Dagboek Johann Wolfgang von Goethe

Dagboek: Goethe vraagt zich af waar de toiletten zijn

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Gardameer, 13 september 1786

Wij waren al voorbij Malcesine toen de wind volledig draaide en de gewoonlijke noordelijke richting hernam. Maar eerst nog iets over Torbole, de haven waar ik gisteren was. De herberg heeft geen sloten op de deuren, maar de waard zei dat ik rustig kon gaan slapen, zelfs al had ik diamanten bij me. De kamers zijn aangenaam, al hebben ze geen vensterglas, alleen sponningen met oliepapier. En ten slotte is er geen toilet.

Je komt hier dus dicht bij je natuurlijke staat. Bij aankomst vroeg ik een van de bedienden waar het gemak zich bevond en hij wees naar de binnenplaats: qui abasso! pui servirsi. Ik vroeg hem: dove? En hij antwoordde: per tutto, dove vuol. (‘Daar beneden, ga uw gang...’ ‘Waar?’ ‘Overal, waar u maar wilt’.)

Alles gaat hier zorgeloos zijn gang, maar het is druk en levendig en de hele dag kun je de vrouwen uit de buurt onder elkaar horen kwebbelen en roepen. Ze zijn altijd druk doende of aan de slag met een karweitje, ik heb nog geen vrouw gezien die lanterfantte.

Bij Torbole worden lekkere forellen (trutte) gevangen, waar een beek vanuit het gebergte omlaag komt en de vissen zich een weg omhoog zoeken. Mijn genot schuilt echter in vruchten. Vijgen eet ik de hele dag door en als hier ook al citroenen groeien, dan kun je je voorstellen hoe lekker de peren zijn.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), Duitse denker en dichter. Ingekort fragment uit Tagebuch der Italienischen Reise

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.