CYNISME EN PERSIFLAGE TABOE

De vijf leden van Wunderbaum maken hun locatievoorstellingen in nauwe samenwerking. Ze regisseren elkaar, hebben aan een woord genoeg. ‘Mij wordt altijd gevraagd: hoe gaat het met júllie.’..

In de verte aan de stoere, winderige Rotterdamse pier doemt een blond figuurtje op, vrolijk zwaaiend: hier is het. Pakhuismeesteren, de locatie waar ze straks gaan spelen. Maartje Remmers loopt de nog wat bunkerige ruimte binnen en kijkt bedenkelijk: leuk, maar door de specifieke indeling kunnen er misschien zo’n zestig mensen in en ze hadden zich juist voorgenomen voor wat groter publiek te gaan staan. Verderop inspecteren Marleen Scholten en Walter Bart de mogelijkheden: daar de band, daar wat tafels: dat wordt wel wat.

Later zullen zich nog Matijs Jansen en Wine Dierickx bij de groep voegen en dan zijn ze compleet: Wunderbaum, acteurscollectief, locatietheatermakers. Aanvankelijk opererend in de relatieve luwte van ZT Hollandia in Eindhoven, hebben ze zich de afgelopen jaren met brutaal, actueel en eigen theater gestaag een plek op de voorgrond veroverd, cumulerend in het wonderjaar 2006: twee van hun voorstellingen zijn uitverkoren voor de Theaterfestivals van Nederland en Vlaanderen, komende week gaat hun eerste film in première, er verschijnt een Wunderbaum-boek en binnen De (Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg presenteren zij hun eigen Wunderkeuze, een miniretrospectief waarin ze vier voorstellingen hernemen; op locatie, met eten voor en muziek na, aan de Rotterdamse Wilhelminapier.

Zelf zijn ze nog niet aan het evalueren geslagen, eigenlijk kijken ze alweer vooruit naar het volgende project, maar desgevraagd: ja, ze zijn op een goed punt aanbeland, en ook wel trots. Nou ja. De ultieme voorstelling is natuurlijk nog niet gemaakt.

Beste Johan Simons,

Wij zijn zes studenten aan de Toneelacademie Maastricht. Het moment van afstuderen nadert. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat wij nog niet willen uitwaaieren over verschillende gezelschappen. (..) Het lijkt ons fantastisch Hollandia als dak boven ons hoofd te hebben. Volgens ons de geschikte plaats om onze plannen vorm te geven. Jullie vrijheid binnen toneelmaken spreekt ons aan. Daar zouden we graag deel van uitmaken. (..) We zouden het leuk vinden als je reageert op deze brief.

We schrijven 2000. Johan Simons reageerde met een ruimhartig ja, en Jonghollandia was geboren. Het begon meteen die ‘plannen vorm te geven’. Walter Bart: ‘Het idee met Hollandia was mooi: het zou een soort school zijn, waarbinnen acteurs kennis zouden overdragen. Maar dat is eigenlijk faliekant mislukt – iedereen was veel te druk. Daardoor hadden we wel volledige vrijheid, we konden prima kloten.’

Wine Dierickx: ‘We waren een eilandje, niemand keek naar ons om, en dat was fijn. We wilden ook niet dat er pers kwam, we wilden alleen de mensen, op locatie, bereiken. Dat was ons allereerste idee van wat theater moest zijn. Dat is inmiddels wel breder, ja.’

Negen stukken hebben ze nu op hun naam staan, zeer uiteenlopend in onderwerp en uitvoering en toch onmiskenbaar in een eigen stijl. Is het de ene keer iets schetsmatigs, de volgende maal een aaneenschakeling van acts, dan weer geïntegreerd muziektheater of een dramatisch afgerond geheel met (uitvergrote) personages – er zijn vaste kenmerken, grote gemene delers.

Het onderwerp is altijd actueel, het stuk is van begin tot eind zelf gemaakt op basis van improvisatie, cynisme en persiflage zijn taboe, de locatie is uitgangspunt. Het resultaat moet prikkelen maar geen (politiek) statement zijn.

En de makers zijn flexibel, energiek en kritisch. Eentje verloren ze voor de groep, Yonina Spijker stapte eruit, ze ging spelen bij Els Inc.. Jonghollandia werd, met het verdwijnen van Hollandia, Wunderbaum – naar zo’n reukboomje in de auto met die aparte geur: vreemd, maar wel lekker.

Intussen zijn ze ook niet meer zó piep, allemaal 28, ‘behalve Matijs, die is dertig’, en ze wonen allemaal in Amsterdam, behalve Wine die woont in Gent. Werken doen ze afwisselend in Gent (de band met Johan Simons is onverbroken) en Rotterdam (onder de vleugels van Productiehuis Rotterdam). Uit een clubje dat aanvankelijk één gezamenlijk project voor ogen stond is een stevig vijfkoppig monster geworden.

Maartje Remmers: ‘Zo zijn we wel genoemd, ja.’

Wine Dierickx: ‘Allez, ’t is niet dat we stug zijn, hè.’

’t Is de Wunderbaumwerkwijze. Die is, om te beginnen, collectief. Er is geen regisseur, ze regisseren elkaars scènes, hebben aan een woord genoeg, het is één blok. Dat kan een sporadische samenwerking met anderen nog lastig maken. ‘Tegenover een buitenstaander merk je opeens dat je toch een stijl hebt – met mekaar. Het is heel moeilijk om daarvan af te stappen als je met zijn vijven samen bent. Dat kan bijna niet.’ (Dierickx).

Matijs Jansen: ‘Mij wordt altijd gevraagd: hoe gaat het met jullie?’

(Uit het Wunderbaumboek:) Publicitair dieptepunt: in de motregen flyers uitdelen voor de Magical Brabant Mystery Tour op de dinsdagochtendmarkt in Valkenswaard in Beatleskostuum met een gasfles voor de heliumballonnen.

Walter Bart: ‘Mystery Tour was de eerste. Leuk, maar een probeersel. Pixels was ook niet erg goed, dat waren nog ‘‘niet-stukken’’. We dachten toen dat theater zo moest zijn: de wijken in, mensen bereiken die niet naar toneel gaan. Daar zijn we min of meer van teruggekomen. Het werd doelgroeptheater naar mijn idee, en dat was niet ons ding. Toch is daarmee wel de kiem gelegd voor ons werk: de locatie, het improviseren.’

Het begint altijd met een concept. Een plannetje gebaseerd op iets dat op dat moment gaande is in de samenleving. Voor Eindhoven de gekste waren dat de trubbels van een bijstandsgezin ten tijde van de opkomst van de LPF; Lost Chord Radio raakte aan de angstgevoelens na 9/11; in het tweeluik Stad onderzochten ze urbanisatieprocessen, Everybody for Berlusconi keek naar democratische besluitvorming, Welcome in my backyard naar het asielzoekersprobleem en de Rollende Road Show bood een blik op ongebreidelde agressie. In hun op handen zijnde projecten, de film Maybe Sweden met filmmaakster Margien Rogaar en het stuk Magna Plaza, wordt achtereenvolgens de asielzoekerskwestie verder uitgediept, en een link gelegd tussen liefde en consumentisme (locatie: een groot winkelcentrum).

Maar de weg van concept naar stuk is lang en heftig. Maartje Remmers: ‘Dat vind ik het moeilijkste van Wunderbaum: dat begin. Alleen een idee, verder niks. Uit het niks iets ontwikkelen. Het wordt voor mij pas fijn als er iets concreets is waarmee je aan de slag kunt. Maar Walter vindt dat eerste stadium van ontdekken weer leuk.’

Die zegt: ‘Ken je dat boek van Eva Illouz? Consuming The Romantic Utopia dat gaat erover dat ons beeld van romantiek heel erg bepaald is door de markt. Door een plaatje van een kaars, bijvoorbeeld. En zo bleek uit onderzoek dat mensen sneller verliefd worden op iemand met een iPod. Dat is sexy. Zulke dingen zijn we nu een beetje aan het bekijken voor Magna Plaza.’

Marleen Scholten: ‘Ja, dat is abstract. Denk aan liefde waar je heel praktisch mee om kunt gaan, waar je heel veel uit kan halen, liefde als investering. Mijn eerste reactie is: ik ben helemaal niet zo! Ik weet niet eens hoe een iPod werkt! En dan realiseer ik me al snel dat ik er wat over wil vertellen. Meestal gaan we een à twee weken aan tafel zitten om vat te krijgen op een onderwerp. Er moet een duidelijke beginsituatie zijn om uit te vertrekken. Dat is de moeilijkste stap. Maar soms is ie er direct.’

Matijs Jansen: ‘We hebben de drang wel om het anders aan te pakken. Om bij wijze van spreken eens met een choreograaf te werken en helemaal geen tekst te doen. Of juist een schrijver van buiten te vragen om een tekst. Maar in de praktijk komen we steeds weer op deze manier uit.’

Walter Bart is de man van de concepten. Niet een rol die hijzelf opeist, maar iets dat steeds weer ter sprake komt, zoals iedereen zijn eigen ding doet – collectief of niet. Matijs Jansen is de meest zakelijke, praktische ook tijdens de repetities. Zegt: ‘Ik heb heel veel slechte plannen. Ik roep vaak: we moeten die kant op met de voorstelling. En dan hoor ik vier keer heel hard néé. Maar dan moeten ze wel definiëren waarom en dat helpt in het verder ontwikkelen.’

‘We kijken allemaal op een eigen manier naar een scène. Ik zal ’m altijd op een psychologische manier benaderen, Marleen op meer beeldende wijze, Maartje is de meest kritische. Als zij zegt: het klopt niet, dan geloven wij dat al snel. Het is allemaal onuitgesproken, maar zo werkt het wel.’

Marleen Scholten: ‘Waar ik voor wil waken is het spel. We zijn soms zo verwikkeld in ons verhaal dat we vergeten dat we het ook moeten uitvoeren. Staan er vijf acteurs op het toneel die allemaal iets prachtigs bedacht hebben, maar geen tijd hadden om het te repeteren.

‘Bij Welcome in my backyard ging ik zelf totaal de fout in. Ik stond vooral op te letten dat iedereen deed wat hij moest doen. Totdat er mensen kwamen kijken en zeiden: sorry, maar jouw rol slaat echt nergens op. Toen schoot ik in paniek: wat sta ik in godsnaam te spelen, helemaal niks!’

Het is steeds weer zo’n heftig proces, dat ze maar de helft van het jaar Wunderbaumen, de andere helft spelen ze elders. Om de nieuwe impulsen, maar ook voor de nodige afstand.

Maartje Remmers: ‘Je bent altijd samen. Een tijdje terug werkten we in Gent en woonde ik zelfs bij Walter en Matijs in huis. Als je het repetitielokaal verlaat, gaat het gewoon door. Het stopt nooit.’

Wine Dierickx: ‘Ge moogt elkaar ook niet versmachten, vind ik. Leegzuigen, opslorpen. Het is belangrijk dat we erbuiten dingen meemaken. Wat ik het tofste vind aan Wunderbaum is dat wij altijd proberen iets nieuws te bedenken. Maar wat dat niet oplevert, is rust. Het is altijd een chaotische, zware periode. En wat het ook met zich brengt, is dat sommige voorstellingen niet zo helemaal gelukt zijn. Soms wel, soms minder, maar er ís durf.’

Over de Wunderkeuze hoefden ze niet lang na te denken. Eindhoven de gekste is een lieveling, met z’n heftige Eindhovense familie, de pruiken en de brillen, het vette accent. Op de voet gevolgd door Lost Chord Radio, fantastisch muziektheater over een Amerikaans slaapstadje met knutselfunkband Kopna Kopna, die voor de gelegenheid hier weer samenkomt. En de twee recentste, de rauwe Rollende Road Show (die in Theaterfestival Vlaanderen staat) en Welcome in my backyard (idem in Nederland.) Werkend aan die laatste, bleek dat ze nog niet klaar waren met het thema. Xenofobie, angst voor de ander, groepsgedrag – het werkte door en vond z’n weg naar Maybe Sweden, een film en een echte Wunderbaum: betrokken, herkenbaar en niet té. En een beetje gek, getuige bijvoorbeeld een van de zinsneden die de handeling in gang zet: ‘Jongens, er zit een of andere neger in de tuin.’

Marleen Scholten: ‘Het zou aanvankelijk gaan over ‘‘de nieuwe romantiek’’. In een kasteeltje in de Ardennen. Maar we bleken toch geen Narcis en Goldmund en we wilden niet van een rots springen en dachten: we gaan iets anders maken.’

Walter Bart: ‘In Maybe Sweden hebben we twee idylles tegenover elkaar gezet. Een aantal leesclubvrienden die in Spanje een rustige vakantie zoeken, met zon, wijn en tapas; en een groep bootvluchtelingen die er hopen een menswaardiger bestaan te vinden. We hebben de Ghanese gemeenschap bij Barcelona benaderd – naar een gospeldienst gegaan, en gevraagd of mensen wilden meespelen. Dat was wel freaky want velen waren zelf met bootjes gekomen, sommigen woonden er nog maar twee jaar, of zo. Maar ze reageerden enthousiast.’

Matijs Jansen: ‘Walter en de productieleider durfden dat. Ik ging hen vervolgens met fluwelen handschoenen aanpakken – en daar liep het al mis, ik werd heftig geconfronteerd met mijn eigen stomme vooroordelen. Ik speel een nogal racistische figuur en ik vond dat ik dat helemaal moest uitleggen. Daar werd alleen maar om gelachen. Enfin, materiaal te over, dus.’

Heel soms komt de gedachte aan een zelfstandig Wunderbaum-bestaan wel op, ondanks de artistieke band met zowel Gent als Rotterdam. Wine Dierickx: ‘We zijn echt een groep geworden – en dat willen we ook. Maar aan die zelfstandigheid moeten we nog werken. Aan publiek, ook, we willen niet altijd voor vijftig mensen spelen. Grotere tribunes, een groter bereik, we zoeken het nu meer op dan vroeger. Maar – we zijn er ook weer niet te hard mee bezig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden