Cybersoldaten en een Overheids-Facebook: zo wordt internet weer van ons

Acht voorstellen om het internet weer te democratiseren

Van de democratische belofte van het internet lijkt weinig over nu bedrijven als Google en Facebook bepalen wat we zien en overheden gretig meekijken. Wetenschappers droegen ideeën aan om internet terug te krijgen. Dit zijn volgens een jury de acht beste voorstellen.

Foto Tim Enthoven

Wie herinnert zich nog de grenzeloze hoop uit de begindagen van het internet? De eerste netizens vierden een democratische overwinning: het world wide web had geen centrale sturing en gebruikers hadden zelf de mogelijkheid een globaal netwerk op te bouwen dat ze naar eigen inzicht konden vullen met informatie - zonder tussenkomst van overheid of bedrijfsleven. En nog maar een jaar of zes geleden werden Facebook en Twitter in verband gebracht met democratische omwentelingen in Noord-Afrika, Oekraïne en, wie zou het zeggen, op termijn misschien zelfs China.

Alle inzendingen

Hier vindt u een overzicht met de volledige teksten van alle 21 inzendingen.

Van die droom is niet veel over. Het internet lijkt in handen te zijn gevallen van een paar grote bedrijven. Samen controleren ze naar welke muziek we luisteren, welk nieuws we lezen en welke reclame we zien. Ook overheden hebben het internet gekoloniseerd. Ze gebruiken het om op grootschalige wijze privéinformatie over ons op te slaan of om democratische processen in binnen- of buitenland te verstoren.

In plaats van het (machts)vrije netwerk dat de mensheid zou bevrijden, dreigt het internet een platform te worden voor ongebreidelde manipulatie en machtsuitoefening. Hoog tijd om ons af te vragen of we het tij kunnen keren: hoe wordt het internet weer van ons?

De jury

Jeroen van den Hoven, hoogleraar ethiek en technologie aan de TU Delft
Sanne Maasakkers, specialist internetveiligheid bij Fox-IT
Oscar Kneppers, internetondernemer, CEO en oprichter van Rockstart
Edwin van Andel, ethisch hacker en adviseur internetveiligheid
Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut

Onderzoeksbureau Tertium legde de vraag voor aan ruim vijfhonderd wetenschappers en specialisten uit verschillende vakgebieden in binnen- en buitenland. We ontvingen in totaal 21 antwoorden, die we - geanonimiseerd - lieten beoordelen door een vijfkoppige jury.

Op basis van hun rapportcijfers selecteerden we de acht meest aansprekende voorstellen. Een overzicht met de volledige teksten van alle 21 inzendingen vindt u hier.

1. Creëer Wikipedia-burgerlegers

Probleem: Platforms hebben te veel macht
Oplossing: Gebruik het rotonde-model

Uber, Airbnb, Google, Facebook, Amazon zijn voorbeelden van zeer succesvolle commerciële platforms. 'Het nadeel van hun dominantie wordt steeds duidelijker', zegt Nart Wielaard, co-auteur van het boek Wij Zijn Big Data. 'Deelnemers zelf hebben weinig invloed. Symptomen daarvan zijn de talrijke klachten van chauffeurs over de werkmethoden van Uber, het nepnieuws bij Facebook en de filterbubbel van Google.'

De oplossing ligt in het combineren van de voordelen van wereldwijde platforms (gebruiksgemak) met een decentraal model. Wielaard: 'Vergelijk het met een verkeersrotonde: dit decentrale concept is vaak beter in staat grote en complexe vervoersstromen te verwerken dan een centraal geregisseerd kruispunt met verkeerslichten.' In de digitale wereld zou je dan een combinatie krijgen van de Wikipedia-aanpak (sterk decentraal georganiseerd maar verliesgevend) met de Appstore-aanpak (financieel sterk maar geen invloed van gebruikers).

De eerste stappen voor dit fusiemodel zijn gezet, niet toevallig door Wikipedia-oprichter Jimmy Wales. 'Hij wil het nepnieuws op Facebook te lijf te gaan met professionele journalisten, ondersteund door een leger van burgerdeelnemers die het web afstruinen naar nepnieuws', zegt Wielaard. 'Er is weinig voorstellingsvermogen voor nodig om dat te zien als een van de toevoerwegen naar de rotonde.'

De jury vindt deze oplossing zowel 'sterk en oorspronkelijk' als kansrijk. 'Sluit goed aan bij de Wikipedia-plannen', meent technologie-ethicus Van den Hoven. 'Nu nog even van de grond krijgen', zegt hacker Edwin van Andel. Rathenau-directeur Melanie Peters kijkt alvast uit naar de nadere uitwerking van het voorstel.

2. Begin een Centraal Bureau voor de Internetstatistiek

Probleem: Bedrijven en overheden slaan alle internetdata van iedereen op
Oplossing: Een onafhankelijk bureau moet inzichtelijk maken hoe de datastromen lopen

Als je één keer op de Facebook-website bent geweest en daarna nooit meer, dan verstuurt je computer nog jarenlang informatie over je surfgedrag naar Facebook. 'De meeste mensen weten dat helemaal niet', zegt hoogleraar internetveiligheid Aiko Pras. 'Ze zouden schrikken als ze de feiten kennen.' Hij houdt zich al sinds 1979 bezig met de voorlopers van internet. 'Als je mij rond de eeuwwisseling had verteld dat we met zijn allen veiligheidsdienst Stasi 2.0 aan het bouwen waren, had ik je niet geloofd. Toch is dat precies wat nu gebeurt.'

Volgens Pras kennen te weinig mensen de feiten. 'Zelfs de meeste politici niet.' Hij pleit voor een Centraal Bureau voor de Internetstatistiek dat data verzamelt over het internetverkeer en daarover op vaste tijden cijfers publiceert. Hoeveel data gaan naar welke partijen? Welk percentage van het internetverkeer gaat langs Google, Facebook of smartphoneproducent Huawei? Hoeveel data worden in onze huiskamers verzameld door Samsung-internettelevisies? Welk deel van het internetverkeer verlaat het Schengengebied? Pas als dit voor meer bewustzijn heeft gezorgd, kan stap twee volgen, meent Pras: 'Het aannemen van wetgeving die deze massale dataverzameling en -opslag beteugelt.'

De jury vindt het een puik plan. 'Yes!', schrijft Van Andel. 'Gewoon simpele statistieken. Voor!' Peters merkt op dat de naam 'Traceer Instituut' wellicht beter bij de organisatie past.

3. Maak keurmerken voor websites en apps

Probleem: De meeste big data toepassingen zijn een black box
Oplossing: Verplichte certificaten die de privacy, veiligheid en ethiek garanderen

Van duurzaam hardhout tot 'Beter Leven'-kipfilet en van fairtradebloemen tot het thuiswinkelcertificaat: overal in de samenleving hebben we keurmerken bedacht die consumenten garanderen dat een product veilig en verantwoord is. 'Hoognodig dat zoiets ook gebeurt bij toepassingen die gebruik maken van big data', vindt hoogleraar bigdata-ecosystemen Sander Klous.

We worden steeds afhankelijker van slimme, zelflerende algoritmen en moeten erop kunnen vertrouwen dat deze deugen. Klous: 'Weten we bijvoorbeeld of een slimme app die sollicitanten selecteert niet discrimineert tegen vrouwen? En hoe weten we of een analyse-tool in het ziekenhuis de juiste diagnose stelt, of welke apps onze privacy waarborgen?' Hij vindt dat er een einde moet komen aan de 'blackboxsamenleving', waarin 'we nauwelijks zicht hebben op wat er onder de motorkap van slimme systemen gebeurt'.

De werking van algoritmen zou moeten worden gecontroleerd door onafhankelijke partijen, zoals nu al gebeurt met de controle van de jaarrekening door accountants, vindt Klous. 'Toepassingen kunnen dan een certificaat krijgen dat de gebruiker vertrouwen geeft over privacy, veiligheid en ethiek.'

Jurylid en internetondernemer Oscar Kneppers lijken dergelijke 'audits voor algoritmes' hoogstnoodzakelijk. Peters: 'Ik denk dat een keurmerk alleen niet voldoende is, maar het is wel een goed begin.'

Foto Tim Enthoven

4. Sticht een Overheids-Facebook

Probleem: Private bedrijven hebben essentiële infrastructuur in handen
Oplossing: Laat overheden zelf bepaalde internetfuncties aanbieden

'Het internet is uitgegroeid tot essentiële infrastructuur van algemeen belang, zoals drinkwater of het wegennet', vindt hoogleraar politicologie Ben Crum. 'Dat gaat niet alleen om de hardware, maar ook om vitale software zoals zoekmachines en platforms voor sociale media.' Crum vindt het 'allesbehalve vanzelfsprekend' dat het beheer daarvan op dit moment volledig in handen is van private bedrijven met winstoogmerk, zoals Google of Facebook. 'Om de stabiliteit, veiligheid en toegankelijkheid van het internet te garanderen, moet het beheer collectief of publiek belegd worden.'

Crum pleit voor meer publieke sturing en toezicht. 'We hebben een internationale organisatie nodig waarin overheden gezamenlijk beleid ontwikkelen voor de gewenste inrichting van het internet.' Die organisatie zou een positie kunnen afdwingen als 'preferente' aandeelhouder bij internetbedrijven van algemeen belang. 'Ook zouden ze bedrijven zoals Google of Facebook kunnen dwingen aparte raden van publiek toezicht in te stellen.' Dergelijke constructies bestaan ook bij Schiphol, ProRail of PostNL. Daarnaast moeten overheden bepaalde internetfuncties zelf kunnen aanbieden: een soort Facebook in publiek beheer, zodat gebruikers 'zich kunnen onttrekken aan private monopolies'. Crum: 'Je kunt een parallel trekken met de voormalige Postgiro, die overigens wat mij betreft ook mag terugkomen.'

De jury steunt het plan voor meer publiek toezicht. 'Dit adresseert een probleem dat breed wordt gevoeld', zegt Van den Hoven. Andere juryleden vrezen wel dat meer overheidsbemoeienis ook nieuwe problemen opwerpt. Sanne Maasakkers: 'Dan verschuift het van Facebook en Google naar een publieke organisatie. Wie checkt deze weer?'

5. Boycot de grote internetbedrijven

Probleem: De droom van een open internet wordt gekaapt door een paar bedrijven
Oplossing: Gebruik alternatieve apps

'Het internet is nooit echt van iedereen geweest', meent Lonneke van der Velden, onderzoekster data-activisme en bestuursvoorzitter van Bits of Freedom. 'Toen de democratische belofte hoogtij vierde, had slechts een select gezelschap een internetverbinding. Wel streefden ze naar een open, gedeeld internet.' Die droom wordt nu 'gekaapt door bedrijven als Facebook, die een gesloten internet voorstaan'.

Volgens Van der Velden kunnen internetgebruikers zelf helpen het ideaal van een gemeenschappelijk internet - zonder machtige bedrijven en afluisterende overheden - dichterbij te brengen. 'Mensen kunnen allereerst overstappen op alternatieve sociale media. Kijk eens naar Unlike Us, een project dat al die initiatieven bij elkaar brengt.' Ook voor toepassingen zoals Uber of Airbnb worden alternatieven ontwikkeld: de zogenaamde 'platform-coöperaties', waarbij gebruikers en werknemers de controle in handen hebben.

We kunnen onze digitale weerbaarheid verder vergroten door anoniem te gaan browsen (met de alternatieve browser Tor), versleuteld te mailen (met versleutelingsprogramma PGP), veilig te chatten (met Signal, een alternatief voor Whatsapp) en privacy-plugins op je laptop te installeren. 'Zo kan je een deel van het afluisteren ontwijken, en leer je het web ook beter kennen.' Het zou bovendien mooi zijn, zegt Van der Velden, als meer mensen consumentenorganisaties steunen zoals haar eigen Bits of Freedom, de Association for Progressive Communications of Derechos Digitales.

De jury prijst haar concrete oplossingen. 'Dit is uitvoerbaar voor zowel overheid als bedrijfsleven', vindt Peters. Van Andel voorziet wel een obstakel: veel gebruikers maken een afweging tussen gebruiksgemak en veiligheid. 'En dan kiest men uiteindelijk voor gemak.'

6. Stop de sloop van grondrechten

Probleem: Mensen geven achteloos toestemming om hun data te stelen
Oplossing: Consumentenorganisaties en overheid moeten verplichte standaardcontracten maken

Hoogleraar recht en ethiek Jan Smits merkt op dat de discussies over internet zich vaak richten op privacy - 'nodeloos verwarrend en rete-ingewikkeld'. Liever kijkt hij naar het probleem dat mensen zomaar allerlei persoonlijke gegevens weggeven als ze gedachteloos op 'akkoord' klikken. 'Zelfs mijn studenten internetveiligheid schrikken als ze zien hoe bedrijven deze toestemming gebruiken. Het is eigenlijk gewoon dataroof.'

Volgens Smit worden verschillende grondrechten op die manier uitgehold. Allereerst komt 'de onaantastbaarheid van het huis' in het gedrang. 'Opsporingsautoriteiten hebben geen huiszoekingsbevel meer nodig. Ze kunnen gewoon naar je spullen kijken als die zich allemaal in de cloud bevinden.' Ook 'het briefgeheim' is uitgehold: sinds 1995 mogen de verkeersgegevens (wie stuurt wie een mailtje) worden opgeslagen. Ernstiger nog is de inbreuk op de 'onaantastbaarheid van het lichaam' door gezondheidsapps die onze medische gegevens zomaar verzamelen en verspreiden. Tot slot staat de 'vrijheid van meningsuiting' onder druk door algoritmes 'die bepalen welk nieuws we wel of niet te zien krijgen'.

Smits vindt dat consumentenorganisaties en overheden standaardcontracten moeten opstellen die deze grondrechten beschermen. 'Die moeten in plaats komen van de gebruikersvoorwaarden van e-mailaanbieders, apps en sociale media, die de meeste mensen helemaal niet lezen en ongezien accorderen.'

De jury is razend enthousiast over dit voorstel. 'Potjandikkie, verdomd goed', schrijft internetondernemer Oscar Kneppers. Collega-jurylid Melanie Peters prijst de 'goede oplossing via het contractrecht'.

7. Maak 'pizza's van eigen bodem'

Probleem: Als het internet een pizza is, komt de bodem uit Amerika
Oplossing: Europa moet investeren in 'groene' bigdatatechnologie

Hoogleraar computerwetenschappen Wil van der Aalst zet de cijfers op een rij: elke minuut loggen 900 duizend mensen in op Facebook, worden 16 miljoen whatsappjes verstuurd, 4 miljoen YouTube-videos bekeken, 120 accounts op LinkedIn geopend en wordt er 990 duizend keer geswipet op Tinder. 'Dit internetverkeer wordt over de hele wereld gegenereerd, maar de software komt vrijwel allemaal uit de VS.' De wetenschap doet het niet veel beter: de toptien van meest geciteerde ict-wetenschappers is helemaal Amerikaans. Van der Aalst staat zelf op de twaalfde plaats en is daarmee de enige Nederlander in de top-250. 'Ik zeg dat niet om op te scheppen, maar om te laten zien hoe dramatisch de situatie is.'

Van der Aalst vergelijkt het internet met een pizza: 'De bodem komt uit Amerika.' In Nederland maken we alleen toppings: allerlei toepassingen voor het gebruik van big data in de zorg, de energiesector of het vervoer. 'Maar op de onderliggende Amerikaanse technologie hebben we geen invloed.'

Hoog tijd om zelf pizzabodems te gaan bakken, vindt Van der Aalst. 'Amerikanen vinden dat wij Europeanen het onszelf maar moeilijk maken met al die privacyregels. Daar ligt onze kans.' Nederland moet volgens hem flink investeren in 'groene' bigdatatechnologie, die de voordelen biedt van big data, maar dan zonder de negatieve privacy-effecten.' Dat kan bijvoorbeeld door te werken met versleutelde gegevens of 'vergeetachtige' databases. 'Dat heeft de toekomst. Mensen blijven de massale inbreuk op hun privacy niet eeuwig accepteren.'

Goed idee, vindt jurylid en ethicus Jeroen van den Hoven. 'Hier heeft Europa echt iets toe te voegen en mogelijk halen we zo iets terug van de markt die we in de afgelopen twintig jaar zijn kwijtgeraakt.'

8. Begin een netwerk voor Cyber-ontwikkelingshulp

Probleem: Overheden in ontwikkelingslanden kunnen zich nauwelijks beschermen tegen cyberaanvallen
Oplossing: Een wereldwijd netwerk van cyberveiligheidscentra

Richard Ponzio is directeur van het Stimson Center, een denktank over internationale veiligheid in Washington. Hij ziet op dat vlak een enorm probleem: 'Slechts 45 landen in de wereld hebben een cyberverdedigingsstrategie en ongeveer 20 landen een cyberaanvalsstrategie.' Ontwikkelingslanden missen beide. 'Hun overheden zijn extreem kwetsbaar voor aanvallen. Ze weten niet hoe ze zichzelf moeten beschermen.'

Samen met The Hague Institute of Global Justice ontwikkelde hij daarom een plan voor een regionaal netwerk van cyberveiligheidscentra dat overheden over de hele wereld helpt bij 'cyberhygiëne'. 'Zo kunnen ze zich beschermen tegen aanvallen en virussen, maar ook goede campagnes voeren die burgers en bedrijven op de hoogte brengen van risico's.'

Ponzio wil dat elk land een eigen Computer Emergency Response Team (CERT) krijgt, dat een 'squadron van cybersoldaten' kan oproepen: specialisten uit wetenschap en bedrijfsleven die snel kunnen ingrijpen als een land wordt aangevallen. 'Die teams kunnen zowel op regionaal als op mondiaal niveau worden ingezet, precies zoals nu al gebeurt met Interpol.'

De juryleden vinden het idee zowel 'oorspronkelijk' (Kneppers) als 'sympathiek en goed' (Peters). Maasakkers munt meteen de term 'cyberontwikkelingshulp'. Van Andel voorziet wel politieke strijd bij de uitvoering. 'Het zal waarschijnlijk veel discussie opleveren of dit plan gaat om hulp of om inmenging.'

Socialere media

Sommige voorstellen richten zich op het veranderen van ons gedrag.

De jury heeft vooral gekozen voor slimme technische of institutionele oplossingen om het internet te verbeteren. Maar er zijn ook wetenschappers met oplossingen die het internet verbeteren door zich te richten op het veranderen van ons gedrag.

Zo houdt hoogleraar Jacek Pyzalski uit Polen zich bezig met het groeiende probleem van cyberpesten. Door internet zijn slachtoffers van pesten ook thuis niet langer veilig. Volgens Pyzalski wordt nauwelijks adequaat opgetreden tegen cyberpesten. Opmerkelijk feit: 'De dader- en slachtofferprofielen voor cyberpesten zijn dezelfde als bij offlinepesten.' Omdat de daders hun slachtoffers niet in de ogen hoeven kijken, vindt het pesten soms bijna achteloos plaats. Uit onderzoek onder tweeduizend Poolse 15-jarigen bleek dat bijna 40 procent van de daders zich achteraf kon voorstellen dat hun gedrag schade had berokkend bij het slachtoffer, zonder dat ze zich daar op het moment zelf van bewust waren. Pyzalski: 'Docenten weten nog nauwelijks hoe ze online moeten communiceren. We moeten als onderzoekers meer praktische interventies ontwikkelen om klassen met de effecten van cyberpesten te confronteren.'

Een ander groeiend probleem is internetverslaving. Verslavingsonderzoeker Tim Schoenmakers zegt dat de 'afhankelijkheidsproblematiek' hand over hand toeneemt door de smartphone. Doordat steeds meer internetcontent gepersonaliseerd is - op Facebook zie je alleen updates die je vrienden ook leuk vinden - werkt het nog verslavender. Het obsessief bezig zijn met de smartphone kan resulteren in depressieve gevoelens en eenzaamheid. Schoenmakers: 'Voor de volksgezondheid zou het goed zijn als er regels kwamen om internettoepassingen minder verslavend te maken door de hoeveelheid gepersonaliseerde content te beperken.'

Hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange wijst op een ander effect van het web: het nodigt uit tot impulsieve beslissingen. 'Bedenktijd kent het internet niet. Mensen kunnen met een of twee drukken op de knop belangrijke beslissingen nemen: een overbodig apparaat aanschaffen, ingaan op een vakantiedeal of aandelen kopen.' Van Lange stelt voor een verplichte bedenktijd van een dag in te voeren voor grote aankopen. 'Zo'n systeem beknot natuurlijk de vrijheid van het individu, maar meer aandacht voor de langdurige schade die impulsaankopen kunnen aanrichten bij gezinnen zou veel mensen over de streep kunnen trekken.'

Tot slot nog een hartenkreet van Linda Duits, onderzoeker populaire cultuur. Overheden komen volgens haar pas in actie als burgers ze daartoe dwingen. Daarom haar oproep:

'Verzet, blokkeer, pik het niet meer. Een beter, rechtvaardiger, vrijer internet is mogelijk.'

Zie voor meer oplossingen volkskrant.nl/onsinternet

Meer over