Dag lieve,

Wat zijn de wenken voor de kinderen van de nieuwe eeuw? Wat hebben wij hen te bieden? Waar moeten ze aan denken?...

ALS JE DIT leest heb je vijfentwintig jaar opvoeding, onderwijs en voorlichting achter de rug. Veel mensen hebben tegen je aan gepraat en je verteld hoe je leven moet. Van tal van waarden is je de lof gezongen en intussen heb je geconstateerd hoe zeldzaam ze zijn. Je bent gestuit op inconsequenties, hypocrisie, dubbele moraal, selectieve vergeetachtigheid.

Mensen die je telkens weer voorhielden dat de wereld vroeger beter was, deden - vond je - weinig die nu beter te maken. Dat alles heeft je verbaasd, of onverschillig gemaakt, of reeds moe, of kwaad.

Ik weet niet hoe je je voelt als je dit leest, ik weet slechts hoe je eruit ziet op het moment dat ik dit schrijf. Kwetsbaar en vastberaden. Precies zoals we eigenlijk horen te zijn, als baby en als volwassene.

Twee keer ben ik getuige geweest van een geboorte en beide malen zat ik tijdens de bevalling een brief te schrijven. Je zou het een soort bidden kunnen noemen, want het gebeurde in mijn hoofd. Terwijl mijn vrouw baarde, probeerde ik te ontvangen. Wat uit haar geboren werd, moest in mij geboren worden. De woorden die ik sprak waren dan ook minder gericht aan het kind dan aan mij zelf. Het waren bezwerende woorden die mij zeiden klaar te zijn, even kwetsbaar en vastberaden als dit wezen dat nu voorgoed in mijn leven was.

Iemand ontvangen is moeilijk. Je ziet het aan de onhandige manier waarop mensen zich gedragen als iemand op bezoek komt, vooral iemand die ze niet kennen. Een nieuw persoon in de ruimte kan grote verwarring scheppen. Ach, je kent het gestamel dat mensen dan produceren.

MAAR KEN JE de Franse schrijver Gustave Flaubert (hopelijk niet vergeten als je dit leest en bepaald geen stamelaar)? Deze zei ooit over de toekomst: 'We zijn veroordeeld om in duisternis en tranen te gaan.' Zo'n zin vind je vast weinig opwekkend. Eruit blijkt inderdaad een nogal pessimistische visie op de toekomst. Die had men wel meer in de negentiende eeuw.

Ik bedacht mij dat die woorden evengoed de beschrijving van een geboorte kunnen zijn. We worden blind geboren, huilend, huiverend van schrik. Stel je voor dat er dan niemand is om je te ontvangen, hoe onhandig ook, hoezeer ook zoekend naar woorden.

Zo ben jij er hopelijk om mij te verwelkomen als je deze brief ontvangt, ik zal als een baby zijn in jouw eeuw.

En toen moest ik denken aan een zin van een andere Franse schrijver, ditmaal uit de twintigste eeuw, Raymond Queneau: 'Kinderen hebben ongelijk als ze terecht zeggen dat hun ouders ongelijk hebben.'

Kijk, daar kom ik op het punt waarom het mij gaat. En nu wil ik even niet over de verhouding van ouders en kinderen praten, dat is je vermoedelijk al veel te vaak overkomen. Al ben ik benieuwd hoe het in jouw tijd staat met het respect voor de oudere generatie (dan immers de mijne). In de jaren zestig, zeventig en tachtig van de twintigste eeuw noemden wij onze vaders 'ouwe lul' bij alles wat zij niet begrepen, en dat leek heel veel te zijn. Vaders begrepen niets en veel moeders deden of zij niets begrepen, wat eigenlijk nog erger was.

WEL WIL IK het hebben over gelijk en ongelijk, het begin van elk meningsverschil, van elke oorlog. Vaak, heb ik geconstateerd, is het volstrekt onbelangrijk wie er bij ruzie of twist gelijk heeft. Om dat te beseffen moet je je zowel kwetsbaar maken als vastberaden zijn. Anders gezegd: de lichtheid bezitten van een koorddanser die zich los van de aarde het meest sierlijk voortbeweegt, zich vasthoudend aan een stok die in het niets hangt. Die stok staat voor de zekerheid dat je altijd moet twijfelen aan het grote gelijk. Want het gelijk is een slechte raadgever, aangezien bijna iedereen vindt dat hij (altijd) gelijk heeft.

Een kelner in een restaurant probeerde mij vandaag te bedriegen. Ik wees hem op zijn bedrog en liet hem niettemin een behoorlijke fooi achter. Hij liet mij zeer verward uit.

Mijn vrouw vond het krankzinnig dat ik een fooi had gegeven. Zo was iedereen verward, ik ook, en ik dacht dat dat goed was.

Ik denk weleens dat de verwarring een genade is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, je weet wel die van 1940-1945, lazen veel mensen in de Parijse metro literaire en filosofische werken waar ze in normale tijden nooit aan toekwamen. De oorlog was nog maar net afgelopen of ze lazen alweer kranten, of ze staarden opnieuw in de leegte. Hieruit blijkt dat men in onzekere tijden niet zozeer behoefte heeft aan frivoliteit, als wel aan onzekere, voor meer uitleggingen vatbare teksten, alleen die verschaffen waarachtig troost en inzicht. Die duisternis en tranen waar Flaubert het over heeft, zijn dus eigenlijk een groot goed. We zijn in die omstandigheden veroordeeld tot het licht.

Ik wil nog een schrijver citeren, Hugo Claus; opnieuw een twintigste-eeuwer, want de schrijvers van de eenentwintigste eeuw ken ik niet. Claus zegt ergens: 'Behoud de begeerte.' Volgens mij wil hij daarmee zeggen dat je naar je gevoel moet blijven luisteren (zelfs naar de wortels ervan), ook als alles in je omgeving probeert om je eigenheid uit te wissen. Ik denk dat dat in de toekomst alleen nog maar sterker zal worden, maar misschien vergis ik mij. Hoe dan ook, mensen denken vaak dat ze dingen zeker weten, dingen zeker voelen daar zijn ze (voor hun gevoel) minder sterk in, dus moeten ze heel goed luisteren. Gelukkig maar.

Ik wens je het allerbeste toe (veel verwarring!).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden