boekeninterview

Daan Remmerts de Vries: ‘Er is niks mis met schrijven voor een breed publiek, zeker nu er steeds minder mensen lezen’

Schrijver Daan Remmerts de Vries, die komende week de Theo Thijssen-prijs krijgt, wil zijn lezers laten zien dat er tijd is om te dromen in het leven. ‘We lijken vrijer dan ooit, maar er worden steeds hogere eisen gesteld. Zeker aan kinderen.’

Pjotr van Lenteren
Daan Remmerts de Vries: ‘Het lijkt alsof ik me van alles afzonder, maar schrijven is juist in het nu leven, je bewust zijn van alles om je heen.’ Beeld Els Zweerink
Daan Remmerts de Vries: ‘Het lijkt alsof ik me van alles afzonder, maar schrijven is juist in het nu leven, je bewust zijn van alles om je heen.’Beeld Els Zweerink

Het liefst zou hij in zijn eentje aan de rand van een wildernis wonen en maar heel af en toe mensen zien om te vertellen wat hij daar meemaakt. Dat lukt schrijver, illustrator, schilder, componist, fotograaf en filmer Daan Remmerts de Vries (1962) helemaal niet onaardig in zijn atelier met slaapkamer aan een zijgracht in het hart van de Amsterdamse Jordaan. De voordeur is verstopt onder een balkon en achter klimplanten. Eenmaal aan zijn keukentafel, waar hij schrijft, waan je je in een andere wereld.

Geheel in overeenstemming met zijn eigen krullerige stijl – zichzelf tegenspreken doet hij ongeveer net zo graag als de ene na de andere Dunhill Ultra Light opsteken – klinkt tijdens het interview om de haverklap het fluitje van zijn telefoon. Lynn weer, zijn dochter van 15. Ze heeft vanochtend een pittige natuur- en scheikundetoets gedaan, waar Remmerts de Vries haar de afgelopen weken veel mee heeft geholpen. ‘Even iets uitbundigs terugschrijven, hoor!’

Hij vindt het leven van kinderen en jongeren te dichtgetimmerd. Net als Nederland zelf trouwens. ‘Elke vierkante meter schijnt nut te moeten hebben.’

Zijn eigen jeugd brengt hij vooral buiten door. Sporen volgen, foto’s maken, dode dieren vinden om op te zetten. Zijn vader, Hendrik Willem Pieter Remmerts de Vries, is officier van justitie en laat zijn kinderen meedenken over lastige gevallen. Net als zijn moeder Juan, die schuldhulpverlening biedt aan medewerkers van de plantsoenendienst van hetzelfde Amsterdamse Bos waar Daan vogels spot. ‘Geen mens is écht slecht, heb ik geleerd.’

Daarnaast schetst en schrijft hij elke dag. Een opleiding tot tekenleraar lijkt logisch, maar hij ontdekt al na een halfjaar dat voor de klas staan niets voor hem is en neemt ontslag. Hij wil popster worden en gaat met een demo-tape met twaalf liedjes naar Londen, waar hij bij vrienden logeert en in tien dagen te voet alle tachtig studio’s en platenmaatschappijen afgaat. Annie Lennox van de Eurythmics heeft tussen twee opnamen door nog op zijn teen gestaan, overigens zonder hem op te merken. ‘Dichter bij muzikale roem ben ik nooit gekomen.’

Terug in Amsterdam-West blijkt er ingebroken, maakt zijn vriendin het uit en zit hij drie dagen voor zich uit te staren op bed. Dan belt de uitgever die hij voor zijn vertrek naar Londen het voorstel heeft gestuurd voor een prentenboek met linoleumsneden over zijn twee katten, Zippy en Slos. Het wordt zijn debuut, in 1990. ‘Dat telefoontje heeft me gered. Iemand wilde me. Mij!’ Hij bloost een beetje als hij het zegt en tegelijk een wolk rook uitblaast. ‘Wie wil er nu niet het mooiste meisje van het bal zijn?’

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Op dit moment werkt hij onder het pseudoniem Henry Lloyd aan een serie-in-wording over een middeleeuws aandoende sprookjeswereld. In het eerste deel, Flin of de verloren liefde van een eenhoorn (Querido, 2019), groeit de hoofdpersoon op in een arendsnest. Het is typische Remmerts de Vries-materie: is hij nu een mislukt mens of een mislukte arend? En bij wie wil hij horen? Het derde deel is onlangs verschenen: Het grote leven van kleine Fons, over een jongen die niet alleen ridder wil worden, maar ook een groots en voorbeeldig leven wil leiden. ‘Dat blijkt niet zo eenvoudig’, grinnikt de schrijver, licht boosaardig. ‘Wat jammer nou.’

Donderdag 23 juni krijgt Remmerts de Vries de Theo Thijssen-prijs uitgereikt, een driejaarlijkse oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde. De prijs was hem vorig jaar al toegekend, maar de feestelijkheden moesten vanwege corona nog even wachten. Aan de prijs is een geldbedrag van 60 duizend euro verbonden.

Wat zou u doen als u niets moest?

‘Naar Engeland of Schotland verhuizen en alleen nog maar schilderen. Ik woon hier met plezier, maar ik ben zeker niet het soort schrijver dat de kroeg opzoekt voor inspiratie, integendeel. Na het pensioen van mijn vader gingen mijn ouders in hun huis in Friesland wonen, waar ze een deel van hun land lieten verwilderen. Mijn moeder sprak na de dood van mijn vader bijna alleen nog met de dieren. Ze verwelkomde de gekraagde roodstaart in de lente als een vriend, sprak de ree bestraffend toe als die de floxen uit de border at – die ze overigens speciaal voor hem had geplant. Waar mensen zo veel mogelijk wegblijven, ontstaat iets prachtigs.’

Waarom heeft u het niet overgenomen, dat paradijs in Friesland?

‘Het is misschien wel de moeilijkste beslissing van mijn leven geweest, ik ga er ook niet meer kijken. Mijn grote angst is armoede. Zit je daar op het platteland, vergeten te worden. Je sprokkelt je loon bij elkaar als kunstenaar, met lezingen en optredens. Het liefst zit ik hier in mijn keuken te werken en ga ik er helemaal niet op uit. Ik fiets twee straten en dan ben ik alweer thuis bij mijn vriendin en jongste dochter. Elke dag van tien tot zes, ook in het weekeinde. Ik ga steeds handenwrijvend aan de slag, het komt zelden voor dat ik er geen zin in heb.’

U houdt voor een wannabe-popster niet erg van optreden.

‘O, van optreden houd ik enorm. Maar schoolklassen zijn minder leuk geworden. Vroeger was ik als schrijver toch een beetje een popster. Tegenwoordig kun je beter webbouwer of game-ontwerper zijn. Ze vullen doodleuk ‘rijk’ in als je vraagt wat ze willen worden. En als je vraagt wie er weleens vrijwillig een boek leest, steekt één iemand schuw om zich heen kijkend een vinger op. Daar doe ik het voor.’

 Daan Remmerts de Vries: ‘Het liefst zit ik in mijn keuken te werken en ga ik er helemaal niet op uit. Elke dag van tien tot zes, ook in het weekeinde.’ Beeld Els Zweerink
Daan Remmerts de Vries: ‘Het liefst zit ik in mijn keuken te werken en ga ik er helemaal niet op uit. Elke dag van tien tot zes, ook in het weekeinde.’Beeld Els Zweerink

Toch schrijft u graag óver mensen. Waarom wilde u de boeken maken die u gemaakt heeft?

‘Het lijkt alsof ik me van alles afzonder, maar schrijven is juist in het nu leven, je heel bewust zijn van alles om je heen. Ik wil gehoord worden, liefst zonder erbij te zijn. Met zo min mogelijk afleiding zie je juist meer. Kijk om je heen: het leven is vaak geen pretje. We lijken vrijer dan ooit, maar er worden steeds hogere eisen gesteld. Zeker aan kinderen. Al die apparaten waarmee ze constant met alles en iedereen in contact staan. Daar vind ik wat van.

‘Ik wil mijn lezers geruststellen: je hoeft niet nuttig te zijn. Er is tijd en ruimte om te dromen en maar te zien wat er gebeurt. Ik mag van mezelf onnuttig zijn. Mijn boeken pleiten voor eigenheid, de vrijheid om jezelf te zijn. Ik hoop dat de lezer daar de lol van inziet en er troost uit put.’

Zit er een rode draad in uw werk?

‘Niet echt. Ik heb geen groot plan, ik ben altijd met drie, vier projecten tegelijk bezig en ik probeer elke keer wat nieuws, liefst met zo veel mogelijk verschillende onderwerpen in verschillende genres.’

Werkt u voor volwassenen anders dan voor kinderen?

‘Als je mijn volwassenenroman De harpij vergelijkt met de Henry Lloyd-kinderboekenserie, dan zie je dat ze min of meer in dezelfde wereld spelen. Een wereld zonder telefoons, waar je nog kan verdwalen, ergens anders opnieuw beginnen en met een beetje pech echt gevaar loopt. Bij volwassenen is er ruimte voor ironie en rauwheid. Je kunt eens wat langer stilstaan bij iets, zonder dat het boek meteen opzij wordt gelegd. Verder maak ik weinig verschil. Het ene idee is meer geschikt voor kinderen, het andere meer voor volwassenen. Vervolgens houd je je natuurlijk wel aan bepaalde vuistregels. Ironie werkt niet bij kinderen. Ellenlange zijpaden ook niet. In mijn nieuwste boeken heb ik een tempo en balans gevonden waar ik blij mee ben.’

Waarom dat gedoe met die pseudoniemen?

‘Ik heb 23 jaar aan De harpij geschreven, aan het einde van elke werkdag een paar bladzijden als beloning. Dan wil je wel dat het resultaat een eerlijke kans krijgt. Dat is voor een kinderboekenschrijver niet vanzelfsprekend. Al denk ik wel dat dit aan het veranderen is. Voor mijn serie-in-wording geldt eigenlijk hetzelfde. Ik sta te boek als een literaire kinderboekenschrijver en ik wil een keer iets met inhoud én humor én actie maken. Ik was benieuwd wat bepaalde recensenten ervan zouden vinden als ze niet wisten dat ik het geschreven had. Je wint doorgaans geen Gouden Griffels met avonturenboeken. Terwijl die voor mij echt niet minder zijn dan de rest van mijn werk.’

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Hoe zou u uw stijl omschrijven?

‘Literair betekent wat mij betreft: fijn geschreven, goed verwoord en met een achterliggende gedachte. In het begin dacht ik daar iets anders over. Dan kreeg je te horen: je schrijft diepzinnig en artistiek, dus voor een klein publiek. Daar moet ook iemand voor schrijven, zei ik dan. Maar ik kom daar steeds meer van terug. Er is niks mis met voor een breed publiek schrijven, zeker nu er steeds minder mensen lezen. De verpakking mag daarom vloeiend en toegankelijk zijn. Daar word ik steeds beter in. Geen uitweidingen, toch gedachten: dat is mijn kunst.’

Hoe schrijft u?

‘Gewoon achter een computer, niets bijzonders aan. Als ik veel moet produceren, doe ik dat met energieke muziek, op het moment urenlang hetzelfde nummer van de Talking Heads, live in Los Angeles, 1983. Als ik aan laatste versies werk, doe ik dat in totale stilte.’

Hoelang doet u over een boek?

‘Ik maak gemiddeld meer dan twee boeken per jaar. Daar zitten wel prentenboeken bij, natuurlijk. Met de Henry Lloyd-boeken ben ik een klein halfjaar bezig.’

Wie is uw voorbeeld?

‘Paul Biegel is een van mijn voorbeelden. Die las ik veel liever dan De Kameleon. Biegel schreef ook avonturen, maar daar zat telkens een duidelijke gedachte achter. Godfried Bomans en Simon Carmiggelt heb ik altijd bewonderd om hun lichte, heldere stijl.’

Wat was de eerste zin die u opschreef?

‘In mijn nieuwste: ‘De draak stond te roken.’ Ik hou van discrepantie tussen het middeleeuwse en het moderne, het grootse en het alledaagse. De eerste zin moet goed zijn, het is het bootje waar je mee vertrekt. Net als de titel trouwens. Alles moet uitnodigen om verder te lezen.’

Over welke passage bent u het meest tevreden?

Leest voor, met het pedante stemmetje van kleine Fons: ‘Welaan, geboefte! Daar ligt gij dan, hulpeloos en verslagen! Het pad van de misdaad heeft u tenslotte niets dan slechts opgeleverd!’ Daar word ik tijdens het schrijven al enorm vrolijk van. En ja, ik kom desgevraagd nog altijd met een voorbeeld uit een boek dat net af is. Gelukkig wel.’

Wat is de ergste kritiek die u zou kunnen krijgen?

‘Onterechte kritiek. Iets wat niet gezien of begrepen is door een recensent. Terechte kritiek doet ook pijn, maar dan kun je denken: die recensent heeft het tenminste goed gelezen, er met zorg naar gekeken. Kunstenaars die zeggen dat ze zich weinig aantrekken van negatieve kritiek, daar geloof ik niks van.’

Heeft u het weleens opgegeven omdat u dacht dat het niet goed werd?

‘Ach ja, stapels notities die niet vruchtbaar genoeg zijn. Ingehaald door de tijd of door je eigen gedachten. Maakt niet uit. Er is zo veel. Bijna elke ochtend of nacht sta ik op om een idee te noteren, dat dan ontzettend goed lijkt. Soms in bad, heel lastig.’

Wie is uw belangrijkste meelezer?

‘Niemand. Kunst is een dictatuur. Als je mensen zich ermee laat bemoeien wordt het een democratie, dan verslapt het. Ik stuur iets pas in als het echt af is. Uitgevers hebben wel wat meer te doen dan half voltooide kunstwerken begeleiden. Ze vallen mij ook niet lastig met deadlines en waar iets blijft. Ze weten dat ik mijn best doe en dat ze de eerste zijn die het onder ogen krijgen.’

Wanneer begint u aan uw volgende boek?

‘Daar ben ik al mee bezig. Deel vier in de Henry Lloyd-serie.’

Welk boek zou iedereen moeten lezen?

‘Op mijn nachtkastje ligt het volledige werk van Daniel Kehlmann, dat ik blijf herlezen. Als je er één wilt kiezen: Het meten van de wereld. Over een thuisblijver en een ontdekkingsreiziger. Wat is het beste? Op de plek blijven waar je van houdt? Of almaar blijven zoeken? Ik voel me aan allebei verwant, al lijk ik tegenwoordig het meest op de thuisblijver. Dit boek raakt me omdat het verhaal boven iets kleinmenselijks uitstijgt en nergens betuttelt. Het is heel grappig, terwijl het toch diep gaat. Dat is waar ik zelf naar streef.’

Wie is Daan Remmerts de Vries?

Daan Remmerts de Vries (1962) werd geboren in Leeuwarden en groeide op in Amstelveen in een gezin waarin iedereen las en altijd potlood en papier klaarlagen. Omdat hij dol was op dieren, zwierf hij eerst door het Amsterdamse Bos en daarna de hele wereld over. Na een opleiding tot tekenleraar stond hij een halfjaar voor de klas. Zijn debuut was Zippy en Slos (1990), een zelfgeïllustreerd boek over zijn twee poezen. Voor Godje (2002) kreeg hij een Gouden Griffel. Daarna won hij nog vele prijzen, voornamelijk voor zijn teksten. Zijn roman De harpij (Querido, 2014), onder het pseudoniem A.N. Ryst (spreek uit: ‘Riest’) werd ‘een sensatie’ genoemd, iets wat niet veel kinderboekenschrijvers over hun werk voor volwassenen gehoord hebben. Voor zijn ruim zestig kinderboeken kreeg hij in 2021 de Theo Thijssenprijs, de P.C. Hooft-prijs voor jeugdliteratuur, die vanwege corona pas volgende week wordt uitgereikt.

Henry Lloyd (pseudoniem van Daan Remmerts de Vries): Het grote leven van kleine Fons. Querido; 336 pagina’s; € 16,99.

null Beeld Querido
Beeld Querido
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden