacob van Lennep, zowat een verpersoonlijking van de 19de eeuw, kreeg de bruisende biografie die hij verdient. Waarin biograaf Marita Mathijsen graag wat dingen rechtzet.

Marita Mathijsen: 'Maar nooit heeft Van Lennep zijn macht daarbij misbruikt, voor zover mij bekend.' Beeld Bianca Pilet

Om te beginnen een waarschuwing. 'Je kunt niet in #MeToo-termen over Jacob van Lennep spreken', stelt Marita Mathijsen (73), emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, en Van Lenneps biograaf. 'Hij was een drukke baas, rijksadvocaat en driftig publicerend auteur van vooral historische romans, die er ook voor zorgde dat er een standbeeld van Vondel in het gelijknamige park kwam. Die in 1859 de geestige gedichten van De Schoolmeester uitgaf. En een jaar later zorgde hij voor de publicatie bij een fatsoenlijke uitgever van Max Havelaar van de onbekende Multatuli. Van Lennep was de eerste die dat een bliksems mooi meesterwerk vond.'

Verder, somt Mathijsen op, was hij ook de initiator van de duinwaterleiding tussen Heemstede en Amsterdam, had hij zitting in tal van commissies en in de Tweede Kamer. Het Rijksmuseum is door hem voorbereid. En ja, Van Lennep was óók de man die niet alleen zijn vrouw zes kinderen schonk, maar er minstens zo veel bij diverse minnaressen verwekte. Een kwestie, om hem zelf te citeren, van zijn immer 'opspelend bloed'.

Mathijsen: 'Wij zouden hem nu misschien een adhd'tje noemen. Maar nooit heeft hij zijn macht daarbij misbruikt, voor zover mij bekend. De affaires en romances hebben altijd met instemming van de dames plaatsgevonden.'

Eén romantische nacht

In 1833 gaat Van Lennep er met zijn toenmalige minnares Doortje Ringeling ongemerkt vandoor, in een koets. Door zijn vader wordt hij echter na één nacht in een Rotterdams hotel teruggefloten, voordat het stel naar Engeland is overgestoken. Jacob krijgt niet eens tijd om zijn laarzen aan te trekken, en moet spoorslags terug naar vrouw en kinderen. En Doortje? Ook terug, naar haar zus, om vervolgens vrijgezel te blijven, en twintig jaar later op haar 52ste te sterven. Haar graf is er nog, op de Lage Vuursche, schrijft Mathijsen: 'Maar wie zal er op haar graf nog een traan storten of een bloem neerleggen?'

Arme Doortje heeft misschien in haar hele leven slechts één romantische nacht gehad. Mathijsen: 'Dat denk ik eerlijk gezegd ook. Ze is naast haar zus begraven. Ik ben daar geweest, en om de vraag die ik in mijn boek stel zelf te beantwoorden: ik heb die roos op haar graf gelegd. Die zin over een bloem op het graf is trouwens een toespeling op La Traviata, de opera van Verdi die mij zeer dierbaar is. De lezers die de opera ook kennen, pinken wellicht dat traantje even mee.'

Non-fictie Marita Mathijsen Jacob van Lennep Een bezielde schavuit Balans; 592 pagina's; 39,95 euro

De research bestond hoofdzakelijk uit verzamelen en lezen. Er zijn nogal wat documenten die Mathijsen in de afgelopen vier jaar heeft geraadpleegd - niet alleen Van Lenneps kolossale Verzameld Werk, maar ook zo'n tienduizend brieven -, toen ze het overvolle leven onderzocht van deze sleutelfiguur uit 'de vlijtigste aller eeuwen' (Kees Fens). Dat heeft geresulteerd in haar bruisende Van Lennep-biografie, met als ondertitel: Een bezielde schavuit.

Vier jaar is niet gering, al mag je ook zeggen dat ze al heel wat langer, zelfs haar hele leven als neerlandicus, met de man bezig is. Indertijd promoveerde Mathijsen in Utrecht op de brieven van de kostschoolhouder Gerrit van de Linde, die dichtte onder het pseudoniem De Schoolmeester, aan zijn waarde vriend Van Lennep. Brieven die student Marita in 1974 ontdekte.

Tussen twee haakjes: Van de Lindes beroemdste en meest geciteerde grafschrift, Hier ligt Poot/ Hij is dood, is vermoedelijk door iemand anders bedacht, zoals Mathijsen fijntjes onthult.

Tentoonstelling over Jacob van Lennep in het Stadsarchief, Vijzelstraat 32 Amsterdam, tot en met 20 mei.

Publiekspresentatie van Jacob van Lennep - Een bezielde schavuit op 27 januari in de Lutherse kerk te Amsterdam, 17 uur.

Blog over Jacob van Lennep met het laatste nieuws uit de negentiende eeuw.

Straten en kades

Even een bestaand beeld corrigeren. Daar houdt ze van. Zoals ze ook graag zag dat we bij Van Lennep niet alleen maar aan de straten en kades denken die naar hem zijn vernoemd. Of dat hij Max Havelaar ingrijpend censureerde alvorens de eerste druk in 1860 kon verschijnen, zo ongeveer het enige dat generaties studenten Nederlands van hem hebben onthouden. Mathijsen: 'Maar toen Multatuli protesteerde tegen het schrappen van het uitbundige slot, want het boek was naar diens zeggen geschapen zoals een paradijsvogel om zijn staart, heeft Van Lennep hem die staart gelaten. Zo was hij óók.'

Tevens heeft hij voor een Vondel-herleving gezorgd, schreef in 1840 het taalspelletje De E-legende ('Lees en beef! Een vreemde heerscher betreedt Berthes erfdeel', vier pagina's met alleen die ene klinker), de nog altijd leesbare historische avonturenroman over Ferdinand Huyck (uit 1840) en het destijds scandaleuze verhaal over Klaasje Zevenster (uit 1866) dat deels in een Haags bordeel speelt.

Slordig boek, dat laatste, ellenlang, klaagde de genadeloze criticus Busken Huet bij verschijnen; poppenkast-intrige, een roman 'uit de werkelijkheid doch waarin de werkelijke dingen en werkelijke mensen ten enenmale gemist worden'.

Stevige kritiek van een geducht criticus, nietwaar? Mathijsen glimlacht, niet onder de indruk: 'Huet schreef goed, maar is niet mijn lieveling. Hij werd betaald per pagina, hè. Daarom citeert hij dikwijls enorme lappen, en zet er dan een paar zinnen van eigen makelij tussen. En Huet had dubbele agenda's; liet privé weten dat hij Van Lenneps hoerenkast juist leuk had gevonden. Toentertijd was de criticus bezig met zijn eigen vrijmoedige roman, Lidewyde - ik verdenk Busken Huet ervan dat hij de stoep vast wilde aanvegen voor zichzelf. Nee, Jacob van Lennep is heel wat integerder.'

Die zit. Zoals Mathijsen in haar biografie ook een prik kan uitdelen door op te merken dat niemand zich tegenwoordig nog aan Vondel waagt, zelfs het Huygens Instituut niet, dat zich om ons literaire erfgoed hoort te bekommeren. 'Omdat die overal zo lang over doen. Ja, dat valsigheidje kon ik niet laten.'

CV

1944 geboren in Belfeld.
1977 Waarde Van Lennep - Brieven van De Schoolmeester. Bloemlezing, toegelicht door Marita Mathijsen.
1984 geboorte van dochter Alma.
1987 Brieven van De Schoolmeester. Volledige uitgave.
1987 Het literaire leven in de negentiende eeuw.
1990 De geest van de dichter - Tien zogenaamde gesprekken met negentiende-eeuwse schrijvers (Multatuliprijs 1990)
1999 hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
2000 De zomer van 1823 - Lopen met Van Lennep. Dagboek, hertaald door Marita Mathijsen.
2004 Verliefd op het verleden - Ontboezemingen van een letterkundige.
2007 De gemaskerde eeuw (essay over de mentaliteit van de negentiende eeuw)
2008 Twee vrouwen en meer. Over Harry Mulisch.
2009 met emeritaat; benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
2011 Vroeger is ook mooi (essays).
2013 Historiezucht (over de obsessie met geschiedenis).

Ik-vorm

Opvallend aan Een bezielde schavuit is dat de auteur af en toe in de ik-vorm opduikt, veronderstellingen poneert ('dunkt mij'), of suggestieve puntjes plaatst nadat ze Van Lenneps uitingen aanroert die wij als xenofoob of antisemitisch zouden bestempelen. In 1841 bijvoorbeeld zag hij in Parijs de beroemde dichter Heinrich Heine, die hij niet herkende. Achteraf schreef hij een vriend: 'Ik hield hem voor een oude wisseljood; 't is een leelijke, smeerige, onbescheiden, lasterlijke, beroerde vent'. Waarna Mathijsen: 'Wat Heine op zijn beurt van Van Lennep vond is niet bekend...'

Met die 'ik', licht ze desgevraagd toe, heeft ze de alleswetende vertelstem uit de negentiende eeuw willen honoreren: 'Af en toe moet ik de lezers even bijpraten, maar ook wil ik laten weten dat ik van bepaalde zinnen kippevel krijg. Antisemitisme was toentertijd heel gebruikelijk, het werd niet eens als zodanig aangemerkt, maar niettemin. Ik vond dat ik als verteller aanwezig mocht zijn. Als er ergens geen bewijzen voor zijn, schrijf ik niet 'er zijn geen bewijzen voor', maar: 'ik heb geen bewijzen gevonden'. Dat klinkt toch veel prettiger? Bovendien kan ik de lezer op deze manier gemakkelijker meevoeren.

'Soms heb ik zitten puzzelen en piekeren. Een bon vivant die tegelijkertijd het hele gezin als nagerecht één appel gaf, waarvan hij dan de partjes verdeelde - dat snapte ik nog, want die aan gierigheid grenzende zuinigheid kwam je, en kom je nog steeds, onder welgestelden veel tegen. Maar hoe kán het, dacht ik, dat Van Lennep nauwelijks iets laat merken als zijn anderhalf jaar jonge zoontje Willem Anne in een hoestbui is gestikt. Hij meldt dat smartelijke sterfgeval in een brief, en gaat een alinea later alweer op kolderieke toon verder met de dagelijkse dingen. Wat is dat? En toen, in een brief van maar liefst dertig jaar later, als hij een vriend wil troosten die net een kind heeft verloren, zag ik hem ineens schrijven over het gevoel 'wanneer u dan een deel van uzelven uit het hart gescheurd wordt'. Een wond die nooit heelt. Ahá, dacht ik. Het zit dus toch anders.'

Dankzij dit boek leeft Jacob van Lennep weer. Maar de auteur zelf lezen we niet meer, net zomin als we Vondel nog vrijwillig lezen. Wat moet een uitgever doen die wel wil maar niet durft, omdat hij ook aan zijn inkomsten moet denken? Mathijsen, met onvervalst enthousiasme: 'Die uitgever zou het volgende moeten doen: naar een regisseur gaan met een toneelgezelschap, en zeggen: 'Lucifer, dat is een drama van Europees niveau, handelend over macht. Laat Tom Lanoye daar een schitterende hertaling van maken, voer het op, maak een uitgave met de tekst van Vondel en Lanoye naast elkaar, en doe daar een cd'tje van de opvoering bij.'

Marita Mathijsen: 'Inkorten, hertalen, daar ben ik niet op tegen, want liever een luie lezer dan geen lezer.' Beeld Bianca Pilet

'Voor Van Lennep geldt hetzelfde. Er is geen titel van hem verkrijgbaar. Van Klaasje Zevenster kun je een mooie tv-serie maken, dat boek is daar perfect voor. Hertalen zou kunnen, maar hoeft niet eens. Goed inkorten volstaat.

'Inkorten, hertalen, daar ben ik niet op tegen, want liever een luie lezer dan geen lezer. Klaasje Zevenster is een heel leuk verhaal dat niet onder doet voor die van Charles Dickens, Jane Austen of de zusters Brontë. Ferdinand Huyck, ook heel geschikt voor een serie.

'Voor mijn reddingsplan is dat dus noodzakelijk, dat we die sprong maken naar andere media. In 1995 schreef ik nog een streng boek over editie-techniek, Naar de letter. Veel van mijn studenten zullen die grijze bijbel nog kennen. Inkorten en hertalen wees ik toen af.

'Mijn boek kan inmiddels bij het vuilnis. Dat moet dan maar. Het kán zo niet meer. Ik vind het natuurlijk jammer, al is het geen onoverkomelijk drama. Als we het niet anders gaan doen, is de literatuur uit het verleden gedoemd om vergeten te worden. En er is potentie! We moeten echt van ons puritanisme af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.