Dagelijkse rituelen van creatieven: kroegentochten, koffie en sigaretten

Schrijven is lijden. Of toch het mooiste vak van de wereld? Mason Currey onderzocht de dagelijkse rituelen van beroemde schrijvers en creatieven. Een selectie uit de vernieuwde Nederlandse vertaling van zijn boek.

Beeld Claudie de Cleen

Simon Vestdijk kon uitsluitend schrijven als de stofzuiger aan stond. Beethoven ging pas aan de slag als hij een kopje koffie van precies zestig bonen had gezet. Jazztrompettist Louis Armstrong zwoer bij slokjes van een glycerine-honingmengsel 'om de leidingen door te spoelen', Jean-Paul Sartre deed zich tegoed aan overvloedige maaltijden, twee pakjes sigaretten, wodka, wijn en whisky, 200 milligram amfetamine en een paar gram barbituraten (per etmaal) en als het aan schrijver Truman Capote lag, kwam hij zijn bed niet eens uit. 'Ik ben een horizontale auteur', zei hij in 1957 in The Paris Review. 'Ik kan niet nadenken als ik niet lig, in bed of uitgestrekt op een divan met een sigaret en koffie in de buurt. Ik moet puffen en slurpen. Als de middag zich voortsleept, stap ik van koffie over op muntthee, op sherry en op martini's.'

Overigens was in bed schrijven een klein onderdeel van Capotes bijgeloof. Hij duldde niet dat er drie sigarettenpeuken tegelijkertijd in één asbak lagen, en als hij op bezoek was bij iemand thuis, propte hij de peuken liever in zijn zak dan de asbak te overladen. Gekkigheid? Jazeker, maar kennelijk werkte het - bovenstaande heren stonden om van alles ter discussie, maar niet om de kwaliteit van hun werk.

Het eeuwige getalm en getut

Dagelijkse rituelen: ze zullen niet altijd even groots en meeslepend zijn, maar iedereen heeft ze. De meest voorkomende is die van het eeuwige getalm en getut om überhaupt aan de slag te gaan: procrastinatie, uitstelgedrag. Ik weet waar ik het over heb, want als freelancejournalist ziet mijn werkdag er grosso modo zo uit: half 8 wekker, snoozen, douchen, thee zetten, boterham maken (één met kaas, één met Nutella), nieuws kijken (2x RTL Ontbijtnieuws + 1x NOS Journaal), beginnetje Dr. Phil meepakken, mail checken, Facebook checken, Twitter checken, poes aaien, filmpje kijken, was in de trommel, zinnetje tikken, zinnetje schrappen, blik op oneindig, nog maar een filmpje, weer een zinnetje, weer wat schrappen, was úít de trommel, diepe zucht, even naar buiten, terug naar binnen - en dat de hele dag door. Lukt het schrijven niet en valt reeds de avond, dan mag u daar enig gevloek en een glas wijn (of twee) bij optellen - is de klus geklaard en ben ik tevreden, welt er een groot geluk in mij op en vind ik schrijven het mooiste vak ter wereld.

Maar wel altijd achteraf.

Dat ik daar niet alleen in sta, wist ik al. Onder journalisten bestaat een rijk communityleven (online, ja) waaruit valt af te leiden dat aan vele bureaus met exact dezelfde riemen wordt geroeid. Zo ook aan het bureau van de Amerikaanse auteur Mason Currey, die zijn werkvermijdende gedrag echter te baat wist te maken door het werkvermijdende gedrag van ánderen te bestuderen. Zijn bevindingen verzamelde hij op zijn blog, dat blog werd een boek, en daarom weet ik nu dat Woody Allen voortdurend onder de douche springt om de moed erin te houden, dat architect Le Corbusier pennen en stompjes houtskool door de kamer smeet als het niet lukte en dat Gustave Flaubert zelfs half suïcidaal werd tijdens het schrijven: 'Soms, als ik me leeg voel', schreef hij in 1860 aan een vriend, 'als de woorden niet komen, als ik merk dat ik geen enkele zin heb geschreven na bladzijden volgekrabbeld te hebben, stort ik neer op mijn bank en lig daar verdwaasd, vastgelopen in een moeras van wanhoop, vol zelfhaat en mezelf de schuld gevend van deze krankzinnige hoogmoed die me doet hunkeren naar een droombeeld. Een kwartier daarna is alles veranderd en klopt mijn hart weer vol vreugde.' In 1865 leverde hij zijn geploeter in bij zijn uitgever, honderdvijftig jaar later wordt Madame Bovary gezien als een van de invloedrijkste werken die ooit verschenen.

Beeld Claudie de Cleen

'Je onbewuste weet wel wat het doet'

Onlangs vroeg de Nederlandse uitgever van Mason Currey mij eens uit te pluizen hoe het zat met de dagelijkse mores van Markante Nederlanders. Zo geschiedde. En ook op eigen bodem bleek de voornaamste conclusie dat iederéén afwisselend twijfelt, talmt en triomfeert. Zo kon Herman Brood pas aan de dag beginnen na het nuttigen van een driedubbele Grand Marnier en een broodje ossenworst (ook eentje voor hond Iggy) en bleef hij zenuwachtig voor elk optreden en lukt het Bas Heijne alleen om zijn columns te schrijven als hij naar pulp luistert - op zijn speciale Trash for Writing-Spotifylijst staan nummers van de Sugababes, de Pet Shop Boys en Tinashe, 'een of ander R&B sterretje'.

Spinvis is zelfs elke dag opnieuw bang om te falen. 'Zodra je aan iets begint, zie je de barsten, de scheuren, de foute beslissingen', vertelt hij desgevraagd. 'Anderen zullen het mooi vinden of geslaagd, maar dat komt omdat die alleen zien wat het is geworden. Ik zie wat het had móéten zijn en beschouw dus eigenlijk alles wat ik maak als mislukt. Elke dag weer. En toch moet je daar je schouders over ophalen en denken: volgende keer beter. Al was het maar omdat je het een jaar later, na de nodige afstand, soms alsnog goed vindt. Je onbewuste weet kennelijk wel wat het doet, daar mag je op vertrouwen.'

Kijk, daar heb je wat aan, als tobbende thuiswerker.

Alleen Harry Mulisch, die functioneerde uitsluitend bij de gratie van orde, tucht en discipline. Maar van hem was er dan ook maar één.

Erik Satie

Franse componist en pianist (1866-1925), en belangrijke figuur in de Parijse avant-garde begin 20ste eeuw.

Satie werkte aan zijn composities in cafés, maar nooit in restaurants, want Satie was een lekkerbek en hij keek altijd reikhalzend uit naar de avondmaaltijd. Daarnaast was hij ook in staat om enorm veel te eten: zo at hij eens een omelet van dertig eieren in een keer op. Wanneer hij maar kon, verdiende Satie wat geld door 's avonds piano te spelen als begeleiding voor cabaretzangers. Anders ging hij op kroegentocht, waarbij hij hem flink raakte.

Beeld Claudia de Cleen

Agatha Christie


Britse bestsellerauteur van detectives (1890-1976) in 66 romans en 14 bundels korte verhalen. Bedenkster van de detectives Hercule Poirot en Miss Marple.

In haar biografie bekende Agatha Christie dat ze zichzelf, zelfs nadat ze al tien boeken had geschreven, niet beschouwde als een 'bona fide schrijver'. 'Ik denk dat ik me in mijn dagelijks leven zo goed vermaakte dat het schrijven iets was wat ik in vlagen en opwellingen deed. Ik had nooit een bepaalde plek die míjn kamer was of waar ik me speciaal terugtrok om te schrijven.' Dit zorgde voor eindeloos trammelant met journalisten die de auteur onvermijdelijk wilden fotograferen aan haar bureau. Maar dat was er niet. 'Het enige wat ik nodig had, was een stevige tafel en een typemachine', schreef ze. 'veel vrienden zeiden tegen me: 'Ik weet niet wanneer je je boeken schrijft, want ik zie je nooit schrijven.'

Mijn gedrag moet wel wat overeenkomsten vertonen met dat van een hond die zich terugtrekt met een bot: ze gaan onopgemerkt weg en dan zie je ze een half uur niet. Ongemakkelijk komen ze terug met modder aan hun neus. Ik doe zo ongeveer hetzelfde. Ik schaamde me altijd een beetje als ik ging schrijven. Maar als ik eenmaal weg kon glippen, de deur achter me sloot en mensen me niet meer konden storen, kon ik volle kracht vooruit en ging ik volledig op in waar mee ik bezig was.'

Beeld Claudia de Cleen

Ernest Hemingway

Amerikaanse schrijver (1899-1961) van onder meer The Sun Also Rises, A Farewell to Arms en For whom the Bell Tolls.

Hemingway schreef staand, met zijn gezicht naar een boekenplank op borsthoogte met daarop een schrijfmachine en daarbovenop een houten lezenaar. De eerste versie schreef hij met potlood op geel-oranje schrijf-machinepapier dat hij schuin op de lezenaar legde; als het lukte met werken, haalde Hemingway de lezenaar weg en ging hij verder op de schrijf-machine. Hij hield zijn dagelijkse woordproductie bij in een overzicht, 'om mezelf niet voor de gek te houden', zei hij. Als het niet lukte met schrijven, stopte hij en begon in plaats daarvan brieven te schrijven, een welkome afwisseling van 'de afgrijselijke verantwoordelijkheid van het schrijven' of, zoals hij het soms noemde, 'de verantwoordelijkheid van het afgrijselijk slecht schrijven'.

Søren Kierkegaard

Deense filosoof en theoloog (1813-1855) die wordt betiteld als de 'grondlegger van het existentialisme'.

Kierkegaard had zijn eigen, nogal merkwaardige manier van koffiedrinken: opgetogen pakte hij de zak met suiker en goot eerst de suiker in de koffiekop totdat het boven het randje uitstak. Daarna volgde sterke, zwarte koffie, die de witte berg langzaam oploste. Vlak daarna verdween deze stroperige oppepper in de maag van de magister, waar het zich vermengde met sherry en zo zorgde voor extra energie die werd opgestuwd naar zijn bruisende, bubbelende brein.

Annie M.G. Schmidt

Nederlandse schrijfster (1911-1995) van kinderboeken toneelstukken, musicals, verzen; bedenkster van Jip en Janneke en Pluk.

Anna Maria Geertruida Schmidt was een matineuze vrouw. Om 8 uur stond ze op, zette koffie, stak een sigaret op en ging aan het werk. Behalve als ze een deadline had, dan stond ze al om 4 uur op. Met tegenzin, dat wel. 'Het aarzelen staat me nader dan het toetreden', zei Annie ooit en zo herinnert zoon Flip zich haar ook, als een enorme uitsteller. 'Ze schreef alleen in opdracht en zolang het niet hoefde, bleef ze er maar omheen draaien. Pas als er iemand aan haar trok en zei: 'Hé Annie, er moet weer een boek of een liedje af!' ging ze aan de slag, zwoegend, ploegend, handenwringend.' Geen Heilig Vuur dus, maar Noeste Arbeid, want voor Annie was schrijven uiteindelijk gewoon een kwestie van gaan zitten en doen. Omdat ze altijd bang was dat men op een dag helemaal geen beroep meer op haar zou doen, nam ze voortdurend te veel werk aan, waardoor ze ook nog eens voortdurend in de knoop kwam en daardoor nóg harder moest werken en nóg vroeger op moest.

Beeld Claudia de Cleen

Woody Allen

Springt voortdurend onder de douche om de moed erin te houden.

Franz Kafka

Eén van de invloedrijkste schrijvers van de 20ste eeuw (1883-1924). In zijn boeken (onder meer Die Verwandlung, Der Prozess en Das Schloss) figureren vaak vreemde personages in surrealistische situaties.

In 1972 schreef Franz Kafka een brief aan zijn vriendin Felice Bauer waarin hij verslag deed van zijn dagindeling: 'Van 8 tot 2 of kwart over 2 kantoor, tot 3 of half 4 middageten, dan tot half 8 slapen in mijn bed (gewoonlijk alleen maar pogingen, een week lang heb ik in mijn slaap alleen maar Montenegrijnen gezien met een uiterst weerzinwekkende hoofdpijn veroorzakende gedetailleerdheid van elk detail van hun ingewikkelde dracht), dan tien minuten gymnastiek, naakt voor het open raam, dan een uur wandelen, dan avondmaal met de familie, dan om half 11 gaan schrijven en dat blijven doen, afhankelijk van mijn krachten, zin en welslagen tot 1, 2, 3 uur, ook al eens tot 6 uur 's ochtends.'

Daily Rituals. How artists work. van Mason Currey is nu ook verkrijgbaar in Nederlandse vertaling, aangevuld met de rituelen van Nederlandse schrijvers en kunstenaars geschreven door Eva Hoeke: Dagelijkse rituelen, Maven Publishing, € 16,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden