Recensie At Eternity's Gate

Dafoe levert de beste Van Gogh-vertolking tot nu toe. Maar ‘At Eternity's Gate’ wil te veel tegelijk (drie sterren)

Willem Dafoe's vertolking van Vincent van Gogh in Eternity's Gate is de beste tot nu toe. Maar de film mist toon: het wil zowel een onderzoek zijn naar het wezen van creativiteit, als een waarheidsgetrouwe weergave van recente geschiedschrijving over de schilder.

At Eternity’s Gate

Drie sterren

Regie: Julian Schnabel

Met Willem Dafoe, Oscar Isaac, Rupert Friend

111 min., in 43 zalen

Willem Dafoe als Vincent van Gogh in de biopic ‘At Eternity's Gate’. Beeld AP/CBS Films

Memorabel aan At Eternity’s Gate, Julian Schnabels biopic over Vincent van Goghs jaren in Zuid-Frankrijk, de meest productieve van z’n leven, zijn de ogen van acteur Willem Dafoe. Ze zijn heel groot en heel blauw, en de lucht wordt erin weerspiegeld als in twee kraters gevuld met smeltwater.  Ze kijken de wereld in met de onschuld van een pasgeborene. Ze vertellen ons in wat voor staat Vincent verkeert voor-ie z’n mond opendoet: een staat van exaltatie, meestal.

Schnabels film is geen conventionele biopic. Hij vertrouwt erop dat we bekend zijn met de voornaamste feiten uit Van Goghs levens en verdoet geen tijd met ons bijpraten over diens achtergrond en geschiedenis. At Eternity’s Gate is een film van een schilder over een schilder. Of beter: over schilderen, het verslavende effect ervan, de gelukzaligheid die je erbij ten deel kan vallen en de verbazing die het kan oproepen bij de buitenwereld. Schnabel toont Vincent nu eens niet als de gedoemde anti-held of problematische broer, maar als kunstmartelaar; een balling op aarde, vastbesloten zijn visioenen met de wereld te delen.

Willem Dafoe, meer dan 25 ouder dan Van Gogh indertijd, speelt hem geweldig; de beste Vincent-vertolking tot nu toe. Zijn haar is dik en zit goed in model, als bracht Vincent voordat hij op de trein naar Arles stapte nog even een bezoek aan een modieuze kapsalon; zijn gezicht is getekend, een constellatie van putten en groeven waarboven Schnabel z’n camera laat zweven als een sonde boven een maanlandschap. Dafoe speelt Vincent als een man wiens isolement zijn kwelling én zijn geluk is. In gezelschap vormt zich tussen zijn wenkbrauwen een permanente frons, die pas verdwijnt wanneer hij weer in de natuur is – alleen. Op zeker moment laat hij zich in een open veld van pure gelukzaligheid op de grond vallen: eindelijk thuis.

Vincent vindt zijn tegenpool in de symbolist Paul Gauguin, heerlijk bevallig gespeeld door Oscar Isaac. Gauguin is alles wat Vincent niet is: wereldwijs, handig met vrouwen; een man die baadt in olijfolie, zo glad. In een van de grappigste scènes van de film nemen Van Gogh en Gauguin de impressionisten de maat terwijl ze urineren in de buitenlucht (ze ontdoen zichzelf letterlijk van het verleden). Op zulke momenten voelt At Eternity’s Gate als een kunsthistorische film buddyfilm.

Schnabel filmde het allemaal op z’n Schnabels: beweeglijk, bewust onscherp soms en rijk aan extreme close-ups – je moet ervan houden. Hij weerstond de verleiding om Van Goghs schilderijen te herscheppen (hoewel bepaalde kleurstellingen ervan doorklinken, zoals in het blauw van Vincents Parijse kostuum) en maakte werk van de sfeer en textuur van Vincents fysieke omgeving: de gehavende muren van het Gele Huis, het geluid van de mistral die de luiken doet klepperen. Hij laat ons voelen hoe het was om Vincent van Gogh te zijn. En toch ook weer niet helemaal.

‘Ik wilde ab-so-luut geen film maken over Vincent van Gogh’

De Volkskrant sprak regisseur Julian Schnabel over zijn Van Gogh-biopic. ‘Een nieuwe Van Gogh-film dient geen doel’, redeneerde Schnabel. ‘Maar dat was juist een goede reden om deze film te maken. Van ál die andere mensen die films over hem maakten, was er geen een zelf schilder.’ En laat dat nu net het verschil zijn met Schnabel.

De makke zit hem in het script. Dat wil een onderzoek zijn naar het wezen van creativiteit, maar ook een getrouwe weergave van de recente Van Gogh-literatuur, waaronder Bernadette Murphy’s Van Goghs oor en de biografie van Steven Naifeh en Gregory White Smith. De film vindt hierdoor geen toon. De scènes waarin Van Gogh over de rooie gaat tegen een groep schoolkinderen of waarin hij in elkaar wordt geslagen door inwoners van Arles voelen plompverloren, als kwamen ze uit een andere film. Daarbij zijn veel van zulke dramatisch bedoelde scènes overdreven nadrukkelijk. Als Gauguin Vincent verlaat, worden zijn afscheidswoorden verscheidene malen herhaald, als een voicemail op repeat. Dergelijke kunstgrepen zijn bedoeld om ons deelgenoot te maken van Vincents malende geest, maar in praktijk voeren ze ons juist weg van hem. Tegen de tijd dat Van Gogh in Auvers sterft aan een schotwond in z’n buik, laat z’n lot je kouder dan verwacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.