Dagboek Dresden

Dagboekfragment: Dresden gaat ten onder in vonkenregens en witgloeiend vuur

Een vliegtuig boven Dresden tijdens het bombardement in 1945. Beeld The Royal Opera House Convent Garden/Flickr/Creative Commons

Dresden, 13 februari 1945

De bominslagen leken voorbij, maar overal om ons heen stond alles in lichterlaaie. Ik kon geen ­enkel detail onderscheiden, ik zag overal vlammen, hoorde het geknetter van het vuur en voelde een verschrikkelijke innerlijke spanning.

Na een poosje zei Eisenmann: ‘We moeten naar de Elbe, we halen het.’ Hij rende met zijn kind op zijn schouder weg; na vijf stappen had ik geen adem meer, ik kon niet volgen. Een groep mensen klom door de perkjes naar de Brühlterrasse, vlak langs plekken waar het brandde, boven moest je koeler en vrijer kunnen ademen.

Toen stond ik boven, in de stormwind en de vonkenregen. Rechts en links vlamden gebouwen op, de Belvedere en de Kunstakademie. Telkens als de vonkenregen aan de ene kant te sterk werd, week ik naar de andere kant uit. In de verre omtrek was niets anders te zien dan een vuurzee. Aan deze kant van de Elbe de fakkel van de opbouw op de Pirnaischer Platz, aan de overkant witgloeiend en helder als de dag het dak van het ministerie van Financiën.

Langzamerhand kwamen er gedachten in me op. Was Eva verloren, had ze zich kunnen redden, had ik te weinig aan haar gedacht? Ik had de wollen deken – de andere was ik waarschijnlijk net als de hoed kwijtgeraakt – om mijn hoofd en schouders getrokken, ze bedekte ook mijn ster.

Viktor Klemperer (1881-1960), Duitse filoloog. Ingekort fragment uit Tot het bittere einde – Dagboek 1942-1945. Vertaling W. Hansen. Atlas Contact, 1997.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.