Dagboek maandag

Ik werd tegengehouden door een versperring en door vijftien schattige agenten van de Royal Canadian Mounted Police in ceremonieel tenue. Ze waren zo knap als bruidstaartpoppetjes. Honderd meter verderop liepen demonstranten met een rode vlag, spandoeken en een megafoon.

Ottawa, 23 april 1972

1984-10-04 12:00:00 Richard Nixon, president of the United States. Beeld Anp
1984-10-04 12:00:00 Richard Nixon, president of the United States.Beeld Anp

Ze liepen heen en weer voor de mounties, die zich zichtbaar te pletter verveelden – tot er plotseling drie- of vierhonderd schreeuwende demonstranten kwamen aanmarcheren. Dat schudde de poppetjes wakker!

Meneertje Megafoon riep een keer of twintig ‘Nixon Go Home’ en hield een toespraak, gevolgd door anderen. Een gek riep onverstaanbare dingen. Alle sprekers werden lastiggevallen door drie hippies, verslaafden zo te zien.

Na een tijd waren er alleen nog de mannen met de vlaggen (twee), het spandoek (twee) en Meneertje Megafoon. Iemand tikte op mijn schouder. ‘Politie’, zei hij. Hij zag er doodgewoon uit. Hij ging voor me staan en begon de sprekers stuk voor stuk te fotograferen.

De idioot. Die herrieschoppers waren in elk nieuwsprogramma te zien. Hij had de stille types moeten fotograferen. Hij nam niet één foto van mij.

Het publiek begon tegen de versperringen op te dringen. Ik moest uitkijken dat niemand tegen mijn rechterjaszak aanduwde en mijn blaffer voelde.

Arthur H. Bremer (1950), veroordeeld tot 53 jaar gevangenisstraf na een aanslag op presidentskandidaat George Wallace in mei 1972. Ingekort fragment uit An Assassin’s Diary. Harper & Row, 1973.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden