Interview Dan Piepenbring

Dan Piepenbring mocht de biografie van Prince schrijven – en toen ging Prince dood

Prince thuis in bed in 1978. Uit het boek Prince. The Beautiful Ones. Beeld Joseph Giannetti

Nu is er het boek The Beautiful Ones, gemaakt aan de hand van dertig handgeschreven velletjes van de zanger zelf.

Op 21 april 2016 leek de wereld van Dan Piepenbring in te storten. Hij zat in de trein van New York naar Connecticut toen zijn mobieltje ontplofte door een stroom berichten. Prince was overleden. Het kon niet waar zijn, nee, het mocht niet waar zijn. Niet omdat Piepenbring al zijn leven lang fan van de popster uit Minneapolis was, maar omdat het Prince was die het leven van de toen 29-jarige redacteur van het literaire tijdschrift The Paris Review drie maanden eerder zo’n enorme wending had gegeven.

‘Prince wilde het beste muziekboek ooit schrijven en ik moest hem daarbij helpen’, vertelt Piepenbring (33) via Skype. ‘We waren net begonnen en hup, weg boek, weg droom, weg alles eigenlijk.’

Toch ligt er nu een boek, The Beautiful Ones, met als auteursnaam behalve Prince ook die van Piepenbring. Dat zijn naam naast die van zijn grote held op het omslag prijkt kan hij nog nauwelijks geloven. Het is dan ook een merkwaardig verhaal. Hoe kan het dat een onbekende publicist door Prince wordt uitgenodigd samen te werken aan wat voor Prince het Grote Boek moest worden?

Piepenbring kreeg de belangrijkste klus uit zijn leven dankzij een mailtje dat hij naar Prince had gestuurd. Door zijn werk had hij aardig wat contacten in de uitgeverswereld en zodoende wist hij dat Prince drie uitgevers bij hem thuis in het Paisley Park-studiocomplex had ontvangen om te praten over een mogelijke autobiografie.

‘Wauw, dacht ik even, stel je voor dat je daar als ghostwriter aan mee mag werken.’ Een gedachte die zo gek niet bleek, want niet veel later werd Piepenbring benaderd door zijn agent. ‘Publiceren deed ik weinig, maar zoals veel New Yorkse auteurs had ik wel een agent.’ Die wist hem te vertellen dat Prince op zoek was naar een schrijfpartner, maar geen oude rot in het vak wilde. Hij zocht een onbevangen auteur die wel wist hoe het vak werkte, maar er weinig ervaring mee had.

‘Ik schreef de slijmerigste aanbevelingsbrief ooit, waarin ik Prince op dezelfde hoogte stelde als Mozart. Ik had al spijt toen ik op ‘verzenden’ had gedrukt, maar binnen een dag kreeg ik mijn agent aan de lijn. Prince wilde me spreken en wel zo snel mogelijk.’

Het was eind januari 2016 toen Piepenbring op het vliegtuig naar Minneapolis stapte. Hij werd ondergebracht in een hotel en wachtte. ‘Zonder al te veel illusies trouwens, want ik wist dat ik niet de enige kandidaat was. En de vraag bleef maar knagen: wat moet Prince met zo’n groentje als ik?

Fotoshoot voor You Too in 1977. Uit het boek Prince. The Beautiful Ones. Beeld Joseph Giannetti

Toen er de volgende dag een auto voorreed om hem naar Paisley Park te rijden, wist hij dat hij een serieuze kandidaat was. ‘Prince stond me buiten op te wachten. Hij oogde kleiner dan verwacht en praatte met een warme donkere stem die ik nooit zal vergeten. Ons eerste gesprek verliep stroef. Ik had in mijn mail zijn muziek magisch genoemd, dat vond hij onzin. Muziek is vooral hard werken, alles steeds maar weer opnieuw proberen en je aan bepaalde muzikale regels houden. Dat had niets met magie te maken.’

Toch was er een klik. ‘Dat merkte ik toen hij me zelf naar het hotel wilde terugbrengen in zijn Lincoln. Vooral mijn kennis van het boekenvak en de vergelijking die ik trok met de muziekindustrie beviel hem.’

Nooit heeft Prince hem gezegd: oké, Dan, je krijgt de opdracht, ik neem je in dienst. ‘Zo ging hij ook niet met zijn muzikanten om. Hij belde je als hij je nodig had. Dat hele hotel zat vol met mensen die op afroep beschikbaar moesten zijn.’

Dat het Prince menens was merkte Piepenbring een paar weken later, toen hij werd gesommeerd naar Melbourne te komen. Het moest maar eens gaan beginnen, vond Prince, die al wat op papier had gezet. ‘Ik kreeg dertig handgeschreven velletjes te lezen. Een heel mooi, maar ook lastig leesbaar handschrift, met die symbolen die we kennen van de tekstvellen bij zijn platen. Eye in plaats van I, U in plaats van You en geen Are maar R.’

De tekst over zijn ouders, zijn jeugd en de eerste muzikale liefdes vond Piepenbring meteen prachtig.

‘Hij kon net als in zijn liedjes met weinig woorden veel zeggen. Mooi hoe hij zijn muzikale vader in 1970 overhaalde om mee te gaan naar de Woodstockfilm met onder anderen Santana, Jimi Hendrix en Sly & The Family Stone, die de helden van Prince werden.’

Piepenbring hield tien vellen zelf voor correcties en aanvullingen, de andere twintig gaf hij terug aan Prince. ‘Na zijn overlijden was dat het eerste waar ik aan dacht: is die blocnote nog ergens?’

Tot Piepenbergs stomme verbazing vond hij die een paar maanden na de dood van Prince terug in een van de vele kamers van Paisley Park. ‘Het was al bijzonder dat mijn uitgever en ik daar mochten neuzen, maar dat we de resterende boekbijdragen van Prince nog vonden tussen de duizenden knipsels, mappen, foto-albums en andere parafernalia was eigenlijk onvoorstelbaar.’

Dan Piepenbring: ‘Prince tekende nooit iets, wantrouwig als hij was. Maar dit boek wilde hij blijkbaar erg graag.’ Beeld Edwin Tse

Dat de deuren voor team Piepenbring werden geopend, had alles te maken met een contract dat Prince vlak voor zijn overlijden had getekend met uitgever Random House. ‘Prince tekende nooit iets, wantrouwig als hij was. Maar dit boek wilde hij blijkbaar erg graag.’

De curatoren en de erven Prince ook, wetende dat een boek met het laatste werk van Prince geld zou opleveren. Dus werden de deuren van Prince even opengezet. ‘Die dertig blaadjes waren de laatste die hij schreef, dat weet ik zeker. En ik denk zelfs weleens dat hij wist dat hij niet lang meer te leven had. Hij wilde geen gitaar meer spelen, maar alleen nog maar achter de piano liedjes zingen en verhalen over vroeger. Dit boek had de aanvulling bij die laatste zogeheten Piano & Microphone-tournee moeten worden.’

Rondstruinend in het doolhof dat Paisley Park was kwam de fan in Piepenbring weer naar boven. ‘Al die pakken, schoenen, gitaren, posters, recensies. Prince mocht dan niet graag terugblikken, hij bewaarde alles. Maar een systeem zat er niet in.’

De mooiste vondst was een foto-album uit 1977, toen Prince werkte aan zijn debuutalbum For You. ‘Die onschuldige jeugdigheid, het enthousiasme en zijn enorme fotogeniekheid verbaasde me niet, maar ontroerde me toch.’

Deze foto’s zouden de ideale aanvulling kunnen zijn op de weinige tekst die Piepenbring tot zijn beschikking had. Want wat moest hij anders? Een boek met maar dertig bladzijden is immers geen boek.

‘Latere foto-albums lieten een veel zelfbewustere Prince zien, die zich ook vaak door professionele fotografen liet vastleggen. Dat boeide me minder. Prince was niet verder gekomen dan het noteren van zijn jeugdjaren, daar moesten we het dus maar bij houden.’

Er kwam toestemming om het fotoboek te gebruiken, net als de notities van Prince die moesten leiden tot de film en soundtrack Purple Rain, zijn grootste succes.

‘Die heb ik gebruikt omdat het scenario uiteindelijk teruggrijpt op de jaren die Prince in het boek beschrijft. Zo hebben we de jeugd van Prince en hoe hij die ervaren had van verschillende kanten in kaart gebracht.’

Prince. The Beautiful Ones- Zijn laatste woorden.

Maar is het ook het Beste Muziekboek ooit geworden, zoals Prince het in gedachten had? ‘Nee, zelfs niet het begin ervan. We waren pas net begonnen en er is nog zo veel dat ik had willen weten. Over zijn muziek in relatie tot zijn geloof en liefdesleven bijvoorbeeld. Hij heeft me toevertrouwd alles te willen opschrijven, maar het is bij die dertig velletjes gebleven.’

Een vervolg zit er volgens Piepenbring niet in. ‘Maar er ligt nog voor honderden uren muziek in de kluizen en er zijn inmiddels 5.200 voorwerpen gecatalogiseerd, dus er zal nog genoeg nieuws van Prince worden ontsloten. Daar alleen al wordt de fanboy in mij warm van.’

Prince met Dan Piepenbring: Prince. The Beautiful Ones – Zijn laatste woorden. Xander Uitgevers; 288 pagina’s, € 29,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden