Dan maar iets met een wandelstok

Stomverbaasd was Joop Doderer toen regisseur Ivo van Hove hem vroeg voor een rol in 'Rijkemanshuis' - wat had een oude komediant als hij in zo'n serieus stuk te zoeken?...

'IK VRAAG niet meer dan mijn oude dag in alle rust te mogen slijten.' Deze smeekbede van de oude senator aan keizer Caligula komt bijna smartelijk over zijn lippen. De rol van senator wordt gespeeld door Joop Doderer en het is alweer zijn derde productie bij Het Zuidelijk Toneel. Aan Doderers carrière leek na 55 jaar stilzwijgend een eind gekomen, totdat Ivo van Hove hem in 1994 vroeg voor een rol in de Holland Festival-productie Rijkemanshuis. Het werd zijn debuut in een serieuze rol, voor het eerst sinds 1942 stond hij weer op de planken van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Nadien volgde de vaderrol in Schnitzlers Flirt (Liebelei) en sinds kort vervangt hij Henk van Ulsen in de herneming van Caligula, Van Hove's eigenzinnige en technisch geavanceerde visie op het stuk van Albert Camus.

Joop Doderer is nu 77 jaar. In tegenstelling tot de senator is hij niet van plan zijn oude dag in rust te slijten. Integendeel, Het Zuidelijk Toneel speelt Caligula de komende maanden behalve in Nederland en België nog in Lissabon, Hannover en Edinburgh. Joop Doderer gaat op de valreep op wereldtournee.

De acteur is door dit alles nog steeds een beetje verbouwereerd. De man die als jeugdheld Swiebertje uit de gelijknamige NCRV-televisieserie bijna nationaal bezit werd en daarna jarenlang alle schouwburgen in het land voorzag van kluchten, diezelfde man wordt nu ineens gewaardeerd als serieus acteur. 'In Rijkemanshuis had ik een scène van hooguit tien minuten. Het klinkt misschien theatraal, maar die tien minuten zijn voor mij belangrijker geweest dan al die jaren ervoor.'

Zijn engagement bij Het Zuidelijk Toneel was voor iedereen een grote verrassing, vooral voor hemzelf. 'Ik werd gebeld door castingdirector Hans Kemna die me meedeelde dat Ivo van Hove me voor een rol wilde. Mij?, vroeg ik totaal verrast, waarom in godsnaam?'

Een week later zat hij bij Ivo van Hove. Het gesprek tussen de regisseur en de acteur moet ongeveer als volgt zijn verlopen:

Van Hove: 'Wij gaan Rijkemanshuis doen en ik wil u graag de rol van de oude bankdirecteur aanbieden.'

Doderer: 'Mag ik u vragen waarom u juist mij daarvoor wilt?'

Van Hove: 'Om het eenvoudig te zeggen: de beste komieken zijn de beste drama-acteurs.'

Doderer: 'O'.

Thuis drong het pas goed tot hem door wat Van Hove had bedoeld. Onder Doderers gekdoenerij lijkt vaak een diepere laag te liggen, een vorm van melancholie, alsof hij wil zeggen: ik sta hier wel een beetje de paljas uit te hangen, maar ik kan niet anders. Lachen om de tranen de baas te blijven. Van Hove heeft de bekkentrekkerij bij hem weggehaald en het werkte. Bij de première van Rijkemanshuis bleken Doderers tien minuten ongemeen spannend. Het publiek hield de adem in toen hij als de oude bankdirecteur in een hartverscheurende scène door Chris Nietvelt werd vernederd en niettemin zijn waardigheid wist te behouden.

Doderer: 'Ik moest tot na elf uur wachten voor ik eindelijk op mocht, want mijn scène zat helemaal aan het eind. Alles stond scheef van de zenuwen. Maar de zaal kreeg kippenvel toen ik daar ineens stond, dat voelde ik. Mijn vrouw heeft de voorstelling vier keer gezien en ze heeft vier keer zitten huilen. Dat vind ik heerlijk, dan kijk ik weer vrolijk de wereld in.'

De rol die Doderer nu in Caligula speelt is zo mogelijk nog bescheidener. De senator zit bijna de hele voorstelling tegen het achtertoneel, schaakt met zichzelf, staart voornamelijk bezorgd voor zich uit en zegt af en toe een regel tekst. Maar dat zitten, staren en zeggen gebeurt opnieuw met een grote intensiteit. Na afloop van de voorstelling in De Vooruit in Gent waar Caligula onlangs een week stond, verschijnt de acteur even in het café.

Geheel tegen de Vlaamse gewoonte in blijft hij niet hangen. Hij neemt een taxi en gaat naar het hotel. Sinds hij in 1986 een flinke hartaanval heeft gehad, drinkt en rookt hij niet meer. Hij is matineus geworden, staat elke ochtend om zeven uur op, ook omdat zijn twee kinderen van 19 en 23 jaar nog thuis wonen en hij hecht aan een gemeenschappelijk ontbijt. De ochtend na de Gentse première tref ik hem in zijn hotel fris aan de thee.

Voelt u zich thuis bij Het Zuidelijk Toneel?

'De vaste spelers vormen een zeer hecht geheel, maar ze kunnen mij goed pruimen. Toen ik voor het eerst op de repetitie van Rijkemanshuis kwam, waren Chris Nietvelt, Warre Borgmans, Katelijne Damen en Bart Slegers al twee maanden bezig. Ik was nerveus, dat waren tenslotte toch jonge acteurs van naam. Maar het was een en al bewondering: dag meneer Doderer, het is voor ons een grote eer met u te spelen, wij zullen alles voor u doen om het u zo prettig mogelijk te maken. Dat is de hele tijd zo gebleven, eindeloos hebben ze U gezegd en Meneer.'

Waarom bent u niet thuis in Roelofarendsveen de eendjes gaan voeren in plaats van weer die spelersbus in?

'Ik moet er niet aan denken. Als ik thuis zou zitten, was ik nergens meer. Ik vind dit werk verrukkelijk, ik wentel me er helemaal in. Ik hoor er weer bij, en dan op deze manier! Ik ben eerst mijn hele leven Swiebertje geweest, en daarna de lolbroek in kluchten en blijspelen. Maar bij Het Zuidelijk Toneel heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik het ben die op toneel staat, en niet dat ik speel. Dat is een unieke ervaring.

'In het begin was ik onzeker. In het script van Rijkemanshuis stond dat ik op de deur moest kloppen en dan binnenkomen. Maar er was helemaal geen deur, er was nauwelijks een decor. Daar doet Van Hove niet aan. Tijdens mijn scène kwamen er honderd naaimachines uit de lucht, dat wel.

Ik voelde me onthand. Mag ik iets doen met een wandelstok, heb ik toen aan Ivo gevraagd, dan kan ik mijn handen tenminste kwijt. Die wandelstok werd mijn enige houvast, en het werkte zeer dramatisch.'

In 'Caligula' staat u ook weer tussen allerlei videoschermen, monitoren en microfoons. U had het toch niet zo op modern theater?

'Nee, dat is ook zo, ik vond het vaak flauwekul. Eerlijk gezegd zou ik uit mezelf niet snel naar zo'n moderne Caligula gaan. Nu ik er zelf in sta, begrijp ik nog steeds niet alles, maar het interesseert me wel. Stukje bij beetje wordt me duidelijk waarom Van Hove die techniek gebruikt in plaats van een Romeins decor. Dat decor leidt maar af, het gaat om het uiten van de gedachten van al die personages en Van Hove doet dat met die techniek.'

Wat vindt u van Van Hove?

'Hij is directeur van Het Zuidelijk Toneel en hoofd van het Holland Festival, dus het is niet misselijk wat meneer staat te doen. Hij is dynamisch, heeft de zaak onder controle en het zal wel aan mij liggen maar ik vind hem een van de beste regisseurs die we hebben. Ik geef me voor tweehonderd procent aan die man over.'

Is het niet een beetje saai in 'Caligula', zo'n kleine rol en zo weinig tekst.

'Op bladzijde 10 heb ik twee zinnen en op bladzijde 20 heb ik ook twee zinnen. Daartussen moet je enorm alert blijven, zodat je weet wanneer je in moet vallen. Eén seconde van verslapping en je bent weg. Nee, ik haal mijn schouders niet op voor een kleine rol. Annie van Ees heeft ooit tegen me gezegd dat er geen kleine rollen bestaan, alleen kleine acteurs.'

Annie van Ees?

'Annie van Ees, ja, destijds een groot actrice bij het Nederlandsch Tooneel van Cor van der Lugt Melsert, waar ik ben begonnen. Ik was wegens gebrek aan talent afgewezen voor de toneelschool, maar Van der Lugt Melsert had me gezien tijdens het toelatingsexamen. Ik mocht als volontair bij zijn groep komen om het vak in de praktijk te leren. Overdag verdiende ik mijn brood als melkboer en krantenbezorger, maar 's avonds mocht ik figureren in de Gijsbreght met een te lange speer, in een veel te groot harnas en met schoenen maat 47 terwijl ik maat 42 had. En maar kijken naar Louis Saalborn, Paul Huf, Louis van Gasteren, Annie van Ees, Magda Janssens, Cor Hermus - allemaal mensen tegen wie ik huizenhoog op keek.'

Wanneer mocht dat harnas uit?

'Mijn grote kans kwam in 1942, toen Fons Rademakers een week voor de première van Madame Bovary acute angina kreeg. Ik mocht toen de rol van de apothekersbediende Justin overnemen. Annie van Ees die Madame Bovary speelde heeft me daar enorm bij geholpen. Na de première kreeg ik een bos bloemen van haar en heb ik als een kind staan janken op toneel. De volgende ochtend moest ik op kantoor komen en kreeg ik een vast contract.'

Joop Doderer heeft in zijn carrière zoals hij zelf zegt 'van alles gedaan, behalve ballet'. Hij was verbonden aan het Gemeentelijk Toneelbedrijf, Comedia, werkte zeven jaar bij het cabaret van Wim Sonneveld, werd Swiebertje, ging plotseling naar het buitenland en speelt nu in Caligula voor het eerst van zijn leven met een zendmicrofoon. Bijna twintig jaar is hij Swiebertje geweest en toen vond hij het welletjes. Op de school van zijn kinderen liepen ze rond met spandoeken 'Swiebertje Moet Blijven'. Maar Swiebertje bleef niet, hij ging naar het buitenland.

'Ik moest wel, na al die jaren was ik totaal met die rol vergroeid. Hee Jopie!, Hee Swiepie!, schreeuwden de mensen op straat en ik vond dat op den duur vreselijk. Ik heb nooit spijt van Swiebertje gehad, maar ineens voelde ik dat ik van hem af moest. Het moest een rigoureuze scheiding worden, vandaar dat ik naar Engeland ging. Ik had in Londen wat contacten met regisseurs en een goede agent. Ik ben in totaal zes jaar weg geweest. Van alles en nog wat gedaan, in Griekenland gewerkt, in Hong Kong, in Lapland. Soms ook helemaal geen werk gehad. Het mooiste was mijn rol in de film The Human Factor van Otto Preminger, naar het boek van Graham Greene.'

Na zijn terugkomst speelde hij in tal van vrije producties, meestal kluchten en blijspelen, en altijd dertig keer per maand. 'Ik ben een grote jongen geworden door het publiek', zegt hij nu. Zoveel mogelijk serieus het vak van komediant uitgeoefend. Nooit een vluggertje maken of het publiek onderschatten, dan val je door de mand. Veel geleerd van Ko van Dijk, een goede collega maar ook een grote vriend. 'Ko kon een rare knakker zijn, maar zijn vak was heilig'.

Doderers leven kent de laatste 25 jaar één constante factor. Dat is zijn vrouw Esther. Hij ontmoette haar in 1971 toen hij diep in de put zat. Hij woonde op Kaag-eiland, waar ook zijn collega en vriend Lou Geels (Bromsnor) een huis had. Samen bezochten ze regelmatig het plaatselijke café - veel drank, veel nachtelijke gesprekken. In dat café werkte Esther, twintig jaar was ze en Joop was 51. Maar ze werden verliefd en zijn een jaar later getrouwd. 'Kijk, deze armband heb ik in al die 25 jaar niet één keer afgedaan', zegt hij en wijst op een gouden schakelband met haar naam erop.

U was ook getrouwd met Connie Stuart. Een merkwaardige combinatie, zij zo chique, u zo gewoon.

'En toch zijn die vier jaar met haar erg leuk geweest. Connie is een verrukkelijk mens en een geweldige cabaretière. We hebben elkaar ontmoet bij Sonneveld en daar zeven jaar gewerkt. Daarna zijn we ieder een eigen kant uitgegaan en toen kwam de verwijdering. We kwamen tot de conclusie dat het op was, met een goed glas wijn zijn we uit elkaar gegaan. Als ik haar nu bij toeval tegenkom, kniel ik nog voor haar.'

U bent nog steeds een charmeur.

'Dat heb ik geleerd van mijn vader, die was altijd zo teder en lief voor mijn moeder. Vrouwen zijn wonderlijke wezens, wonderwezens eigenlijk, want ze brengen nieuw leven ter wereld. Dat vind ik een prachtig, goddelijk gebeuren. Ik ben zelf bij de bevalling van mijn kinderen geweest, en dat is alsof de hemel opengaat. Ja, ik kan honderd keer beter met vrouwen opschieten dan met mannen, en vrouwen ook met mij. Ik heb de regie-assistente een bos rozen gegeven omdat ze me zo goed heeft geholpen en vertroeteld. Als het een man zou zijn, had ik dat niet gedaan, een vent geef je geen bloemen.'

Kunt u na 'Caligula' dan eindelijk uw oude dag in alle rust gaan slijten?

'Nee, want ik heb nog een verrassing in petto. Wat denk je dat ik volgend seizoen ga doen? Ik ga in Oom Wanja van Tsjechov de rol van de oude professor spelen, bij Fact in Rotterdam. Die jongen die dat gaat regisseren had me in Rijkemanshuis gezien en dacht: die oude Doderer moet ik hebben! Ik verheug me er enorm op, want het is dezelfde rol die Ko van Dijk ooit heeft gespeeld. Dat heb ik meteen opgezocht in het oude programmaboekje. Prachtig toch?

'Ik vind dat een vorm van erkenning. Een echte toneelprijs heb ik nooit gehad, nooit een Louis d'Or of zo, zo'n soort acteur ben ik niet. Ik ben wel Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Toen ik geridderd werd, heb ik meteen twaalf lintjes bijbesteld, zo ijdel ben ik ook wel weer. Op elk pak zit nu een lintje.'

Caligula van Het Zuidelijk Toneel, 1 en 2 mei in Stadsschouwburg Groningen, 12 tot en met 16 mei in Stadsschouwburg Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden