'Daar zíjn we weer, Gerardje', mompelde ik

Als kind keek ik tegen mijn ouders op, want dat doen kinderen. Omdat mijn vader steeds maar beweerde dat Elsschot en Reve de twee enige grote schrijvers ter wereld waren, geloofde ik dat ook. Het ging pas over toen het mij begon te dagen dat hij verder eigenlijk niets had gelezen, op een paar flodderige Maigret-boekjes van serie-hoerenloper Simenon na. Toen was het al te laat.

Wat Elsschot betreft, moet ik hem trouwens nog steeds gelijk geven; dat is een groot schrijver. Bij Reve ligt dat ingewikkelder. Als je, zoals ik, die boeken van jongs af aan hebt gelezen en herlezen, deels bij gebrek aan méér en beter, kún je zo'n schrijver niet meer objectief beoordelen, hij blijft je de rest van je leven beïnvloeden. Was ik geboren in tijden van internet, dan was ik, door dat overstelpende, gevarieerde aanbod van audiovisuele prikkels, heel iemand anders geworden. (Huiswerk: beschrijf wat er op muzikaal gebied gebeurt met iemand die de eerste tien jaar van haar leven, afgezien van Hilversum 4, de beschikking had over slechts vier elpees: Revolver van The Beatles, een verzamelalbum van The Beach Boys, dito van The Everly Brothers en een exemplaar van Music for the millions met een afbeelding van een pluizige kat en een dwarsfluit op de hoes.)

Hoe dan ook: mijn dochter, bijna 18, legde mij van de week haar leeslijst Nederlands voor en vroeg of ik iets kon aanbevelen. Tussen de Emansen, Vestdijkjes en Hella's Haasse prikte ik trefzeker Reves Werther Nieland aan. 'Prachtig', zei ik. 'Schitterend. Ga maar gauw lezen. Dat had je al véél eerder moeten doen.' Nee, opvoeden is niet mijn fort, maar als het om lezen gaat kan ik enorm bevlogen zijn.

Nou, u raadt het al: ze vond er geen flikker aan. Ook op scholieren.com (altijd goed voor een literaire lach en traan) was de animo gering. Ik las het boekverslag van een scholier, net als zij uit 6 vwo, die er geen doekjes om wond: 'Ik vind Werther Nieland niet echt een geweldig boek om te lezen en ben blij dat het maar zo kort was (...) sowieso is de hoofdpersoon geen leuke jongen. In het echte leven zou ik een flinke afstand van die gast houden. Hij is gewoon een eikel (...) hij heeft iets zieks over zich, iets in die jongen is niet normaal. (...) ook zijn obsessie met clubs en verenigingen kan er bij mij niet in.'

Touché! Nou, dat boek moest ik toch nog maar eens herlezen. Het ging er nog steeds in als koek, dat wel. ''Ben jij bij Werther op school?' vroeg zijn vader. 'Nee', antwoordde ik. 'Ik ben een vriend, geloof ik.' Op dat ogenblik brak de zon door en verlichtte scherp zijn hoofd en de dunne hals, die ook met groeven bezet bleek. Op zijn schedel werd in het midden van de beharing een dunne plek zichtbaar, waar de huid korstig en ontstoken scheen.'

Het was alsof ik het lijk van een geliefd huisdier opgroef uit de achtertuin. Ja, hij rook een beetje raar, maar het wás hem. 'Daar zíjn we weer, Gerardje', mompelde ik. Ik herinnerde me weer hoe ik het boek als veel te jong kind met afkeer en beklemming had gelezen. Omdat het nu eenmaal in de kast stond. Omdat mijn vader het zo goed vond. En dat ís het ook, hoor. Maar...

Ach, had ik toen maar internet gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden