mee uit hush

Daan Heerma van Voss gaat naar de disco, en het blijft doodstil

Bekende Volkskrant-schrijvers gaan uit. Daan Heerma van Voss heeft gehoord dat er een hype is rondom silent disco en bezoekt Hush, ’s lands eerste disco die uitsluitend silent is. 

Daan Heerma van Voss in Hush, de silent disco. Beeld Eva Roefs

De bouncer vraagt of ik heb gereserveerd. Ik kijk langs hem heen: zo te zien is de club vrijwel leeg. ‘Nee, ik heb de gok gewaagd’, zeg ik maar, ‘ik leef graag op het randje.’ Normaal vraagt hij 5 euro entree, maar omdat het nog vroeg is, mag ik gratis naar binnen. Op de vraag of de zaak, sinds oktober open, goed loopt, antwoordt hij: ‘Het mag altijd drukker.’

‘Er mag wel gezegd worden dat er sprake is van een Silent Disco-hype’, stelt de website van club Hush hoopvol. Hype of niet, ik heb het verschijnsel nooit begrepen. Waarom zou je kiezen voor deze vervreemdende ervaring, voor die eenzaamheid-in-een-menigte – die voor mij trouwens de kern vormt van elke uitgaansavond. Waarom zou je kortom, willens en wetens een uitgaansnacht beleven als Daan Heerma van Voss? Dat wens je toch niemand toe?

Als de bouncer me mijn koptelefoon aanreikt, vraag ik of hij nog een tip heeft voordat ik mezelf in de feeststilte werp. ‘Ga niet op groen. Het zijn lieve vrouwen, maar man, vals als kanaries.’ In plaats van op groen (het karaokekanaal) kun je je koptelefoon ook op rood (hijgerige hiphop) en op blauw (glibberige glamrock) zetten.

De muren van de zaal zijn bepleisterd met lp’s, boven mijn hoofd schittert een discobol, flarden rookmachinemist dwarrelen voorbij en op zo’n tien meter afstand staat de dj-booth. Ik zou de dj graag iets vragen, maar hij is net bezig iets uit een AH-tas te halen. Om maar chic te doen bestel ik aan de bar een bacootje. 11 piek. Je moet ook betalen voor de plee. Als je dat niet doet, word je uit het hokje geplukt, ik zie het gebeuren. De dj mag gratis. Volgens mij heeft hij een zwakke blaas. Als ik de barvrouw vraag of de hype inderdaad zo massaal is als wordt aangenomen, haalt ze haar schouders op. ‘Je mag als club in deze buurt gewoon niet te veel herrie maken. Regeltjes, regeltjes.’

Het wordt drukker. Ik besluit een antropoloog te worden. Wat doet de mensachtige, op zoek naar vertier?

Nou, hij danst. Dat wil zeggen: hij verplaatst zijn gewicht van zijn linker- naar zijn rechtervoet en weer terug. Dan gaat hij eventjes hakken om zijn vrienden aan het lachen te maken (en om te verbergen dat hij geen andere dans kent). Daarna bestelt hij moegestreden een pilsje.

Ik ga tegenover een meisje dansen, we bevinden ons allebei in ons eigen aquarium, geen idee wat de ander hoort of zegt. Dan schakelen we tegelijkertijd over van powerballad-blauw naar R&B-rood, en in dat gebaar schuilt iets moois, iets kwetsbaars. Ergens in een Nederlandse silent-discotent besluiten twee wildvreemden (ze overleggen niet en toch lijkt het een gemeenschappelijke beslissing) over te schakelen naar dezelfde frequentie. Maar als ze door een rietje aan haar pina colada in een longdrinkglas ­begint te lurken, loop ik toch verder.

Hé, daar is de dj weer, op weg naar het urinoir.

De zaal raakt vol. Mensen bewegen langs elkaar heen, allemaal volgen ze een ander ritme. Soms heeft het ook iets bejaardentehuisachtigs; een zaal vol mensen die rondschuifelen in de mist en aan elkaar vragen: wát zeg je?

Maar de echte schoonheid van de silent-ervaring schuilt in het kanaal groen. Die gedesoriënteerde, halfschorre stemmen in al hun eenzame glorie. Er gebeurt gewoon iets met je als je een witte vent van 60 Alane van Wes hoort blèren. Als je twee in een zithangmat verstrikte jonge vrouwen André Hazes hoort zingen ‘ik blijf echt alleen!’ Als je vijf zuidasmannen Bohemian Rhapsody hoort onteren. Als je een middelbare vrouw Jolene van Dolly Parton hoort zingen en je eerst nog denkt dat ze boezemvriendin ­Jolien kwijt is. Als je vier volwassen thirty-something-vrouwen samen Wannabe hoort zingen, vrouwen die even willen vergeten dat ze thuis een drammerig kind hebben zitten, en een man die verbeten Red Dead Redemption 2 aan het spelen is. Deze klanken vormen de echte soundtrack van het uitgaansleven. Het is vrijdag – mensen willen alles vergeten, ook wat ze niet kunnen en wel zijn. Aan het eind van de avond kost het me moeite om de koptelefoon terug te geven. Het liefst zou ik de hele nacht blijven luisteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.