'Dankzij Ader had ik het lef mijn liedjes minimaler te maken'

Bij het grote publiek zijn ze niet altijd even bekend, maar door hun collega-kunstenaars worden ze bewonderd – de artist’s artists....

Waar en wanneer hij voor het eerst dat filmpje zag waarin een man minuten lang huilend in de camera kijkt, weet Otto Wichers niet meer precies. Maar vast stond daarna wel dat toen een overzichtstentoonstelling van de maker te zien was, in 2006 in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen, hij daar heen moest.

Lucky Fonz III, zoals de artiestennaam van Wichers luidt, bezocht de expositie van Bas Jan Ader op de allerlaatste dag. ‘Ik had die dag vette griep, maar wilde toch gaan. Misschien dat ik door die koorts wel wat emotioneler of ontvankelijker was, maar het raakte me diep. Ik had het gevoel dat ik het instant begreep en vond het tegelijk mooi en ontroerend. Ik wist eigenlijk helemaal niks van hem, maar ik had gelijk het idee dat hij op dezelfde golflengte zat als ik.’

Het kleine oeuvre van Bas Jan Ader (1942-1975) beslaat performances, fotografie en filmpjes, zoals dat van de huilende Ader in I’m Too Sad Too Tell You (1971), en Fall I (1970) en Broken Fall (organic) (1971). ‘Die Fall-filmpjes behelzen niet veel meer dan een man, Bas Jan Ader zelf, die van een dak valt, het water in fietst of aan een tak hangt. Dat duurt dan een paar minuten en het wachten is op het moment dat de tak breekt en hij in het water valt. Het stelt weinig voor, maar het is toch spannend. Je weet wat er gaat gebeuren, alleen niet wanneer. Het is een thema in zijn werk, mensen die fysiek risico nemen.

‘Juist omdat het zo minimaal is, kun je er met je fantasie helemaal in loos gaan. Maar voor mij was het vooral een ontroerend beeld, een man die valt, of een man die huilt. Je weet niet waarom, het gaat om de daad van het huilen zelf. Aan de oppervlakte is niet veel te zien, maar het roept wel een wereld op. Met kunst is het zo dat als het je echt raakt, je er een persoonlijke relatie mee krijgt en je gedwongen wordt over je eigen werk en leven na te denken. Wat moet ik doen om ook dit effect te bereiken?’

Het mooie van Ader is dat hij, net als Lucky Fonz III met zijn eigen liedjes, niet zijn best doet om in zijn performances of filmpjes te imponeren. ‘Ik hou van dingen die sober zijn en sereen, niet van dingen die erg nadrukkelijk mooi willen zijn of verleidelijk. Van zulke vrouwen hou ik ook niet.’

Bas Jan Ader legt niet veel uit in zijn werk, ook dat bevalt de muzikant. Boven zijn piano hangt een ansichtkaart van een werk van Ader, All My Clothes. Er zijn kledingstukken op te zien, die verspreid op een dak zijn neergelegd. ‘Voor mij verwijst het naar alles blootgeven, naaktheid en anti-materialisme. Ideeën waarvan ik hoop dat ze in mijn werk zitten. Het gaat weer niet om grote daden, maar het heeft voor mij precies de juiste toon, daarom kijk ik er iedere dag naar. Wat Ader zelf precies met de foto bedoelde, interesseert me niet.’

Je moet ook niet te veel willen uitleggen, vindt Wichers. ‘Als ik een liedje zing over een vuurtoren, kan ik zeggen: die is van Vlieland. Maar dat is weer jammer voor iemand die een mooi beeld krijgt van een vuurtoren van Ameland. Je kunt je bronnen beter niet prijsgeven. Het werk is pas af, zeker in de abstracte kunst, als iemand er moedwillig een relatie mee aangaat.’

Dat is iets dat Lucky Fonz III ook met zijn muziek wil bewerkstelligen. ‘Bas Jan Ader maakte heel intiem en minmaal werk, helemaal niet psychedelisch of glamoureus, wat je toch zou verwachten bij die periode, de jaren zeventig. Die soberheid streef ik ook na. Ik was toen ik de tentoonstelling bezocht ver gevorderd met mijn tweede album, Life Is Short (2007). Dat museumbezoek heeft echt invloed op dat album gehad.’

Er waren merkwaardige overeenkomsten in thematiek. In de liedjes van Wichers speelden zee, eilanden, eenzaamheid en verdriet een belangrijke rol. ‘Ik had een liedje waarin, heel bizar, een zeeman verdwijnt.’ Net als Bas Jan Ader zelf die in 1975 met een bootje de oceaan op voer, als onderdeel van de kunsttrilogie In Search Of The Miraculous, om vervolgens te verdwijnen en nooit meer te worden teruggevonden.

‘Het was heel maf, op die tentoonstelling stuitte ik op allemaal bewijzen dat het goed was waar ik mee bezig was. Dat had tot gevolg dat ik alles nog minimaler ben gaan opnemen. Ik heb alle tweede stemmen weggehaald en arrangementen versoberd. Ik had dankzij Bas Jan Ader het lef gekregen de liedjes minimaler te maken dan carrièretechnisch verstandig was.

‘Dat is ook het mooie van kunst, dat je gesteund wordt in je intuïtie door andere kunstenaars. De kern van het kunstenaarsschap is toch steeds: waarom doe je dit wel en dat niet, waarom zus en niet zo. De helft van het werk aan mijn albums bestaat niet uit de muziek zelf, maar uit de beslissing die je neemt om iets wel of niet te doen.’

Hoewel Bas Jan Ader met precisie een pijltje in zijn hart heeft geschoten, en Lucky Fonz III bij wijze van ode een liedje In Search Of The Miraculous heeft genoemd, is de muzikant nog altijd niet wezenlijk geïnteresseerd in het leven van de beeldend kunstenaar. ‘Ik ben onder de indruk van de compositie van zijn werk, maar behalve dat hij Nederlands was en met een boot is omgekomen toen hij 33 was, weet ik niks van hem. Hoeft ook niet voor een beter contact met zijn werk. Tegenwoordig wordt er veel te veel nadruk gelegd op de relatie kunst en kunstenaar en te weinig op de relatie kunst en kijker. Kunstenaars moeten te vaak met bewijzen komen: ik heb dit of dat meegemaakt en daarom maak ik nu dit. Dat moeten leveren van een authenticiteitbewijs is onzin. Ik maak muziek ook niet voor mezelf maar voor het publiek. In dat proces van kunst maken, worden opgepikt en in iemands hoofd te worden voltooid, voel ik me maar een klein onderdeel. Als ik een liedje geschreven heb, is de inspiratiebron niet meer belangrijk maar gaat het om het resultaat.’

Of zoals Lucky Fonz III ervoer bij het zien van Bas Jan Aders I’m Too Sad To Tell You: ‘Het gaat om het verdriet zelf en niet om de oorzaak.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden