Curieuze verzamelingen van kunstenaars in gemakzuchtige Wunderkammer-opstelling

Ook kunstenaars leggen soms van kindsbeen af de meest curieuze verzamelingen aan. Nóg een glazen oog, nóg een Disneyfiguurtje. Is er vervolgens ook een verband te leggen met hun werk?

Koektrommels van Andy Warhol. Beeld Movado Group

Daar is dan de haas met de amberkleurige ogen. Niet meer dan 4 centimeter hoog, gemaakt van glanzend ivoor en buffelhoorn, en toch zo levensecht, met sterke achterpoten en een harde kop. Het beestje staat onbereikbaar in een vitrine, maar doe je ogen dicht en je voelt het. Glad, koel, lekker. Gemaakt om met vingertoppen te strelen, net als de andere beeldjes die om de haas heen staan: de houten schildpadjes, de ongepolijste ivoren rat die in zijn eigen staart bijt, de apen, de wolven, het vrouwtje dat een inktvis omhelst.

Het zijn slechts een paar van de 264 netsukes van Edmund de Waal (1964). De Britse keramist en schrijver erfde de 19de-eeuwse Japanse talismannetjes van een familielid en schreef in 2010 een mooi boek over hun geschiedenis: The Hare with Amber Eyes (In Nederland uitgegeven als De haas met de amberkleurige ogen). Samen met de stenen, de schelpen, de fossielen en de oude pennen die hij als kind verzamelde, zijn de figuurtjes nu te zien op de tentoonstelling Magnificent Obsessions in The Barbican in Londen. Ze liggen er in hun 'oervorm' uitgestald, zoals ooit in de jongenskamer van Edmund de Waal: aandoenlijk en onwetenschappelijk geschikt en gecombineerd door de kunstenaar zelf, die voor de gelegenheid weer even met de blik van toen naar de voorwerpen keek.

De homo accumulans het zou zomaar een andere benaming kunnen zijn van 'beeldend kunstenaar'. Wie dacht dat kunstverzamelaars er wat van konden (met als voorlopig hoogtepunt het bejaarde echtpaar Vogel uit New York, dat in een piepklein appartement zo veel kunstwerken vergaarde dat het er gedwongen bovenop slaapt), moet vooral de tentoonstelling in The Barbican bezoeken. Hier gaat het over de spullen die kunstenaars zelf obsessief hun ateliers binnenslepen, ter vermaak en inspiratie.

Tentoonstellingshamvraag

Dat zijn soms, heel verantwoord, kunstvoorwerpen van collega's, maar vaker zijn het dingen die je normaal gesproken niet tegenkomt in een kunstmuseum. Kleurrijke amateurschilderijen bijvoorbeeld, of een verzameling olifantenbeeldjes. Wandelstokken, grappig bedoelde maar eigenlijk heel enge koekjespotten, obscure,vrouwonvriendelijke platenhoezen, allerhande Disneyfiguurtjes, enzovoort. Van veertien naoorlogse kunstenaars werden de vergaarde collecties uiterst nauwkeurig uitgestald. Tentoonstellingshamvraag: wat zeggen die collecties nou eigenlijk over de praktijk van de kunstenaar? Zie je bijvoorbeeld de liefde voor opgezette dieren terug in het werk van Damien Hirst (1965)?

Om met die laatste vraag te beginnen: ja. Het maakt de verzameling van de Britse shock-artkunstenaar, die in de jaren negentig onder meer een tijgerhaai en een koe op sterk water presenteerde, nu niet meteen tot de meest spannende van de tentoonstelling. Natúúrlijk verzamelt die man een bizar opgezet lam met zeven poten en twee koppen, mensenschedels en het zwaard van een zwaardvis.

Hirsts eigen werk wordt vertegenwoordigd door een uitzinnig spiegeltableau waarop kleurige vlinders, kevers en vogelspinnen in keurige, lange rijen zijn bevestigd. Je moet twee keer kijken: is dit echt Hirsts eigen creatie, of heeft de kunstenaar het opgeduikeld op een veiling van oude wetenschappelijke preparaten? Het verschil is te klein, de verzameling ligt te veel voor de hand.

Studio van Hanne Darboven. Beeld Felix Krebs

Tot de nok

Dat is anders bij Hanne Darboven (1941-2009). Wie had ooit gedacht dat deze minimalistische Duitse kunstenaar, maker van eindeloze reeksen zeer nauwkeurige, systematische tekeningen, kon overleven in een interieur dat tot aan de nok toe was gevuld met spullen? Een deel van haar Hamburgse woning is overgekomen naar Londen en hier opnieuw opgebouwd. Een bureau waarvan het blad nauwelijks zichtbaar is door wat erop staat: fotolijstjes, asbakken, beeldjes, kandelaars en kleine kunstvoorwerpen, alles gerangschikt, dat wel. Vitrinekasten vol parafernalia, muren vol schilderijen, een levensgrote houten engel met klaroen, een Mickey Mousetelefoon. Het is een fascinerende mix van hoge en lage cultuur en bevredigend snuffelmateriaal voor interieurvoyeuristen.

Het is alleen jammer dat het ook niet veel meer is dan dat. Magnificent Obsessions lijkt net iets te vaak mee te dobberen op de huidige trend in museumland: die van de Wunderkammer-opstelling en het gemakzuchtige idee dat het allemaal wel voor zich spreekt wanneer voorwerpen van diverse pluimage bij elkaar gezet worden onder het mom van 'De Verzameling'. Dat is niet zo.

Bovendien schiet de tentoonstelling regelmatig tekort in het leggen van bevredigende verbanden tussen de persoonlijke obsessies van de afzonderlijke kunstenaars en hun werk. In het geval van Hanne Darboven moet je maar net weten wat de vrouw zoal heeft geproduceerd aan minimalistische kunst, om je te kunnen verwonderen over haar propvolle interieur. Uit de collage die in The Barbican hangt, de fotografische neerslag van een kunstdiner bij Darboven thuis (tussen al die spullen, vandaar), blijkt dat niet.

Netsukes van Edmund de Waal. Beeld Justin Piperger

En de presentaties van Damien Hirst, maar ook die van koekpottenverzamelaar/pop-artist Andy Warhol (1928-1987) en ansichtkaartvergaarder/fotograaf Martin Parr (1952), leveren te weinig diepgravende of verrassende inzichten op. Misschien komt het doordat hun werk zo'n letterlijke vertaling is van hun inspiratiebronnen. Of doordat hun collecties al zo vaak vertoond werden. Hoe het ook zij: waren hun verzamelingen afwezig geweest, je had niets bijzonders gemist.

Maar. Gelukkig is daar Edmund de Waal. De presentatie van zijn 'magnifieke obsessie' steelt de show en redt de tentoonstelling vanwege voornoemde jongensachtige verwondering. Overdacht en liefdevol museumpje spelen ¿ dat is wat De Waal blijkbaar altijd heeft gedaan en dat is wat je ook terugziet in zijn huidige praktijk als kunstenaar. Zorgvuldig ordende hij tere bordjes en kopjes in een kast aan de muur, waarbij hij net zoveel rekening houdt met hun afzonderlijke 'karakters' als bij de schelpen, stenen en netsukes uit zijn jeugd.

Rembrandts schelpen

Ook Rembrandt was een verzamelaar. In zijn huis aan de Amsterdamse Jodenbreestraat, het huidige museum Rembrandthuis, reserveerde hij er zelfs een aparte ruimte voor: de ‘kunstcaemer’. Die was gevuld met naturalia (exotische schelpen, koralen, opgezette beesten) en artificialia (muziekinstrumenten, schilderijen, wapens, gipsbeelden, globes). De schilder bezat een indrukwekkende collectie ‘kunstboecken’: albums met losse prenten en tekeningen van bekende collega’s. Helaas moest hij hetmerendeel van zijn geliefde voorwerpen verkopen toen hij halverwege de 17de eeuw failliet ging.

De Waal moet zijn eerste plaats overigens wel delen met de Japanse kunstenaar Hiroshi Sugimoto (1948). Diens ongelooflijk professionele verzameling van bijzondere fossielen, oude medische instrumenten (een doos vol glazen ogen!) en boeken, vormt de aftrap van de tentoonstelling en zuigt het publiek naar binnen. Hoewel de verzamelde voorwerpen zeer uiteenlopend van aard zijn en het gevaar van een gemakzuchtige wonderkamerpresentatie op de loer ligt, roept Sugimoto's verzameling precies de juiste griezelsfeer op voor zijn eigen werk, foto's van levensechte wasfiguren.

Er hangt er maar één: een zwart-witafbeelding van een replica van de Amerikaanse wetenschapper en politicus Benjamin Franklin (1706-1790). De enge stijfheid ervan is voldoende om een directe verbinding aan te gaan met de grote 18de-eeuwse platen van opengewerkte ruggengraten en spierbundels, en van de oude Japanse medische handboeken waarvan je nekharen recht overeind gaan staan. Hier zijn de obsessie van de kunstenaar en wat eruit voorkomt, aan elkaar gewaagd. En hier verandert 'magnifiek' in 'magisch'.

Magnificent Obsessions: The Artist as Collector t/m 25/5 in The Barbican Art Gallery, Londen. Catalogus 52 euro.

Verzameling glazen ogen van Hiroshi Sugimoto. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden