Interview

Daders vertellen lachend hoe zij hoofden afhakten

Na The Act of Killing belicht Joshua Oppenheimer met The Look of Silence opnieuw de massamoorden in Indonesië, die precies vijf decennia geleden plaatsvonden. Zijn anonieme co-regisseur vertelt hoe gevoelig het nog steeds ligt.

Michel Maas
De moeder van Adi, die in The Look of Silence de moordenaars confronteert met hun daden. Beeld
De moeder van Adi, die in The Look of Silence de moordenaars confronteert met hun daden.Beeld

Praten gebeurt via Skype, met een man zonder gezicht. Op het computerscherm verschijnt alleen een foto van een oude man met een rare bril; de filmposter van The Look of Silence. Achter die foto gaat iemand schuil die zich 'Anonim Senyap' (Doodstille Anonymus) noemt. Hij moet wel. 'Als bekend wordt wie ik ben, loop ik een groot risico.'

Dat is geen onzin. Indonesië is geen prettig land als je aan het verleden gaat plukken. Doodstille Anonymus is de co-regisseur van Joshua Oppenheimer. Samen hebben zij The Act of Killing gemaakt, die bijna een Oscar had gewonnen, en nu The Look of Silence, dat de andere kant van hetzelfde verhaal belicht. De twee documentaires confronteren Indonesië met de grootste misdaad uit zijn geschiedenis: de massamoord op vermeende communisten en hun handlangers, in 1965. Honderdduizenden tot 3 miljoen Indonesiërs werden destijds afgeslacht, door Indonesiërs.

Brutale slachtpartij

De daders schamen zich er niet voor: 'Ik wurgde hem, zijn tong kwam eruit. Een ander sneed ik open: zijn ingewanden kwamen eruit. Een derde smeet ik naar beneden. Hij landde met zijn hoofd op een steen. Zijn hoofd barstte open. Hij probeerde het met zijn handen nog bij elkaar te houden, haha.'

De waarheid is ongemakkelijk, en het ongemakkelijkst is nog het besef dat de geest van die brutale slachtpartij nog altijd voortleeft. Wat in 1965 gebeurde was goed: dat is wat de Indonesiërs vanaf de kleuterschool wordt ingeprent. De moorden waren nodig om een einde te maken aan het communistische gevaar.

De geschiedenislessen op school zijn niet fijnzinnig. In Indonesië maken weinig mensen zich druk over gevoelige kinderzieltjes. In The Look of Silence legt een onderwijzer de gruwelen van de communisten uit aan kleine kinderen: 'Communisten zijn wreed. Communisten geloven niet in God. Communisten ontvoerden zes generaals, ze sneden hun gezichten open met scheermessen. Willen jullie dat dat weer gebeurt? Stel je voor hoe pijnlijk het is als ze je ogen uitsteken. Hun ogen werden eruit gerukt.'

Regisseur Joshua Oppenheimer. Beeld Daniel Bergeron
Regisseur Joshua Oppenheimer.Beeld Daniel Bergeron

Bloed

Deze onderwijzer is in Indonesië zeker geen uitzondering. Een keer per jaar moeten alle Indonesische schoolkinderen ook nog eens kijken naar de speelfilm Het verraad van G30S/PKI, een film van drieënhalf uur, die druipt van het bloed en waarin communisten worden afgeschilderd als bloeddorstig ongedierte. De letters en cijfers in de titel staan voor de 30 september-beweging/de communistische partij van Indonesië. 30 september was de dag dat een groepje jonge officieren zes generaals vermoordde in een poging tot een staatsgreep. De coup werd verijdeld door Suharto, die prompt zelf de macht greep en als eerste daad de jacht opende op alles wat communistisch was of daarop leek. De communisten hadden het gedaan en zo is het voortaan gebleven.

De daders vertellen trots en lachend hoe zij hoofden afhakten en lichaam en hoofd in de 'slangenrivier' schopten. Ze zijn zich van geen kwaad bewust. 'Wij dachten dat wij wel een cadeautje zouden krijgen. Wij zouden beloond moeten worden met een reisje naar Amerika. Wij hebben het verdiend. Wij hebben de communisten voor ze vermoord', zegt Amir Silahaan, een voormalige commandant van de doodseskaders.

Het zijn oude interviews, maar ze worden nieuw omdat Adi ernaar kijkt. Het bloed van Adi's broer Ramli kleeft aan hun handen en Adi heeft besloten de moordenaars nu te gaan opzoeken. Hij wil ze recht in de ogen kijken en ze confronteren met hun daden. Wat volgt is een ongemakkelijke tocht met nog ongemakkelijker gesprekken.

Beeld uit film. Beeld
Beeld uit film.Beeld

De daders zijn niet blij met zijn komst. Ze worden boos: 'Probeer je mij kwaad te maken?! Je vragen gaan te diep! Ik houd daar niet van!' Of ze bedreigen hem: 'Als je een punt blijft maken van het verleden, zal het allemaal opnieuw gebeuren!' Het wordt echt ongemakkelijk als oud-commandant Silahaan concludeert dat Adi's vragen verdacht zijn: 'Misschien is dit een stiekeme communistische activiteit?'

De vraag waar Adi woont krijgt een zware, dreigende lading. 'In welk dorp?'

'Sorry, dat vertel ik niet.'

'Welk subdistrict? Vertel het maar, het is oké.'

'Ik moet mijn identiteit geheim houden, want de moordenaars zijn nog steeds aan de macht en ze zien zichzelf als helden.'

De angst die Adi bekruipt, is voelbaar. Als ze weten wie hij is en waar hij woont, is zijn leven in gevaar, en dat van zijn familie. Zijn moeder heeft het meegemaakt. Zij heeft gezien hoe ze Ramli met messen hadden toegetakeld. Zij moest toekijken hoe ze haar gewonde zoon uit haar huis sleepten. 'Kijk uit. Ze gooien vergif in je drank en sturen boeven om je aan stukken te hakken.'

Leger

Het is geen gespeelde angst. Anonymus vertelt hoe ook de makers ermee hebben geworsteld. 'Wij hebben Adi afgeraden om dit te doen. Wij hebben hem verteld dat het veel te gevaarlijk was. Maar hij wilde het per se doen. Hij vond dat de tijd er rijp voor was.'

Toen de documentaire uitkwam, is Adi met zijn gezin en zijn ouders ondergedoken. Anonymus: 'Wij hebben ze uit het dorp gehaald en naar de stad gebracht, waar niemand ze kent. Adi werkt daar nu, maar hij doet alleen werk waarvoor hij niet onder de mensen hoeft te komen.'

De overlevenden houden hun verleden verborgen. Wie ze wil spreken wordt, net als zij, geïntimideerd. Ook de Volkskrant probeerde het twee jaar geleden, in de regio rondom Solo en Yogyakarta. De politie had er lucht van gekregen en ook het leger bleek ervan te weten. De journalist kreeg het dringende advies de zaak te laten rusten. Dat ging vanzelf, want niemand durfde meer met hem te spreken. Anonymus: 'Dat hebben wij ook voortdurend meegemaakt. Wij hebben veel overlevenden bezocht en uiteindelijk waren er maar weinig die met ons durfden te praten.'

Adi's moeder woont tussen de moordenaars en zwijgt. Ook de mensen die gevangen hebben gezeten, zwijgen. Zij hebben decennia geleefd als paria's. In hun identiteitsbewijs stonden de letters E.T., ex-tapol of ex-politiek gevangene. Zij mochten niet meedoen aan verkiezingen, niet werken bij de overheid, geen lesgeven, niet studeren, niet naar het buitenland reizen. Ook hun kinderen deelden dat lot, en hun kleinkinderen worden nog altijd met de nek aangekeken.

Beeld uit film. Beeld
Beeld uit film.Beeld

Pressiegroepen

Communisme is in Indonesië nog steeds bij wet verboden. Het is ook verboden af te wijken van de officiële versie van de geschiedenis, die is vastgelegd door dictator Suharto. Die strookt lang niet altijd met de werkelijkheid. Na de val van Suharto, in 1998, dachten historici dat de tijd rijp was daar verandering in te brengen. Zij vergisten zich. In 2007 werden veertien herziene geschiedenisboeken verboden en op last van procureur-generaal Abdul Rachman Saleh publiekelijk verbrand. In die boeken werd een genuanceerde versie gegeven van wat er in 1965 is gebeurd, een versie waarin niet alleen de communisten schuldig waren.

Oppenheimers documentaires worden in Indonesië alleen semi-clandestien vertoond, in besloten zaaltjes op universiteiten of in kleine culturele centra. Duizenden mensen hebben de films gezien, maar op een bevolking van 240 miljoen is dat niet veel. Televisiezenders branden hun vingers er niet aan. Ook de besloten vertoningen lopen gevaar.

Anonymus: 'Zeker twintig vertoningen zijn afgelast na intimidatie en bedreigingen door anticommunistische of radicaal-islamitische groepen. In andere landen bel je dan de politie om je veiligheid te garanderen. In Indonesië is de politie een deel van het probleem.' De politie staat niet zelden aan de kant van de protesterende pressiegroepen. Terwijl Oppenheimer in het buitenland de ene na de andere prijs mag ophalen, wordt in Indonesië nog altijd gezwegen.

null Beeld
Beeld

Verleden

'De massamoord is dit jaar vijftig jaar geleden', zegt Anonymus. 'Het zou mooi zijn als de nieuwe president, Joko Widodo, zich hierover uitspreekt. Hij heeft beloofd de mensenrechtenkwesties uit het verleden te zullen afhandelen, maar de vraag is of hij dat kan. Hij wordt nog steeds omringd door mensen van de oude garde.

'Onze hoop is vooral gericht op jonge mensen en het internet: The Act of Killing is op YouTube 500 duizend keer bekeken. Dat is een begin.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden