Achtergrond Britse muziekfilms

Daar zijn de Britten goed in: films waarin de muziek als vanzelfsprekend de hoofdrol speelt

Beeld uit Quadrophenia. Beeld Filmbeeld

Beats gaat over twee oude kameraden, Johnno en Spanner. Over hun vriendschap. Over Schotland in het midden van de jaren negentig. De house- en ravecultuur is, bij oppervlakkige beschouwing, slechts het decor van het verhaal, maar toch gaat de film uiteindelijk vooral dáárover. Wat kunnen Britten dat toch goed, muziekfilms maken die veel meer zijn dan muziekfilms, omdat de personages in dienst staan van de schets en de aandacht niet volledig wordt opgeëist door de lotgevallen van een beroemde hoofdfiguur. In plaats daarvan schetsen ze een treffend beeld van een muziekscene, subcultuur of tijdperk – en is het uiteindelijk juist de muziek die als vanzelfsprekend de werkelijke hoofdrol speelt. Beats staat wat dat betreft in een mooie Britse traditie.

Quadrophenia (Frank Roddam, 1979)

Met de rockopera Quadrophenia (1973) bracht The Who een ode aan de mod-cultuur, die in de eerste helft van de jaren zestig de door amfetamine opgevoerde hartslag van Swinging London was: hippe kleding, scooters met zo veel mogelijk spiegels en accessoires, parka’s, wilde feestjes, rockende soul. En The Who, dus. De jonge mod Jimmy (prachtige rol van Phil Daniels, in de op de rockopera gebaseerde film) gaat er volledig in op, terwijl hij weifelend zijn weg zoekt in het leven. Hij raakt steeds erger met zichzelf in de knoop: de scooters, pillen, meisjes en georganiseerde knokpartijen op het strand van Brighton (tegen rivaliserende rockers) vliegen langs hem heen, zonder dat hij er richting aan weet te geven. Londen, de sixties en de mod-beweging zijn groter en sterker dan hij, zo concludeert uiteindelijk ook Jimmy zelf.

The Commitments (Alan Parker, 1991)

The Commitments is geen geheel Britse film, maar de Brits-Iers-Amerikaanse verfilming van een Ierse roman (van Roddy Doyle) onder Engelse regie. Het verhaal volgt een soulband uit de arbeidersklasse van Dublin op het bochtige, lange pad naar succes en doorbraak, aan het eind van de jaren tachtig, met alle euforie en wrijving van dien. De band The Commitments is fictief, de bandleden staan in dienst van het diepmenselijke verhaal. De film ontleent zijn kracht aan het feit dat hij niet over iemand in het bijzonder gaat, maar eerder een geestige, warmbloedige ode is aan popgroepen en working class-popcultuur in het algemeen – en aan verrukkelijke soulmuziek (vooral uit de jaren zestig) in het bijzonder: van Otis Redding tot Al Green, van Wilson Pickett tot The Marvelettes.

24 Hour Party People (Michael Winterbottom, 2002)

De onmiskenbare hoofdfiguur van het hilarische 24 Hour Party People is Tony H. Wilson (Steve Coogan), aan het eind van de jaren zeventig tv-presentator van Granada TV, vurig pleitbezorger van de lokale popmuziek uit Manchester en weldra baas van het label dat die muziek uitbrengt en legendarisch zal maken: Factory Records. Grappige stijlvorm: Coogan richt zich als alwetende verteller regelmatig rechtstreeks tot camera en kijker. Toch is hij ook figurant in de vrolijke chaos van zijn eigen wereld, die wordt bevolkt door bands als Joy Division, New Order en Happy Mondays en wat later door de deinende, gedrogeerde feestvierders in de Haçienda-club en het onvermijdelijke gespuis dat het sprookje zal verpesten. De ware hoofdrol in de film? Coogan zegt het zelf: ‘Welcome to Madchester.

This Is England (Shane Meadows, 2006)

Eigenlijk is Shane Meadows’ This Is England geen muziekfilm, maar een verhaal over het leven van Engelse skinheads in 1983, in het grauwe, door werkloosheid geteisterde Groot-Brittannië onder premier Margaret Thatcher. De pas 12-jarige Shaun (Thomas Turgoose) loopt met zijn ziel onder zijn arm sinds zijn vader is gesneuveld in de Falklandoorlog; onder skinheads vindt hij de geborgenheid en broederschap die hij zoekt. Maar ook de jonge Shaun ontkomt niet aan de tragedie die de hele subcultuur uiteindelijk zal treffen en splijten: de komst van neonazi’s die de subcultuur kapen. Wie dat verhaal in beeld brengt, vertelt automatisch ook het verhaal van de muzikale episode die er de soundtrack van is: reggae, soul, ska en oi!-punk, zo verpletterend goed dat elke film er automatisch een muziekfilm van zou worden.

Northern Soul (Elaine Constantine, 2014)

Het blijft een van de wonderlijkste fenomenen uit de Britse jeugdcultuur, de tijd van de Northern Soul, oftewel: hoe een generatie witte, Britse jongeren uit de jaren zeventig massaal ging dansen op zwarte, Amerikaanse soul uit de jaren zestig, liefst zo obscuur mogelijk. De film Northern Soul vertelt het verhaal van twee tieners uit Lancashire die geld sparen om naar de VS te vliegen, daar grote partijen obscure, vergeten soulsingles op de kop tikken en, terug in Engeland, triomfen vieren als deejays in de Northern Soul-clubs. Hun vriendschap komt erdoor onder druk te staan. Qua muziek kan zo’n film natuurlijk nooit fout gaan. Omdat Northern Soul vooral populair was in de noordelijke helft van Engeland, is Elaine Constantines film vooral ook een prachtig portret van de economisch achtergestelde helft van dat land in de jaren zeventig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden