recensie

Curiosity is deels geslaagd

Het Amsterdamse kunstencentrum De Appel laat voorwerpen zien die moeten verwonderen en nieuwsgierig maken. De attributen zijn fascinerend, maar wat de onderlinge relatie is, blijft onduidelijk.

Beeld Cassander Eeftinck Schattenkerk

Vraag: wat hebben een traag bewegende kwal, een overvliegende meteoriet en informatie over de 'crisis in de natuur en wetenschap' met elkaar van doen? Antwoord: niets. En toch zijn in kunstcentrum De Appel juist van deze onderwerpen filmopnamen, schilderijen en statistieken te zien. Reden: ze zouden de bezoeker moeten verwonderen, fascineren en nieuwsgierig maken.

Niet zo vreemd dus dat de tentoonstelling in Amsterdam Curiosity heet. En dat de opzet er een is van een rariteitenkabinet, een Wunderkammer. Het woord zegt het al: een ruimte waar je je kunt laten verwonderen. Waar interesse wordt opgewekt voor het vreemde, bizarre, ongewisse. Dat De Appel het 16de-eeuwse fenomeen als leidraad heeft genomen, is omdat het als expositie werd aangeboden, door de Engelse kunstcriticus en schrijver Brian Dillon.

Is het geslaagd? Deels. De ingrediënten zijn er wel. En hoe fascinerend is het niet om naar doorgezaagd agaat te kijken dat verrassende kleurige geometrische patronen in het glanzende steenoppervlak laat zien? Ingelijste afbeeldingen, gemaakt met gesplitst haar, opgesteld in een vitrine als bij oma thuis. Prenten van vulkaanuitbarstingen. Een opgezette misfit, samengesteld uit een pinguïn en pauw. Geraffineerde glasmodellen van zeediertjes.

Maar wat de onderlinge relatie is, meer dan enkel verwondering, blijft onduidelijk. De Appel heeft een tentoonstellingsopzet in huis gehaald alsof het een keertje 'Wunderkammertje' wil spelen. Want hoewel voor een deel ingericht met werk van hedendaagse kunstenaars, wordt het voorgesteld als een historisch gegeven, iets uit het verleden. En gepresenteerd alsof het een gewone museumtentoonstelling is. In plaats van een verrassende wereld op te roepen, hangt en staat alles keurig naast elkaar; tegen de muur geprojecteerd en in vitrines geëtaleerd, zoals je een expositie inricht met schilderijen en schetsen van Mondriaan.

Neemt niet weg dat de timing goed is. Er is tegenwoordig in de kunstwereld een groeiende interesse voor Wunderkammers. Niet alleen voor bizarre collecties snuisterijen, natuurwetenschappelijke ontdekkingen en biomorfische objecten. Ook niet alleen als een mogelijk alternatief presentatiemodel. Maar bovenal om de oorsprong van wat we 'kunst' noemen te traceren. En dat die oorsprong van de kunst - op zich toch een 18de-eeuws Verlichtingsproduct - in een verder verleden ligt. Toen het verschil tussen toegepaste en autonome kunst nog niet was uitgekristalliseerd. De tijd dat artistieke uitingen in een groter verband werden gezien, als een onvervreemdbaar onderdeel van een regio, volk, de natuur, een brede cultuuropvatting.

Thomas Grunfeld, Misfit, 2005Beeld de Appel

Vorig jaar was deze benadering al prominent te bewonderen op de Biënnale van Venetië: Toen zocht curator Massimiliano Gioni naar nieuwe, maar in wezen oude verbanden tussen religie, natuuropvattingen, geestesgesteldheden én kunstuitingen. Wat hij zoal liet zien? Krabbels van psychiatrische patiënten, bordtekeningen van Rudolf Steiner, prehistorische 'houtsculpturen', architectuurmodellen van autodidacten, outsider art, doorgezaagd agaat. Voor Gioni moeten al deze uitingen uit dezelfde, wat mystieke bron zijn gekomen.

De opzet en intentie was vergelijkbaar met hoe de Amerikaanse tentoonstellingsmaker Carolyn Christov-Bakargiev een jaar eerder een deel van Documenta 13 in Kassel inrichtte. Met een keur aan artefacten, zoals de kannen die Morandi naschilderde, antiek uit Beiroet, opnamen van het Tahrir-plein in Caïro, tijdens de Arabische Lente. De collectie vormde voor haar de 'hersenen', waaruit de genealogie en geschiedenis van de hedendaagse kunst viel te destilleren.

Rudolph and Leopold Blaschka, Glaucus Ingicirrus, 1890Beeld de Appel

De herontdekking van het multidisciplinaire rariteitenkabinet is dus al even bezig, en lijkt een reactie op de eenzijdige manier waarop musea lange tijd de heilige doctrine van het modernisme verkondigden. Musea, waarin kunst werd opgesteld als in een laboratorium voor zuiver wetenschappelijk kunstonderzoek. Met zijn witte museumwanden als de uitgeklapte bladzijden van een kunsthistorisch handboek, met hier en daar een plaatje en lange lappen tekst.

Niet slecht dat deze eenzijdige kijk nu met rariteiten wordt bestreden. Vraag is alleen of deze antimodernistische ontwikkeling wordt voortgezet of zal stranden in een eenmalige omhelzing van die raadselachtige Wunderkammer.

Bizarste Wunderkammer

Een van de grootste en zeker een van de bizarste Wunderkammers bevindt zich in Dresden: Das Neues Grünes Gewölbe. De totale collectie van ruim vierduizend objecten, opgezet door keurvorst August dem Starken aan het begin van de 18de eeuw, tart elke verwachting. Zelden zal het oog zo veel protserigheid, edelkitsch, zinloze behaagzucht en doelloze ambachtelijkheid bij elkaar hebben gezien. Wat te denken van een zeilschip met doorzichtige zeilen van ivoor? Of een kersenpit waarin liefst 185 gezichten zijn gesneden?

Rolodexen en visitekaartjes van het American Land Museum.Beeld de Appel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden