Dag in Dag uit

Lastpakken, die redacteuren

Dat er elke dag een interessante krant verscheen, lijkt een wonder. Annet Mooij legt in haar geschiedenis van de Volkskrant wel erg veel nadruk op het gesteggel en geruzie op de redactievloer, constateert oud-NRC-redacteur Warna Oosterbaan.

De vraag die de lezer van het boek over dertig jaar Volkskrant bekruipt, stelt de schrijfster uiteindelijk ook zelf. Hoe is het toch mogelijk dat een redactie die zoveel moppert, klaagt en samenzweert toch zo'n interessante en succesvolle krant kan maken? Annet Mooij beschrijft hoe de redactiecultuur gedomineerd werd door het recht van de sterksten, ze citeert een adjunct-hoofdredacteur die spreekt van 'krankzinnige pesterijen', ze geeft voorbeelden van de 'verziekte sfeer' op een bijlage, ze vertelt over de chef van de kunstredactie die in een publicatie zijn eigen filmredacteur 'een waterig varkenshoofd' toedicht. Voeg daarbij een organisatiemodel waarin de plenaire vergadering lange tijd het hoogste gezagsorgaan was, waarin afzonderlijke redacties de wensen van de hoofdredactie gewoonlijk honend terzijde schoven en het beeld wordt steeds duidelijker: eigengereide lastpakken, die Volkskrantredacteuren.

Mooij, redacteur van De Gids en auteur van enkele historische studies, baseert haar boek op 33 verhuisdozen met ongeordend archiefmateriaal die in de kelder van het Volkskrantgebouw waren opgeslagen en op interviews met een dertigtal redacteuren en ex-redacteuren. Het is, schrijft ze in de inleiding van haar boek, een 'geschiedenis van binnenuit' geworden.

Mooij laat haar relaas beginnen in 1980 en eindigen in 2010 (de periode 1965-1980 is behandeld in het boek van Frank van Vree uit 1996 De metamorfose van een dagblad). Drie decennia die bepaald worden door twee hoofdredacteuren: Harry Lockefeer (van 1982 tot 1995) en Pieter Broertjes (van 1995 tot 2010). Lockefeer begon zijn carrière bij de krant in 1965 als sociaal-economisch redacteur en maakte nog net mee dat de ondertitel 'Katholiek dagblad voor Nederland' van de voorpagina verdween. In 1981 werd hij adjunct onder hoofdredacteur Jan van der Pluijm, een jaar later volgde zijn benoeming tot hoofdredacteur. Onder Lockefeer beleefde de Volkskrant zijn grootste bloei. De oplage steeg van 248.000 naar 360.000 en de redactie groeide van 130 naar 225 personen. De krant werd steeds dikker en de zaterdagkrant een groot commercieel succes. De 'tweede ontzuiling' kreeg geleidelijk zijn beslag, de 'ontlinksing' na het eerdere afscheid van de katholieke familie. Belangrijk daarvoor was de benoeming van een aantal journalistieke zwaargewichten van buiten de krant: eerst Jan Blokker, die van de VPRO kwam en in 1979 tot adjunct was benoemd, later Bert Vuijsje, die zijn sporen bij de Haagse Post had verdiend en in 1985 aantrad. Geen van beiden gepokt en gemazeld in de Volkskrantcultuur, maar daarom juist door de hoofdredactie naar de krant gehaald: om 'het linkse gedram' eruit te krijgen en een journalistiekere krant te maken.

Het tijdperk van Broertjes stond in het teken van de verbreding van de krant en van journalistieke kwaliteitsverbetering. Een belangrijke voorwaarde daarvoor was, vond Broertjes, de invoering van de 'centrale sturing': de hoofdredactie moest greep krijgen op de inhoud van de krant en op de manier waarop die gemaakt werd. Tot dan toe was dat nauwelijks het geval, leert de lezer uit Mooijs boek. De afzonderlijke redacties, zoals de Haagse redactie, de financiële redactie en de kunstredactie, waren er aan gewend hun pagina's in grote autonomie te vullen. Het ontbrak niet aan protesten tegen de 'lompe overvalstrategie' van Broertjes, maar hij zette door.

Als een andere verdienste van Broertjes ziet Mooij de verbreding van de nieuwsagenda. Aan royalty, populaire cultuur of shownieuws deed de Volkskrant weinig tot niets, en als die onderwerpen aan de orde kwamen overheerste de schampere toon waar de krant berucht om was. Broertjes veranderde dat. Hij heeft de krant

'ontzuurd', en er een 'newsy verslaggeverskrant' van gemaakt, zegt Mooij.

Het einde van zijn bewind was minder gelukkig. Net als bij andere kranten liep ook de oplage van de Volkskrant terug - van 366.000 in 1996 naar 235.000 in 2010 - en de nieuwe media waarvan Broertjes veel verwachtte brachten geen troost. De in 2006 geïnstalleerde newsroom, van waaruit alle uitingsvormen van het merk Volkskrant zouden worden bediend, is al weer ontmanteld, de radiozender Arrow die de krant kocht bleek een kat in de zak. De zendmachtiging stond maar drie minuten nieuws per uur toe. De gratis ochtendkrant DAG begon in 2007 en werd een enorm fiasco. Na anderhalf jaar ploeteren en 31 miljoen euro verlies werd het experiment stopgezet. In 2010 kon Broertjes toch met opgeheven hoofd vertrekken. De ingezette overgang naar tabloidformaat werd een succes. Zijn opvolger werd een redacteur die een paar jaar daarvoor een vergeefse greep naar de macht had gedaan, en daarna door Broertjes naar Washington was gestuurd: Philippe Remarque.

Mooij brengt de roerige geschiedenis van de krant soepel en helder in beeld. Ze heeft greep op het materiaal en vlecht op vaardige wijze de lotgevallen van het moederconcern door de redactionele verwikkelingen heen. Maar de vraag waarmee dit stuk begon kwelt haar ook. Hoe is het mogelijk dat in die permanente guerrilla tussen redactie en hoofdredactie toch een leesbare en interessante krant werd geproduceerd? Mooij geeft een aantal antwoorden: die opstandigheid was in zekere zin productief, want die leidde tot een onafhankelijke toon in de krant en een kritische opstelling tegenover de autoriteiten in de echte wereld. Verder, zegt ze, moet je de Volkskrantredactie zien als een familie, waar ook ruzies voorkomen, maar waar de verwantschap en de onderlinge solidariteit uiteindelijk belangrijker zijn.

Op een andere plek in haar boek relativeert ze de betekenis van het gesteggel. Op het basale niveau, zegt ze, marcheerden de zaken gewoon altijd door en deed iedereen wat nodig was om elke dag weer een krant te produceren. Dat heeft ze waarschijnlijk goed gezien, maar het roept wel de vraag op wat dan het belang is van al die breed uitgesponnen verwikkelingen. Misschien zijn ze wel het resultaat van haar onderzoeksmethode. Die kwam neer op het lezen van talloze memo's, manifesten en notulen en het spreken met een flink aantal redacteuren. Het doorploegen van dertig jaargangen Volkskrant hoorde niet tot haar onderzoek, schrijft ze in de inleiding van haar boek.

Voor zo'n beperking is wel wat te zeggen. Die dertig jaargangen Volkskrant blijven bestaan, van redacteuren die nu nog te interviewen zijn kun je dat niet zeggen. Maar die methode heeft ook een gevaar. Het kan leiden tot overbelichting van de thema's die doorgaans in memo's, manifesten en notulen worden behandeld en die door terugblikkende journalisten vaak zo kleurrijk onder woorden worden gebracht: gesteggel, verwikkelingen, affaires.

Dat levert wel een spannend en zeer leesbaar boek op. En bij deze recensent, opgegroeid in een redactiecultuur waar zowel de hiërarchie als de harmonie sterker is, groeide de overtuiging dat al dat gesteggel het onvermijdelijke bijproduct is van het langdurige emancipatieproces dat de Volkskrant moest doormaken. Eerst een katholieke krant, toen een rode, en nu eindelijk een pluriforme kwaliteitskrant. Dat gaat niet zonder slag of stoot. NRC Handelsblad kon al in 1970 beginnen op het punt waar de Volkskrant nu is beland. En één ding is zeker: dat scheelt een hoop gedoe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden