Dagboek René Schickele

Dagboekfragment: Duitse schrijver ziet de nazi's oprukken

Badenweiler, 11 december 1933

Heb mij afgemeld bij de politie in Badenweiler (bij de Frans-Duitse grens, red.). Een deur gaat dicht. Duitsland? Wat is Duitsland? Wie is Duitsland? Het is goed dat de kunst en de filosofie nu voor enige tijd van het toneel verdwijnen, ze lonkten reeds te erg naar de gunsten van het publiek.

Maar het blijft een schrale troost voor ons, voor degenen die op het punt staan Duitsland te verliezen. Iemand als Thomas Mann is er tot in zijn vezels mee verbonden. De vraag is of hem na een dergelijke amputatie nog een leven rest.

Toen Hermann Hesse uit de Pruisische Academie stapte, schreef hij dat hij een nieuwe oorlog in het verschiet zag, waaraan hij part noch deel wilde hebben. Hesse en ik zullen een scheiding van Duitsland wel overleven, zolang we er nog kunnen publiceren. Maar Thomas Mann kan niet zonder die fysieke aanwezigheid. Met geen ander land heeft hij die band. Slechts Duitsland heeft hem iets te zeggen, alleen Duitsland ‘spreekt tot hem’.

Wij zijn geen artsen die overal hun genezend werk kunnen doen, geen kooplui die her en der handeldrijven, geen types die links en rechts onderduiken.

Mocht het Goebbels lukken onze namen van de Duitse naamborden te wissen, dan zijn wij dood. Spoken in de diaspora, in de troosteloze uithoeken. De volgende generatie zal ons al niet meer kennen.

René Schickele (1883-1940), Duitse schrijver, vervolgd door de nazi’s. Ingekort fragment uit Die blauen Hefte; 2002.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden