REPORTAGE

'Curvy' marathonmeisje Alexandra Heminsley

Om te sporten hoef je er echt niet uit te zien als een covermodel voor een hardlooptijdschrift. En ook fanatieke lopers hebben wel eens geen zin, schrijft Alexandra Heminsley in haar bestseller.

Beeld Ivo van der Bent

Voor de goede orde: de gympen die Alexandra Heminsley (38) op de foto draagt, zijn niet haar hardloopschoenen. Het zijn de schoenen waarop ze vorige zomer is getrouwd (voor de rest was ze in het groen). Haar hardloopschoenen liggen nat en bemodderd in haar hotelkamer. Gisteren heeft ze de Circuit Run in Zandvoort gelopen, 5 kilometer, met een andere hardlopende schrijver, Abdelkader Benali, en mensen van haar uitgeverij. Het regende katten en honden, zoals ze thuis in Engeland zouden zeggen, vandaar dat haar loopschoenen even niet geschikt zijn voor een fotoshoot aan een gracht in Amsterdam.

Heminsley is in Nederland voor de promotie van haar boek, Running like a girl. De Nederlandse vertaling heeft dezelfde ironische titel. 'De onweerstaanbaar grappige geschiedenis van een mollige bankzitster die zich ontplooit tot gedreven marathonloopster', luidt de ondertitel. Licht-gepikeerde blik bij het woord 'mollig': 'Chubby? In het Engels staat er curvy, dat past beter. Ik was curvy voor ik begon met hardlopen. Ik ben het overigens nog.'

Klopt: Heminsley heeft niet het tanige dat fanatieke duurlopers kenmerkt. Ze heeft stevige bovenbenen en een flinke kont. 'Geërfd van mijn moeder, die half-Colombiaans is. Mijn blonde haar en blauwe ogen heb ik van mijn Engelse vader. Ik merk dat mensen verbaasd zijn over mijn lichaam: zo ziet een hardloopster er toch niet uit? Nee, ik zie er niet als het covermodel van Runner's World, in een hardlooptight en een topje met een ultraplatte buik ertussen. Toch ben ik een hardloopster. Eigenlijk is dat mijn missie met mijn boek: vrouwen vertellen dat het onzin is dat je geen hardloopster kunt zijn als je er niet uitziet als een Nike-reclame. Als je loopt, ben je een loopster. Dik, dun, jong, oud: iedereen kan een marathon lopen. Als je gezond bent. Dat wil ik erbij gezegd hebben.'

In een zwarte broek, een zwart jasje met een wit T-shirt en haar trouwgympen eronder staat Alexandra Heminsley enkele interviewers te woord (ook van hardloopblad Losse veters) voordat ze terugvliegt naar Brighton. Naar haar man en naar het strand, waarlangs ze morgen hoogstwaarschijnlijk een half uurtje zal rennen. Als ze de puf heeft, zegt ze tussen neus en lippen. Als ze de puf heeft? Gaat dat dan niet vanzelf bij haar, vijfvoudig marathonloopster, auteur van een hardloopboek dat in Engeland weken in de hitlijsten stond?

Spring je niet elke ochtend energiek in je loopschoenen, trappelend van zin om kilometers weg te tikken?

'God, no', lacht Heminsley. 'Van de week nog zei ik tegen mijn man: ik móet, maar ik heb zo geen zin. Weet je wat, ik loop 1 mijl, 1,6 kilometer, dat moet lukken. Natuurlijk lukte dat, ik heb er 3 gelopen. Eenmaal op weg, wordt het vanzelf weer leuk.'

Geen strak lichaam en jezelf van de bank moeten schoppen voor je looprondje: Heminsley is een vrouw zoals miljoenen andere vrouwen met een haat-liefdeverhouding met hun hardloopschoenen. Vandaar dat haar boek zo aanslaat; momenteel verschijnt het in tien landen buiten Engeland. Ze beschrijft het getob, gezweet en de algehele uitputting, of die nu wordt veroorzaakt door de eerste keer tien minuten hollen of het vinden van een passende sportbeha - 'a hell of a job met cup G'. 'De Bridget Jones van het hardlopen', werd ze in Engeland genoemd, en vriendin en schrijfster Caitlin Moran, zelf ook niet ongeestig, stelt dat niemand zo grappig over rennen schrijft als zij. 'Ik wilde geen gelikt succesverhaal schrijven', zegt Heminsley. 'Die zijn er genoeg. Maar niemand vertelt hoe het is om langs de weg te piesen tijdens een halve marathon, en de zenuwen daarvoor. Of om een sportbeha te kopen in een hardloopwinkel waar zakdoeken voor de paskamers hangen in plaats van gordijnen. Sta je daar je boobs in een topje te proppen en op en neer te hupsen om te kijken of alles op zijn plaats blijft. Dat is nogal hilarisch, achteraf.'

Beeld Ivo van der Bent

Ze was begin 30, single, freelancejournaliste - dat laatste is ze nog - en ze woonde in Londen toen ze haar eerste rondje liep. Haar zus ging trouwen en ze wilde slank zijn op die bruiloft, haar enige motivatie om iets aan sport te doen. De jaren daarvoor had ze wel eens een aerobicslesje gedaan, maar het sportieve type was ze niet. 'Ik lag liever op de bank Friends te kijken.'

Dat eerste rondje was een ramp. Ze was de straat nog niet uit of ze snakte naar adem en ze voelde zich belachelijk met haar blubberbenen in een joggingbroek. Maar het ging snel beter, zeker nadat ze zich een doel had gesteld: het lopen van de London Marathon. 'Mijn broer ging 'm lopen. Toen ik zei dat ik dat nooit zou kunnen, zei mijn vader: jawel, je hoeft alleen te beginnen. Mijn vader liep marathons in zijn vrije tijd, maar dat had mij als kind nooit geïnteresseerd. Opeens dacht ik: misschien kan ik het wél.'

Tot haar verrassing gingen de trainingen steeds beter. 'Zeker aan het begin, als je nog een slechte conditie hebt, bouw je het snel op. De eerste week loop je een kilometer, na een paar weken 5 en na weer drie maanden kun je 10 kilometer lopen. Dat is heel motiverend. Echt zwaar en eenzaam en afschuwelijk wordt het later pas.'

Beeld .

Zwaar en eenzaam en afschuwelijk?

'Dan heb ik het over de laatste trainingen voor de marathon. Op de wedstrijddag is er muziek, zijn er bloemen en staan mensen langs de route je toe te juichen. De weken ervoor loop je in je eentje. 25, 30 kilometer. Uren, zonder afleiding, terwijl alles pijn doet en je alleen bent met die stem in je hoofd die roept: ik wil dat dit stopt!'

En die flow dan, waarin hardlopers schijnen te komen?

'O, er zijn momenten dat het vanzelf gaat. Als de zon schijnt en ik wind mee heb en op precies het juiste tijdstip precies genoeg heb ontbeten, gebeurt het wel dat ik opeens 2 kilometer verder ben zonder dat ik er erg in heb. Maar dat is zeldzaam. In hardloopbladen lees je altijd dat hardlopen geweldig is en je je er zo krachtig door voelt. Dat klopt, maar ze zeggen er nooit bij dat het ook vreselijk is. Vooral een hele marathon: die duurt lang en doet pijn.'

Vierenhalf uur duurt het bij Heminsley - 'niks bijzonders, geen snelle tijd.' Op haar eerste marathon, in Londen, was ze slecht voorbereid. 'Vooral in emotionele zin. Ik wist niet wat me overkwam. Ik heb geen kinderen, maar ik denk dat het te vergelijken is met een eerste bevalling. Het was overweldigend, uitputtend en er kwam geen eind aan.'

Maar het was ook geweldig - met zelfspot beschrijft Heminsley hoe wanhoop en euforie elkaar om de paar kilometer afwisselen. Ze waant zich een rockster, toegejuicht door de menigte langs de weg, wil een high five uitdelen en struikelt. Knal, tegen de grond. Beschaamd en bebloed rent ze verder, zich vervloekend om haar ster-allures, en vastbesloten de marathon uit te lopen, ondanks schaafwonden van knokkels tot knie. Dat lukt, ternauwernood, door de golf van adrenaline die haar aan het einde overspoelt. 'De finish leek op me af te zweven', schrijft ze. 'Ik was een toeristen-attractie en een superheld, een medaillewinnaar. Ik voelde me sterker dan ik me ooit had gevoeld.'

Nog geen twee bladzijden verder: 'Binnen een jaar nadat ik die eerste Londense marathon had uitgelopen, liep ik al niet meer hard. Mijn motivatie was weg. Mijn teennagels groeiden weer aan, samen met een extra laagje ik. Die eerste zomer in Brighton was ik doodmoe, ongezond en doodongelukkig door liefdesverdriet.'

'Ja, een fout vriendje, dat hielp niet mee', zegt ze nu. 'Belangrijker nog was dat ik er de zin niet meer van inzag. Ik had getraind en getraind, op het idiote af, die marathon had mijn leven overgenomen. En nu was het voorbij. Wat moest ik nog? Weer rondjes van 5 of 10 kilometer te lopen? Dat leek zo zinloos. Alsof je een trui breit en steeds weer een stukje uithaalt om verder te kunnen breien.'

Het doel was verdwenen en daarmee de motivatie om te lopen, een mechanisme dat Heminsley dwarszit, want, zegt ze, hardlopen gaat niet om steeds langere afstanden of snellere tijden. Het gaat om je hoofd leegmaken. Om buiten te zijn, van je omgeving te genieten en van je fitte lichaam en je toenemende zelfvertrouwen. Om de lol van het bewegen - voor vrouwen niet vanzelfsprekend. 'Voor mannen is sport een normaal onderdeel van hun vrijetijdsbesteding. Voor vrouwen is het nog altijd iets wat je doet om er goed uit te zien. Om acceptabel te zijn voor de buitenwereld, dus. Dat vind ik zo zonde. Hardlopen doe je voor jezelf.'

Wat niet wegneemt dat je er anderen bij nodig hebt.

Sterker, zegt Heminsley: alleen met en door anderen houd je het vol. 'Als niemand je steunt of aanmoedigt, haak je op een gegeven moment af. Ik heb met mijn zus een halve marathon gelopen. We hebben maar twee keer samen getraind omdat we niet bij elkaar in de buurt wonen, maar we hebben het wel samen gedaan. Als ik op zondagochtend in bed appte 'Ik heb geen zin!', dan appte zij terug: 'Kom op, je nest uit, we gáán.'

Op haar beurt sleepte Heminsley anderen erdoorheen. Ze moest na haar lange, bewegingsloze periode wel weer gaan trainen, schrijft ze, toen een goede vriendin een beroep op haar deed. De vriendin had het moeilijk, wilde een marathon lopen om zich beter te voelen en klopte aan bij Heminsley. Uit Running like a girl: 'Inmiddels zei ik al een paar jaar doodleuk dat ik de marathon van Londen nooit meer zou lopen: ik zou nooit meer een startbewijs krijgen, ik zou nooit de tijd kunnen vinden om ervoor te trainen en ik zou nooit meer zo jong zijn als toen. Geen smoezen, ik geloofde er rotsvast in. Als het niet per se moest, waarom zou ik dan? Maar nu moest het dus.'

En het lukte. En na die tweede marathon liep Heminsley een derde en een vierde. Lopen werd steeds meer deel van haar leven, een vorm van 'zelfrealisatie' zelfs, zegt ze. 'Het was alsof ik steeds deuren in mezelf opende. Ik kón dit, wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Ik kon beslissen dat ik iets wilde, een plan maken en het laten slagen; ik kreeg er veel zelfvertrouwen van. Want wat betekende dat voor de rest van mijn leven? Dat ik misschien ook wel zelf pasta kon maken. Of een eigen bedrijf beginnen.'

En een boek schrijven: Running like a girl verscheen in 2013 in Engeland. Vlak daarna liep Heminsley nog een marathon, haar vijfde. En laatste tot nog toe. Ze heeft nu een ander doel volgens haar Twitterprofiel: '@Hemmo: runner, reader, writer. Aiming to run 1000 miles in 2015.'

Alexandra Heminsley.Beeld Pamela Palma

Duizend mijl in een jaar, dat is...

'Zes keer per week een rondje van 5 kilometer per dag. Ik lig achter op schema. Ik was lui in februari en maart, ik moet wat inhalen.' Lachend: 'Ik kan niet in december alsnog elke dag een marathon lopen.'

Waarom nu dit nieuwe doel? Begon het als een verplichting te voelen marathons te lopen omdat je erover had geschreven?

Lichte aarzeling: 'Een beetje ja, net zoals ik me verplicht voelde eruit te zien als een model voor sportkleding. Dat verwacht men kennelijk van je als je over marathonlopen schrijft. Nou, ik ben niet dat model. Mijn lichaam is absoluut veranderd door het lopen, het is welgevormder en gespierder geworden. Maar over die spieren zit nog steeds een laagje.'

Fuck it, moet Heminsley hebben gedacht: hardlopen doe je niet voor de buitenwereld, dat doe je voor jezelf. Het is haar eigen credo. Om de lol in het lopen terug te krijgen, zocht ze een minder slopend doel - want een doel hebben helpt, al zou het daar, volgens haar eigen geloofsbeginselen, dus niet om moeten gaan. Duizend mijl dit jaar, ze vindt het uitdagend genoeg. Dan is er nog iets, voegt ze eraan toe. Zwemmen. 'Elke dag rende ik langs de zee in Brighton, maar ging er nooit in. Tot op mijn trouwdag, toen maakten mijn man en ik een soort symbolische duik op de toekomst. Ik probeerde de borstcrawl, en bakte er niks van. Met hardlopen kun je nog ademhalen, nu lukte dat niet eens, ik verzoop bijna. Ik heb me meteen aangemeld voor een cursus zeezwemmen; binnenkort zwem ik in Brighton van pier tot pier. Geen bizar grote afstand, een uur denk ik, maar een uitdaging voor mij. Ik wil ook van San Francisco naar Alcatraz zwemmen en daarover schrijven. Vrouwen lezen niet over sport, heb ik vaak gehoord. Sportboeken, dat is een mannenmarkt. Het succes van Running like a girl bewijst dat vrouwen wel degelijk over sport willen lezen. Maar wel het eerlijke verhaal.'

Win het boek

We geven vijf exemplaren van Running like a girl van Alexandra Heminsley weg.
Kans maken?
Ga naar: facebook.com/volkskrantmagazine

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden