DAGBOEKEN VOL ZELFBEKLAG

Alastair Campbell hield een dagboek bij vanaf het moment dat hij Tony Blairs perschef werd, tot hij in de zomer van 2003 ontslag nam....

‘Ik had nauwelijks geslapen, TB belde om 6.30 uur. Ik ging meteen naar zijn appartement. (*) Hij droeg een geelgroene onderbroek en dat was het. Ik zei dat hij er idioot uitzag. Hij antwoordde dat ik jaloers was – hoeveel premiers hebben nog zo’n lijf.’

Wie de bijna achthonderd pagina’s van Alastair Campbells dagboeken heeft gelezen, weet tenminste hoe TB – zo wordt Tony Blair steeds aangeduid – er in Downing Street ’s morgens vroeg bij liep. Campbell, Blairs voormalige perschef, beschrijft uitvoerig zijn collectie pyjama’s, ondergoed, ochtendjassen en vrijetijdskleding (‘hij droeg een rugbyshirt, afzichtelijke slippers en een donkerblauwe joggingbroek’ of ‘hij zag er bizar uit: een kraagloos Nicole Fahri-shirt, effen blauwe broek en voetbalslippers van het Engelse elftal met drie leeuwen erop’).

Ook wordt uit Cambells dagboekuittreksels duidelijk waarover de premier zich ’s morgens zo vroeg druk maakte. Niet alleen over de veiligheid in de wereld, de ruzies in zijn kabinet en de staat van de publieke voorzieningen. ‘De telefoon ging vroeg en ik wist meteen dat het TB was en dat het ging over een verhaal over zijn nieuwe kapsel. Ik zei dat we het niet zo zwaar moesten opnemen. Maar het zijn van de irritante kleine verhaaltjes die je autoriteit ondergraven.’

Vanaf zijn eerste dag als perschef in 1994 – Blair was toen nog oppositieleider – tot het moment waarop hij als hoogst controversiële spindoctor ontslag nam na de zomer van 2003, hield Campbell een dagboek bij. In totaal schreef hij twee miljoen woorden. Daarvan zijn er nu 330 duizend gepubliceerd in The Blair Years – Extracts from The Alastair Campbell Diaries.

Wat er allemaal is geschrapt, weten we niet. Een deel ervan zijn waarschijnlijke vloeken en krachttermen. Campbell was berucht om het gebruik van de vele fucks en cunts, niet alleen in zijn spreektaal maar ook in zijn schrijftaal.

Daarnaast, bekent hij zelf, heeft hij Blairs opvolger Gordon Brown niet in de wielen willen rijden. Alle heikele passages over de machtsstrijd tussen Blair en Brown, die de afgelopen tien jaar een even donkere schaduw legde over de Labour-regering als over Irak, zijn ook geschrapt.

Als geen ander had Campbell toegang tot de premier. Hij wist niet alleen alles van de politieke besluitvorming op Downing Street, maar ook alles van Blairs privéleven. Hij woonde de kabinetsvergaderingen bij, zat op de sofa bij onderonsjes met buitenlandse leiders en was de vraagbaak, praatpaal en adviseur van de premier.

Soms lijkt Campbell zelfs boven Blair te staan. ‘TB belde me en zei dat hij zich bij mij moest excuseren.’ Of: ‘TB belde mij zo vaak en steeds over hetzelfde, dat ik uiteindelijk een soort antwoordapparaat werd – als uw telefoontje voor Alastair Campbell is – en u bent zijn baas – laat dan een bericht achter met een verklaring waarom je iets zegt dat je al tien keer hebt gezegd.’

Ondanks Campbells enorme kennis over wat er achter de schermen gebeurde, werpt zijn dagboek geen nieuw licht op de vorige premier van Groot-Brittannië als politicus of als mens. Als er al onthullingen of explosief materiaal in staan, zullen die tot de 1,7 miljoen niet gepubliceerde woorden behoren.

Dit betekent niet dat het gepubliceerde deel van zijn dagboek geen fascinerend leesmateriaal is. Er staan – zeker voor ingewijden – smeuïge details in. Campbell licht een tipje van de sluier op over hoe hij soundbites bedacht voor de toespraken van de premier. ‘Ik maakte een lange wandeling met Calum (zijn zoon, red.) en had een paar goede zinnen bedacht. Mijn topper was: ‘Het eerste wonder van de wereld zijn de hersenen van een kind’. Ik heb verder goed spul over hoe je het concept van team en gemeenschap kunt benadrukken. Ik speelde met de zinsnede: ‘Geef mij een kind van 7 en ik geef jullie een man van 70.’

Daarmee is zijn boek overigens nog geen handleiding voor toekomstige spindoctors. Hooguit zou iemand met hetzelfde macho-karakter als Campbell er zijn voordeel mee kunnen doen. Campbells dagboeken zeggen vooral veel over Alastair Campbell zelf. Hij zet zichzelf neer als een verontwaardigde, aan depressies lijdende en zich ondergewaardeerd voelende perswoordvoerder. De ex-schandaalbladjournalist Campbell is constant in oorlog met het journalistieke voetvolk – parlementaire redacteuren en verslaggevers met een opschrijfblokje. Over kranteneigenaren (met name Rupert Murdoch van Newscorp. en Richard Desmond van de Express Group) is hij bijzonder lovend. Hij klaagt aan één stuk door over de werkdruk en over zijn echtgenote Fiona Miller die wil dat hij vaker thuis is. ‘Fiona klaagt dat een leven als alleenstaande ouder met drie kinderen veel zwaarder is dan mijn baan.’ ‘Ik kreeg een lift van Fiona. Ik voelde mij overstressed en depressief.’ En op 18 juni 2001: ‘Ik voelde mij als in een postnatale depressie. We hadden de verkiezingen gewonnen, maar ik voelde me alsof ik elke dag door de stront moest zwemmen.’

De dagboeken van Campbell zijn geen aanrader voor wie Tony Blair wil leren kennen. Maar wel voor wie iets meer wil weten over het gecompliceerde karakter van Alastair Campbell.Peter de Waard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden