Dagboek

Dagboekfragment: Greta Garbo, het gezicht van het noodlot

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Haarlem, 18 mei (zonder jaartal)

In ons stadskrantje zat ik lang te kijken op een portret van Greta Garbo, die göttliche. Nu ja, één van de honderden die er in omloop zijn. Maar toch: wat een gezicht! Als ik er naar kijk, komen altijd die woorden in me op, die ergens in De idioot gesproken worden, namelijk als Muschkin voor het eerst een portret van Natascha Philippowna ziet: ‘Welk een gezicht! Het is de schoonheid maar ook het noodlot zelf!’

Ik zeg ’t hier ook, maar ik zeg er wat bij. Wat een gezicht – het is het noodlot, het is het gezicht van Europa zelf. Het is of driehonderd jaar verlangen, onverhoorde gebroken tederheid uit dat gezicht je aanstaren. Driehonderd jaar honger.

Naar wat? Naar God, of naar de mens, de alles, lijf en ziel verzadigende en vernietigende liefde. Ik zie trouwens slecht het verschil. Naar het absolute in elk geval. Naar het volstrekte, en dan de pijn van te leven; leven dat geen volstrekt maar een haveloos en redeloos feit is (daarvan weet Van der Putten, die niet veel weet, ook wel een en ander).

Ja, radeloos is dat gezicht, en broos. Ik keek er telkens naar, tussen twee slaapjes door want het was na den eten, en de krant lag op mijn knie, en telkens als mijn ogen openkierden, drong die grote hongerige blik weer als een boor op me in, en telkens moest ik denken: Europa’s gezicht!

Dat wat in Europa’s geschiedenis altijd geweest is, gewerkt heeft – in Jeanne d’Arc, in de extatische vrouwen, de revoluties, maar nu tot stomme werkloze wanhoop bestorven.

Dirk Coster (1887-1956), criticus en essayist. Ingekort fragment uit Het dagboek van de heer Van der Putten. A.W. Sijthoff, 1961.