Review

Daniël Lohues brengt prachtige odes aan Saksenland, maar zijn elegante melodieën zijn overál de moeite waard

Van Erica (Drenthe) naar Ulft (Achterhoek) is een kilometer of 180 (Amsterdam-Ulft is korter), maar op het podium van de knusse DRU Cultuurfabriek kan Daniël Lohues gewoon zijn eigen taal spreken. Drents of Achterhoeks; het is allebei Nedersaksisch. Gaat prima.

Daniël Lohues tijdens een concert in 2014 Foto anp

'Kaold an de snoede hè?' zegt Lohues.

'Onmundig kold,' antwoordt de zaal.

En we zijn los. Lohues is al een paar weken op solotournee: allennig langs de theaters, zoals hij dat nu twaalf jaar doet. In Ulft houdt hij het album ten doop waaraan de maandenlange trektocht (tot eind juni!) gekoppeld is: Vlier, het elfde onder zijn eigen naam, sinds Allennig uit 2006.

Komend weekend, in Zaandam en Haarlem, zullen de liedjes en anekdotes óók prachtig zijn, hij zal moet dan meer uitleggen in het Nederlands. Hier, op Nedersaksische grond, is er de warme vanzelfsprekendheid van gedeelde taal en traditie.

Lohues zingt Kwelt, een opbeurend liedje van Vlier dat een beetje aan zijn oude band Skik doet denken. Pa heeft een kwaal, waarop ma even nuchter als troostend zegt: 'Ie moeten wat hebben wat joe kwelt, anders be'j niet lebentig meer.' Dat zouden moeders in Ulft dus ook kunnen zeggen, al zouden ze 'leaventig' zeggen in plaats van 'lebentig', zo stellen artiest en zaal samen vast.

Daniël Lohues

1/3, DRU Cultuurfabriek, Ulft. Tournee (speellijst op www.lohues.nl)

Elegante melodieën, dansend tussen melancholie en vrolijkheid

Zijn prachtige odes aan Saksenland, van het nieuwe Mar ik heur hier tot het oude Hier kom ik weg (2008), hebben hier meer diepgang en betekenis, net als de anekdotes tussendoor, over de geur van vlier die hem op het platteland houdt of de als stof opstuivende zwarte grond tussen Emmen en Klazienaveen ('t Stöf).

Gelukkig heeft Lohues ook veel te bieden dat overal even prachtig is. Die altijd elegante melodieën, dansend tussen melancholie en vrolijkheid. Die passievolle, halfhoge zangstem. Die fysieke overgave. Zijn achteloos virtuoze spel op gitaar of vleugel.

Vooral aan de vleugel excelleert hij als een Saksische Randy Newman, die zijn liedjes graag mag afronden met een barok notenpirouetje, waarschijnlijk een erfenis van zijn Bach-lessen. Liedjes en verhalen grijpen in elkaar, vormen een vertelling, tót de mondharmonica klinkt: nog even Op fietse, de Skik-hit uit 1997. Lohues gaat in het najaar trouwens weer eens lawaai maken met een bandje, vertelt hij.

Tussen al dat moois door wil hij niet te veel praten over de veronderstelde kloof tussen Randstad en provincie, maar hij noemt toch even die vrouw die schreef over de 'verstikkende monocultuur' van de provincie.

'In de stad zit je als muzikant al gauw in een bubbel met gelijkgestemden. Ik geloof dat ik dát verstikkende monocultuur vind. In mijn dorp spreek ik iedereen. We staan rond hetzelfde paasvuur.'

In de zaal bij Daniël Lohues sta je ernaast.